nieuws

Opstellers Bouwbesluit dekken zich in met juridisch taalgebruik

bouwbreed

den haag – “Het is wel duidelijk dat er in de bouw iets moet gebeuren om het verbruik van fossiele brandstoffen terug te dringen”, onderstreept Vermeer van Verkerk in Zevenaar dat hij niet tegen energiebesparing is. “Je ziet nu de nul-energiewoningen die worden gebouwd. Dat is een interessante ontwikkeling. Ik geloof veel meer in discussies over dat soort dingen.”

Het Bouwbesluit zal die niet teweegbrengen, weet hij. “De eisen worden door de markt niet uitgelegd als ondergrens maar als dé grens, omdat anders de prijs stijgt. Maar zo is het niet bedoeld.”

Projectontwikkelaar R. Beks van het bouw- en ontwikkelingsbedrijf Hendriks Coppelmans uit Uden ziet de bouw van betaalbare woningen verder in de knel komen. “Ik vind niet dat er slechter zou moeten worden gebouwd maar er zijn veel voorschriften die een woning duurder maken terwijl ze misschien niet de dingen regelen waarop bewoners zitten te wachten. Een plafondhoogte van 2,60 en een deurhoogte van 2,30 meter bijvoorbeeld. Misschien hebben sommigen liever een geringere hoogte als dit een lagere prijs oplevert. Of een steilere trap, omdat die minder plaats inneemt.”

Hij mist vooral duidelijkheid. “Ik heb het idee dat vooral de adviesbureaus hier wel bij zullen varen. Met name de epc-berekening is heel ingewikkeld. Verder komen gemeenten bovenop het Bouwbesluit nog met extra eisen, bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid en duurzaam bouwen. Daarover is in het Bouwbesluit niets geregeld. Elke gemeente heeft zijn eigen paradepaardje. Ik zou het allemaal liever centraal geregeld zien.”

Wat Beks betreft wordt er helemaal opnieuw begonnen met als centrale vraag: wat willen we nu eigenlijk allemaal regelen. “Het zal wel een utopische gedachte zijn maar ik denk dat dit de oplossing is. Want er wordt regel op regel gestapeld maar intussen is niet meer duidelijk wat het doel is van al die regels.”

Een afwijkend geluid in dit kleine gezelschap van mensen uit de praktijk verwoordt W. Doorneweerd, technisch directeur van Klaassen Woonstijl uit Dinxperlo, een specialist in houtskeletbouw. “Ik denk dat er veel mensen over me heen vallen als ik dit zeg, maar ik heb geen moeite met het Bouwbesluit. Dat veel bedrijven het te ingewikkeld vinden, komt volgens mij omdat ze er niet in willen duiken. Want het is helemaal niet zo ingewikkeld; het is wel veel. Je moet je er ten minste één keer goed in verdiepen. Dan is het daarna geen probleem meer. Door de materie goed te beheersen, kun je je als bedrijf ook profileren.”

Hij is het er wel mee eens dat er verschillende onduidelijkheden instaan. Die moeten eruit. Het voortbestaan van uiteenlopende brandweereisen is hem ook een doorn in het oog.

Doorneweerd heeft vooral kritiek op de vorm van het Bouwbesluit en geeft daarom wat suggesties om het wat eenvoudiger te maken: “Splits het op, bijvoorbeeld in een deel voor dagelijkse kwesties en een voor specifieke gevallen. Of een voor woning- en een voor utiliteitsbouw. Verder zouden beschrijvingen soms beknopter kunnen. Het taalgebruik is erg juridisch, misschien omdat de schrijvers zich in willen dekken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels