nieuws

Stel inhoud centraal

bouwbreed

Het ministerie van Onderwijs gaat reorganiseren, voor de zesde maal in tien jaar. Voor de huidige secretaris-generaal, Van der Steenhoven, is het de eerste keer. Toch had ik van hem iets anders verwacht. Want was hij niet die frisse man die na 100 dagen openlijk vertelde hoe beroerd zijn departement ervoor stond? Wanneer zou hij […]

Het ministerie van Onderwijs gaat reorganiseren, voor de zesde maal in tien jaar. Voor de huidige secretaris-generaal, Van der Steenhoven, is het de eerste keer. Toch had ik van hem iets anders verwacht. Want was hij niet die frisse man die na 100 dagen openlijk vertelde hoe beroerd zijn departement ervoor stond? Wanneer zou hij hebben besloten hetzelfde te gaan doen als zijn voorgangers, namelijk reorganiseren?

Nee, ik heb niets tegen reorganisaties. Ik weet alleen dat reorganisaties ontzettend veel energie en tijd kosten; dat reorganisaties de mensen voor maanden van het werk houden. Ik weet bovendien dat het nog veel langer duurt voordat een andere manier van werken werkelijk ingang heeft gevonden (meestal krijgt men daarvoor niet eens de tijd omdat een volgende secretaris-generaal inmiddels de volgende reorganisatieplannen heeft ontvouwd). Ten slotte is reorganiseren vaak bij uitstek het symbool van foute bureaucratieën, die immers vooral met zichzelf bezig zijn. Daarmee heb ik Koos van der Steenhoven nog niet geholpen. Dat hij een probleem heeft met zijn logge departement, dat eindeloos regels en papier produceert, zal ik niet ontkennen. Daarvoor was zijn analyse na 100 dagen alarmerend genoeg. Maar wat zou hij dan wel moeten doen?

Laat ik eens proberen aan te geven waaraan een goed departement moet voldoen.

Ten eerste moet een departement weten waartoe het op aarde is. Welke publieke belangen moet het eigenlijk behartigen? Wat is het maatschappelijk nut van het departement? Het gaat dus ten eerste, en bovenal, om de inhoud! Het ministerie van Onderwijs heeft jarenlang het publieke belang van �gelijke kansen in het onderwijs� nagestreefd. Het streven naar gelijke kansen in het onderwijs is maatschappelijk van groot belang geweest, zo groot zelfs dat we ons moeten afvragen of hier nog veel winst te boeken valt. Bovendien heeft zich een vervelend neveneffect voorgedaan: de middelmaat is te vaak de norm geworden. De laatste ministers van Onderwijs lijken dan ook met reden een omslag in het beleid na te streven. Het moment is nu gekomen dat Maria van der Hoeven expliciet aangeeft welk maatschappelijk nut haar departement (nog) heeft. Zolang dat niet is gebeurd, heeft het weinig zin om al die ambtenaren een andere kamer toe te wijzen.

Ten tweede moet een departement kennis hebben van het eigen beleidsterrein. Het lijkt een overbodige gedachte, maar in Den Haag zijn simpele dingen vaak minder simpel dan je denkt. Binnen alle departementen is de laatste jaren sprake van een angstaanjagend verlies aan kennis. Ten onrechte wordt verondersteld dat �kennis� altijd valt in te huren. Maar waar blijven we als ook het bevragen van commerciële onderzoeksbureaus op sommige departementen al wordt uitbesteed? Hoe kun je beleid ontwikkelen ten aanzien van al die complexe onderwerpen in de samenleving zonder dat je daarvan ook maar enigszins weet hebt? Eén voorbeeld: op het ministerie van VROM zijn zes mensen – het departement telt 3.000 ambtenaren – op de hoogte van de problematiek rondom Schiphol, het bijna grootste ruimtelijke en het bijna grootste milieuprobleem van Nederland. Insiders vertellen dat de kennis op departementen in snel tempo afneemt en dat je vanaf schaal 12 niet meer de fout mag maken �terug te zakken in de inhoud�. En ten slotte: binnen alle departementen is 40-45 procent van de ambtenaren belast met de zogenaamde ondersteuning: personeelszaken, huisvesting, potloden, pennen en papier. Inderdaad, er zijn weinig plekken waar zoveel papier wordt geproduceerd tegen zo weinig maatschappelijk nut.

Ten derde moet een departement in staat zijn om beleid te realiseren in samenspraak met de uitvoerders en de betrokken maatschappelijke partijen. Daarvoor is (alweer) kennis nodig van het beleidsterrein, gedegen kennis zelfs om niet door alle betrokkenen van de sokken te worden gekletst. Maar bovenal is ook benul nodig van maatschappelijke processen, en niet alleen van de departementale processen, die nog steeds te veel zijn gericht op de bescherming van de eigen minister.

Alle beleidsdrama�s van de afgelopen jaren komen immers voort uit een groot gebrek aan maatschappelijk benul op de departementen.

Het lijkt inderdaad een abc-tje: bepaal het maatschappelijk nut, ga met kennis van zaken de problemen te lijf en vergroot het maatschappelijk benul. Als de departementen dit – gratis – advies opvolgen, kunnen ze zich ook de kosten van de organisatieadviesbureaus besparen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels