nieuws

Concurrentie neemt internationaal toe

bouwbreed

amsterdam – De belangstelling van buitenlandse bouwbedrijven voor de Nederlandse markt is sinds toegenomen. Dat blijkt uit een recent gepubliceerde EIB-studie. Vooral de grotere gww-projecten hebben te maken gekregen met buitenlandse concurrentie.

Omgekeerd gaan de grote Nederlandse spelers in toenemende mate ook hun geluk elders beproeven. Hetzij via buitenlandse dochterbedrijven en deelnemingen of door te werken in een samenwerkingsverband met buitenlandse bouwers. In het algemeen is op de Europese gww-markt de internationale concurrentie in de afgelopen tien tot vijftien jaar toegenomen. Ook gezien de omvang van de markt hoeft deze trend geen verbazing te wekken. Met een marktvolume van bijna 250 miljard euro zijn er volop kansen voor internationalisatie.

De Europese gww-markt heeft naar verwachting in de periode 2005-2007 van de gehele bouwmarkt de beste vooruitzichten. Terwijl de groei van de b&u-productie beperkt blijft tot 1 à 1,5 procent per jaar, schommelt het jaarlijkse groeipercentage van de gww-markt rond de 3 procent. Vooral de investeringen in transportinfrastructuur en water- en energiewerken zitten in de lift. Er is groeiende aandacht voor de modernisering van bestaande infrastructuur. Hiermee neemt het aandeel van de infrastructurele werken op de Europese bouwmarkt toe tot meer dan 22 procent in 2007. De nieuwe prognose van de ontwikkelingen op de Europese bouwmarkt werd onlangs in Parijs bekend gemaakt door de negentien in Euroconstruct samenwerkende onderzoeksinstituten (met voor Nederland het EIB).

Opmerkelijk zijn de verschillen tussen Oost- en West-Europa. Het aandeel van de bouwbestedingen aan infrastructurele werken ligt in de vier in Euroconstruct participerende Oost-Europese landen (Polen, Tsjechië, Hongarije en Slowakije) met gemiddeld ongeveer 30 procent aanzienlijk hoger dan in West-Europa. Het accent ligt in de nieuwe EU-landen momenteel duidelijk op de productieve investeringen, mede gestimuleerd door aanzienlijke financiële bijdragen uit EU-fondsen. Ook het aandeel van nieuwe utiliteitsgebouwen in de bouwproductie is beduidend hoger, terwijl anderzijds het belang van investeringen in nieuwe woningen en de renovatie- en onderhoudsbestedingen naar verhouding achterblijven. Aan de gunstige vooruitzichten op de Europese gww-markt in de komende drie jaar wordt uiteraard in grote mate bijgedragen door de Oost-Europese landen waar de infrastructurele bestedingen (auto, vaar- en spoorwegen) met gemiddeld 12,5 procent per jaar groeien. In West-Europa blijft de groei beperkt tot 2 à 2,5 procent per jaar.

Met de totstandkoming van de interne markt beginjaren negentig was de verwachting dat de markten van de landen van de Europese Unie in toenemende mate zouden integreren. Europese richtlijnen verplichten overheden om projecten van meer dan 5 miljoen euro Europees openbaar aan te besteden. Een inventarisatie onder de Euroconstruct instituten gaf onlangs aan dat opdrachtgevers van gww-werken in bijna alle landen inderdaad meer de blik hebben gericht op buitenlandse aanbieders van bouwcapaciteit.

Onderscheiden naar deelsegmenten wordt de sterkste groei van buitenlandse concurrentie in de wegenbouw gesignaleerd. Meer dan driekwart van de landen rapporteerde dat de inbreng van buitenlandse wegenbouwers op de thuismarkt is toegenomen. In de railbouw wordt in de helft van de landen meer buitenlandse concurrentie ondervonden. In iets mindere mate (40 procent) is dit het geval bij water- en energiewerken en bij werken in opdracht van telecommunicatiebedrijven.

Bouwbedrijven kunnen op verschillende wijzen actief zijn op buitenlandse markten. De meest directe relatie is dat een bouwbedrijf geheel zelfstandig rechtstreeks een buitenlandse markt betreedt. Ook is het mogelijk dat een bouwbedrijf via een gedeeltelijke of volledige deelneming in een buitenlandse bouwer een meer structurele positie heeft op een buitenlandse markt.

Een derde mogelijkheid is dat een bouwbedrijf op projectbasis of wellicht duurzaam samenwerkt met een buitenlands bouwbedrijf (joint-venture). Uit de inventarisatie onder de Euroconstruct-instituten kwam naar voren dat in ongeveer driekwart van de landen buitenlandse bouwbedrijven actief zijn via deelnemingen en joint-ventures. Direct werken vanuit het buitenland blijft beperkt tot een kwart van de landen.

Als we specifiek kijken naar de buitenlandse concurrentie op de Nederlandse bouwmarkt dan ondervindt gemiddeld één op de vier Nederlandse gww-bedrijven bij aanbestedingen concurrentie van buitenlandse bouwers. Het gaat hierbij vooral om grotere werken.

Ook een kwart van de Nederlandse bedrijven in de gww werkt overigens wel eens samen met buitenlandse bedrijven. In driekwart van de gevallen vindt deze samenwerking plaats op basis van niet-traditionele organisatievormen. Het gaat hierbij ongeveer in gelijke mate om bouwteam-, pps-, design & construct- en turn-keyconstructies.

TABELKOP:Europese bouwmarkt naar sector, 1997-2007 (index 1997=100)

TABELKOP:Bouwproductie1 in Europa, 2004-2007

2004200520062007

mld eurostijging in %

België24,39,82,61,8

Denemarken21,91,31,43,6

Duitsland198,1-0,8-0,30,9

Finland19,62,81,20,6

Frankrijk156,41,71,11,4

Hongarije8,45,79,09,1

Ierland25,80,5-4,9-4,9

Italië167,40,80,30,5

Nederland61,922,02,53,0

Noorwegen22,11,93,0-1,0

Oostenrijk28,51,51,72,0

Polen19,19,310,57,4

Portugal25,62,43,33,6

Slowakije2,55,65,34,0

Spanje139,93,42,81,2

Tsjechië12,78,57,87,8

VK165,12,51,90,9

Zweden20,33,64,72,7

Zwitserland30,70,70,00,2

totaal1.152,31,91,51,4

Opmerkelijke verschillen tussen Oost- en West-Europa

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels