nieuws

Bouw-cao kan nog lang op zich laten wachten

bouwbreed

den haag – De onderhandelingen over de bouw- en de uta-cao kunnen wel eens veel langer gaan duren dan iedereen hoopt. Grootste probleem vormt het prepensioen waarvan de berekeningen veel ingewikkelder zijn dan gedacht.

Het leek allemaal zo mooi. De politiek begreep eindelijk dat mensen met zware beroepen als in de bouw eerder moeten kunnen stoppen met werken. Bij een middelloonregeling mag dan ook 2,25 procent per jaar worden opgebouwd waardoor een werknemer na 40 jaar 100 procent bij elkaar gespaard heeft. Een deel daarvan kan hij of zij dan gebruiken om eerder te stoppen. Samen met de levensloopregeling moest dat genoeg zijn, dacht iedereen.

“Was het maar zo simpel”, verzuchten deskundigen. Zij wijzen erop dat het allemaal zo kan als er maar één type werknemer zou zijn die ergens tussen zijn 16de en 20ste is begonnen met werken en onafgebroken in de sector heeft gewerkt. Die heeft dan inderdaad voldoende opgebouwd om op zijn 60ste te stoppen. “Maar dat ene type bestaat niet”, weten ze maar al te goed.

Maar zelfs met deze handicap zou het nog wel mogelijk zijn om een regeling af te spreken in de cao-onderhandelingen, als het dan maar een collectieve regeling mag zijn. Dat kan echter weer niet. De politiek heeft besloten dat de werknemer individueel moet kunnen kiezen wat hij/zij met zijn spaarcenten wil doen.

Naar het zich laat aanzien betekent dit bijvoorbeeld dat de werknemer zelf mag bepalen waar zijn geld voor de levensloopregeling gestald wordt. “Zie je het al voor je? Een bedrijf als BAM mag wel een heel administratiekantoor gaan opzetten om bij te houden hoeveel elke werknemer waar heeft staan. De administratieve lasten rijzen de pan uit en dat kan toch niet de bedoeling zijn.”

Mission impossible

Daar komt nog bij dat van werkgeverszijde is aangegeven dat een nieuwe regeling niet duurder mag zijn dan de huidige prepensioenregeling. Dat is een �mission impossible�, weten de deskundigen. Zeker als er nog niet bekend is hoe de regelingen er definitief gaan uitzien, is niet te voorspellen wat de kosten uiteindelijk zullen zijn. Daarbij wordt erop gewezen dat bij de ombouw van vut naar prepensioen er ook een klein jaartje gerekend moest worden om een regeling tegen aanvaardbare kosten te ontwerpen. Toen speelde vooral het affinancieren van bestaande vut-aanspraken. Dat zal nu niet anders zijn plus nog de nodige bijkomende problemen die fors in de papieren kunnen lopen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels