nieuws

Ingenieurs rekenen op groei tot 10 procent

bouwbreed

deventer – De ingenieursbureaus in Nederland groeien dit jaar 3 tot 10 procent. Dat is de verwachting van voorzitter Jan Coppes van brancheorganisatie Onri. Vooral in de sectoren milieu en infrastructuur zitten hogere omzetten in de pijplijn. Langzamer gaat het herstel in de segmenten gebouwen en installaties.

De wijze waarop de ingenieursbureaus opnieuw de vleugels uitslaan, is een vroeg teken van de weer aantrekkende bouwconjunctuur. In 2003 kreeg de branche als eerste zware klappen omdat de plannenmakers de hand op de knip hielden. Jan Coppes: “Ik wil 2003 niet direct een rampjaar noemen. Eerder een bewijs van goede marktwerking. Gemiddeld krompen de bureaus in onze branche met 7 procent. De kleine bedrijven 2 procent, de grotere tot wel met 10 procent van omzet en personeel.”

Dat in 2003 de schade bij de kleinere ingenieursbureaus beperkt bleef, is voor Coppes geen verrassing. “Overcapaciteit is iets dat je bij de grote bureaus in de goede jaren blijkbaar lastiger merkt. Bij de bedrijven met een omvang van negenduizend medewerkers heb je als de economie afneemt al gauw voor enkele honderden mensen geen werk meer. De pijn is in de meeste gevallen verzacht door opdrachten uit het buitenland. De Nederlandse markt was gewoon niet goed. Je had te maken met bezuinigingen van de overheid en ook het bedrijfsleven investeerde minder. Nederland stak zelfs dieper in de dip dan Duitsland.”

Hoewel alle cijfers nog niet op tafel liggen, ziet Coppes 2004 als een jaar van stabilisatie tot lichte groei. Vooral de kleine en middelgrote ondernemingen kregen weer vaste grond onder de voeten. Nieuwe opdrachten kwamen los uit de hoek van de infrastructuur en het oplossen van milieuproblemen. Taaier is de installatiemarkt, waar de ingenieurs in stevige concurrentie staan met hun collega�s bij de installatiebureaus.

“Laten we hopen dat de bouwfraudeaffaire snel kan worden afgerond”, verzucht Coppes. “Streep eronder. Weliswaar zijn de ingenieursbureaus geen partij maar we hebben van de affaire toch flink last gehad. Ook de bouwers zijn onze opdrachtgevers. Als het dan niet lekker zit, heeft dat nadelige gevolgen voor onze bedrijven.”. Onri-voorzitter Coppes, projectdirecteur bij Witteveen + Bos uit Deventer, schetst de ingenieursbranche als een uitermate gezonde sector. Bij de tweehonderd bij Onri aangesloten bureaus zijn 20.000 mensen aan de slag. Zeventig procent van hen genoot een opleiding aan universiteit of hogeschool.

“De marktwerking loopt goed. Zeker gezien vanuit onze opdrachtgevers. Ze krijgen goede diensten voor lage prijzen. Dat de bureaus snel groeien en hard krimpen, is de marktwerking die wij willen. En de prijzen? De tarieven liggen 50 procent lager dan wat de accountants en belastingadviseurs vragen. Advocaten zijn 200 procent en meer duurder. En toch lossen de ingenieurs belangrijke en moeilijke problemen op, zoals bij de aanleg van tunnels, zuiveringsinstallaties en de verbetering van leefbaarheid en veiligheid in stadskernen en op industrieterreinen.”

Om de kwaliteit van de ingenieursbureaus verder op te voeren, stelt Onri sinds vorig jaar voor haar leden certificering volgens de normen van ISO 9001 verplicht. Vier jaar heeft iedereen tijd gehad om zijn zaken op orde te brengen. Waarna de brancheorganisatie het doek liet vallen voor twintig bedrijven met in totaal tweehonderd medewerkers die blijkbaar de nieuwe eisen niet bij konden benen.

“Nederland heeft altijd de mond vol van de kenniseconomie. Daar is onze sector een exponent van. De ingenieurs vertalen kennis naar toepassingen. We praten over een omzet van 4 miljard euro. Een kwart halen we uit de export van hoogwaardige kennis naar het buitenland. Vergeet niet dat Nederland wereldwijd de vierde exporteur is van ingenieursdiensten. Na de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk. De Nederlandse ingenieurs werken in de beste tradities van onze nationale handelsgeest.”

2004 is jaar van stabilisatie tot

lichte groei

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels