nieuws

Planbureau voorziet golf van megawinkels Keur aan winkeltypes

bouwbreed Premium

den haag – Het Ruimtelijk Planbureau vindt dat de overheid meer ruimte moet scheppen voor megawinkels in Nederland. Na 2010 zou ons land snel aansluiting kunnen vinden bij de winkelwijzes die in het buitenland al praktijk zijn geworden.

“De overheid doet er goed aan de internationale trend naar megawinkels niet tegen te houden”, aldus het planbureau in het rapport Winkelen in Megaland. “De overheid zou zich in haar beleid juist moeten richten op de te verwachten ontwikkeling. En deze aangrijpen om de huidige ruimtelijke problemen in de detailhandel aan te pakken”.

Nederland heeft momenteel 106.000 winkels met een totaal vloeroppervlak van 25 miljoen vierkante meter. Dit komt neer op 6,5 winkel met 1548 meter vloer per duizend inwoners. De meeste winkels zijn gericht op fun (plezier) terwijl het grootste vloeroppervlak wordt ingenomen door de doelwinkels. De funwinkels zijn vooral te vinden in de binnensteden, de runwinkels (voor de dagelijkse inkopen) in de wijken en de doelwinkels buitenaf.

Ondanks de wettelijke beperkingen heeft de schaalvergroting zich afgelopen dertig jaar in de Nederlandse detailhandel gestaag doorgezet. Slechts een gering aantal grote ketens en formules bezet een steeds groter deel van de winkelvoorraad en bepalen steeds meer het straatbeeld.

Het Ruimtelijk Planbureau constateert dat de Nota ruimte uit 2004 de provincies en gemeenten meer zeggenschap geeft voor de ontwikkeling van megawinkels aan de stadsranden. Tot 2010 zijn nog geen grote veranderingen te verwachten, gezien de voorbereidingstijd van serieuze ontwikkelingsplannen. Vanaf dat jaar echter zal het bedrijfsleven proberen succesvolle buitenlandse formules naar Nederland over te hevelen. Het Ruimtelijk Planbureau voorspelt dat de opkomst van de megawinkels slechts zal leiden tot een uiterst beperkt aantal extra autokilometers. Voor tegenstanders van de grootschalige winkels is de toename van de verkeersdrukte traditioneel een belangrijk argument.

Het Ruimtelijk Planbureau onderscheidt zes typen megawinkels.

� De Downtown Mall is een groot overdekt winkelcentrum in de binnenstad. Ingezet wordt op pret: een combinatie van funshoppen, horeca, evenementen en vermaak. Deze centra treffen de binnensteden van de omliggende gemeenten. Het grootste verdringingseffect is echter in de eigen stad. Door de gunstige ligging daalt het gebruik van de auto ten gunste van het openbaar vervoer.

� Het wijkcentrum XL: bestaande wijkcentra worden uitgebreid. De oorspronkelijke functie – verzorging van de lokale bevolking – verschuift in de richting van het funshoppen om meer regionaal publiek te trekken. De centra trekken klanten weg uit de binnensteden.

� De PDV Stripmall. De klassieke meubelboulevard verandert in een echt winkelcentrum met een breed aanbod. Gezien hun ligging zuigen ze in hun nieuwe vorm vooral bezoekers weg bij de buurt- en wijkcentra.

� De Megamall: grootschalige winkelcentra te ontwikkelen op strategische plekken in het Nederlandse net van snelwegen. Plezier staat voorop in deze variant. De komst van de megamalls zal vooral sporen trekken in de binnensteden.

� De weidewinkel: locaties buiten de stad met als belangrijkste doel de snelle inkopen voor het dagelijks gebruik. Vooral de buurtwinkels ondervinden concurrentie van de weidewinkel.

� De Big Box Boulevard: winkels gerealiseerd in linten langs de hoofdassen. Er ligt geen duidelijk accent op het inkoopmotief. De winkels hebben voor elk wat wils en trekken hun klanten zowel uit de binnensteden als de wijken. Het autogebruik neemt sterk toe.

Reageer op dit artikel