nieuws

Nachtmerries van Prodema-gevelplaat Hpl-plaat Vooral advocaten verdienen aan Prodema Abrupt einde voorkeursbehandeling

bouwbreed

Het Komo-keur is ze afgepakt; de verzekeraar dekt allang de tienjarige garantie niet meer. De Prodema-gevelplaten die lange tijd populair waren vanwege de fraaie houtnerf terwijl ze toch geen onderhoud zouden vergen, vormen inmiddels een molensteen om de nek van menig bouwer. Het begin leest bijna als een jongensboek. Halverwege de jaren negentig patenteert de […]

Het Komo-keur is ze afgepakt; de verzekeraar dekt allang de tienjarige garantie niet meer. De Prodema-gevelplaten die lange tijd populair waren vanwege de fraaie houtnerf terwijl ze toch geen onderhoud zouden vergen, vormen inmiddels een molensteen om de nek van menig bouwer.

Het begin leest bijna als een jongensboek. Halverwege de jaren negentig patenteert de Spaanse fabrikant Prodema een techniek om een laagje echt hout onder te brengen in de bovenkant van zijn gevelplaat. Omdat een nagenoeg onderhoudsvrije gevel wordt beloofd, vindt het product al snel gretig aftrek. Dit is waar iedereen op heeft zitten wachten. Nederlandse architectenbureaus, Tangram voorop, duiken er vol overgave op en passen de platen toe waar ze maar kunnen. In sociale woningbouwprojecten, vrije kavelbouw, maar ook bij scholen, kantoren en winkelpanden. Nederland ziet die Spaanse volkernplaat met een toplaag van fineer wel zitten. Een wereld van verschil met de laffe houtprint die concurrent Trespa bood. De Spanjaarden leveren echt hout in verschillende soorten en kleuren en beloven ook nog eens dat het onderhoudsvrij zou zijn.

Prodema heeft weliswaar eind jaren negentig nog geen Komo-keur, maar dat is dan slechts een kwestie van tijd. De ijverige Nederlandse agent, Mikas in Breda kan overtuigende onderzoeksrapporten overleggen die twijfelaars ras over de streep trekken. En als de altijd wat kopschuwe aannemers te lang bezwaren maken, drukken projectontwikkelaars het wel door, of schrijft de welstandscommissie het materiaal dwingend voor. Het is immers een materiaal waarmee een vriendelijke eenheid aan bouwplannen kan worden gegeven. Prodema is bezig aan een onstuitbare opmars aan de Nederlandse gevels.

Maar de problemen komen eveneens snel. Zoals bij de woningen in deelplan De Hagen van de Woerdense nieuwbouwwijk Snel en Polanen. Daar begint het met zwarte puntjes op de platen aan de zonbelaste kant. Die groeien uit tot vlekken die zich verder uitbreiden, totdat de hele plaat grauw grijs is gekleurd. Soms spoelen ook de pigmenten waarmee het fineerlaagje is gekleurd weg en blijven kleurige strepen achter. Op de website doet de eigenarenvereniging van De Hagen heel gedetailleerd verslag van alle schades. Want die kunnen van woning tot woning sterk verschillen.

Ook bij drie kantoren in de Schenkstrook in Den Haag gaat snel mis. De platen verweren snel en soms lijken ze spontaan te delamineren. Hetzelfde gebeurt bij een multifunctioneel project aan de Vondellaan in Utrecht, en bij nieuwbouwprojecten in Helmond, Venlo, Oosterhout, Veghel en tal van andere plaatsen. De lijst is inmiddels te groot om op te noemen.

De lijst is onverminderd doorgegroeid, ook als Prodema begin 2001 een verbeterde gevelplaat introduceert, de BAQ+. Die is uitgerust met een toplaag van acryl. Dat is beter bestand tegen ultraviolette straling dan de toplaag van phenolhars waarmee de voorganger, de BAQ-plaat was uitgerust. Met de BAQ+ sleept Prodema begin 2001 het felbegeerde Komo-certificaat in de wacht. Dit wordt met veel vlagvertoon uitgereikt op de stand van Kiwa op de Bouwbeurs van dat jaar.

Met de nieuwe gecertificeerde plaat verandert volgens onderzoeker Marc Broertjes van SHR Hout Research wellicht het schadebeeld; maar schade blijft. Broertjes onderzocht de afgelopen jaren vele schadegevallen met Prodema-gevelplaten. Volgens Broertjes heeft de verbeterde BAQ+-plaat als onverwacht probleem dat die uv-bestendige toplaag vanuit de randen snel los laat.

Een enkele gebouweigenaar slaagt erin Prodema alles voor zijn kosten te laten vervangen, maar het gros raakt verstrikt in slepende juridische procedures. Daarbij stelt de eigenaar de projectontwikkelaar aansprakelijk, die aanklopt bij de hoofdaannemer die op zijn beurt het probleem op het bordje van de gevelbouwer dropt. Als laatste wendt die zich tot Prodema of zijn Nederlandse agent Mikas. Dat leidt vaak tot discussies of het materiaal wel volgens voorschrift is aangebracht, zoals ingenieursbureau Naco aan de Schenkstrook in Den Haag ondervindt. Daar zijn bevestigingsbeugels verder dan 7 centimeter van de rand van de kozijnen geplaatst, waardoor de platen bol zijn gaan staan. Maar als dat euvel verholpen is gaan ze lustig verder met verkleuren en delamineren.

Anderen krijgen te horen dat de platen waarschijnlijk bij het verzagen hebben liggen klapperen op de zaagtafel, waardoor de laagjes loskomen en vocht veel gemakkelijker via de randen in de plaat dringt. Geen productiefout kortom, maar een uitvoeringsfout. Met dit verhaal is Prodema wel vaker weggekomen.

Internationaal verkoopmanager Dick Huitema van Prodema, zit duidelijk in zijn maag met de problematiek. Hij werkt nog maar een jaar bij het bedrijf en mag van zijn directie eigenlijk niet praten over de kwestie, maar doet het na enig aandringen toch. Prodema is volgens hem opgehouden met het vervangen van aangetaste platen toen bleek dat de Duitse verzekeraar, waar het bedrijf de tienjarige garantie had ondergebracht, niet bleek uit te keren. “Onder meer vanwege die verzekerde garantie waren we het Komo-traject opgestart, maar dat papiertje bleek dus niet veel waard”, aldus een verongelijkte Huitema.

Voorzitter C.J. van Zalinge van het Garantie-instituut Industriële Producten (GIP) plaatst die opmerkingen in een iets ander daglicht. Zijn instituut bemiddelde bij het vinden van de verzekeraar. Dat bedrijf, NOWM, keerde niet uit toen na onderzoek bleek dat de gevelplaten bij de eerste schadegevallen die bij hen werden gemeld een heel andere laagopbouw kenden dan die waarop de dekking was afgegeven. “Zonder het te melden had Prodema het productieproces gewijzigd en dan houdt het voor een verzekeraar al snel op. Verzekeraars willen wel weten wat ze verzekeren en geven geen blanco cheques af.”

Huitema ontkent die productiewijzigingen niet. Sterker, hij geeft aan dat het zoeken naar een opbouw die maximale bescherming biedt tegen uv-straling en vocht nog steeds niet ten einde is. De Baq+ plaat is nog volop in ontwikkeling en wordt voortdurend aangepast volgens de laatste stand van de techniek. Het summum op het gebied van uv-bescherming is volgens hem een toplaag op melamine-basis, zoals die ook veel in laminaatvloeren wordt toegepast. Technisch is dat voor gevelpanelen nu nog geen haalbare kaart. Ook niet in de gloednieuwe fabriek die Prodema eerder dit jaar opende in het Legoretta aan de voet van de Pyreneeën. Maar de verkoopmanager verwacht dat het over een paar jaar wel lukt.

Het voortdurend aanpassen van de plaatopbouw was ook iets waar Kiwa grote problemen mee had, weet E. Hendriks van de certificeerder. “Elke keer dat onze experts tijdens de halfjaarlijkse audits de fabriek bezochten was er weer iets veranderd aan de laagopbouw. Op een gegeven moment bekroop ons het gevoel dat we bezig waren met productontwikkeling in plaats van met kwaliteitsbewaking. Na een laatste waarschuwing in de vorm van een schorsing begin dit jaar, hebben we het Komo-keur in augustus definitief ingetrokken. Dat is een stap die we maar zelden zetten.”

Op de vraag hoe het kan dat ook het gecertificeerde product zoveel problemen oplevert, blijft Hendriks het antwoord schuldig. Hij verzekert dat een adequate uv-test heeft plaatsgevonden gedurende de voorgeschreven 3000 uur. Dat moet een beeld geven van de veroudering die zich in tien jaar in de praktijk voordoet. “Blijkbaar hebben de proefplaten de tests doorstaan”, aldus Hendriks, “anders hadden ze het Komo-keur nooit gekregen. Die tests werden trouwens elk jaar herhaald om het Komo-keur te kunnen behouden.”

Mede op basis van de ervaringen met Prodema wordt momenteel gewerkt aan een herziening van de beoordelingsrichtlijn. Het gaat om de BRL 4101 deel 4, die handelt over de high pressure laminates, waartoe ook Prodema behoort. Hij wordt aangepast aan een nieuwe Europese systematiek waar de Prodema-achtigen, de volkernplaten met een laagje fineer, buiten blijven. Daarvoor moet een eigen deel bij de BRL worden opgesteld. Maar, zoals dat gaat in normen- en richtlijnenland, is er dan wel een producent die daarvoor zijn nek moet uitsteken.

Huitema geeft aan dat Prodema dat niet zal zijn. De Spaanse fabrikant is niet van zins het onderzoek dat nodig is voor een nieuwe beoordelingsrichtlijn te trekken of te financieren. Ze zijn in de weer met een Spaans testinstituut. Voor activiteiten gericht op de Nederlandse markt heeft Huitema van zijn directie überhaupt geen budget meer gekregen. Op de grote Franse bouwbeurs Batimat begin november richt hij zich met volle overgave op buitenlandse bezoekers, al heeft hij moeite om klagende Nederlandse bouwers die de stand aandoen van zich af te schudden.

Over hoe Prodema van plan is met de bestaande schadegevallen om te gaan, laat hij niets los. Wel is hij bereid als tolk-vertaler op te treden bij een gedachtewisseling met zijn algemeen directeur, maar die ontwijkt die vragen helemaal en benadrukt het innovatieve karakter van het bedrijf, dat heeft geleid tot continue verbetering van het product.

Dat bevestigt precies de angst waar GIP-voorzitter Van Zalinge mee worstelt en die zijn organisatie ertoe bracht niet langer te bemiddelen bij het vinden van een nieuwe verzekeraar.

De technische expert van de verzekeraar is in april nog in de fabriek van Prodema geweest en toen zag alles er pico bello uit. Als hij de voorgeschiedenis niet kende zou Van Zalinge bereid zijn geweest het product zo weer onder te brengen bij een garantieverzekeraar. “Maar Prodema maakt maar niet duidelijk hoe ze de oude schadegevallen wil afhandelen. Daarmee ontstaat een groot moreel risico. Verzekeraars zijn bereid om grote technische risico�s te nemen, maar als ze voor één ding bang zijn, dan zijn dat morele risico�s. Prodema heeft ons ook altijd slecht op de hoogte gehouden van wat er speelde. Nadat ze eenmaal bot hadden gevangen, hebben ze nooit meer nieuwe schademeldingen aan ons doorgespeeld. Dat maakt het er allemaal niet transparanter en aantrekkelijker op voor een verzekeraar.”

Hoe de bestaande schades worden afgewikkeld blijft dus nog gissen. Bij het Garantie Instituut Woningbouw (GIW), de Raad van Arbitrage en bij de civiele rechter lopen tientallen procedures. Maar geen van de betrokkenen is happig om er iets over te zeggen, uit angst het proces te verstoren.

Zo ook het hoofd arbitragezaken van het GIW, Van der Niet. Aan het eind van het gesprek waarin de formele jurist niet meer kwijt wil dan dat er vrij veel arbitragezaken over de gevelplaat lopen, maakt hij een slip-of-the-tongue en heeft het over Problema-platen. Daarmee geeft hij ongewild een duidelijk signaal af hoe diep het zit en hoe intensief hij met de materie bezig is. Het verhaal gaat dat zelfs een rechter tijdens een zitting wel eens deze vergissing heeft gemaakt.

Bij projectontwikkelaars en aannemers gaat het allang niet meer om versprekingen. Zij hebben de eigenlijke productnaam al sinds een tijdje verdrongen en willen het woord liefst ook nooit meer horen. Sommigen krijgen er nachtmerries van.

Prodema-platen behoren tot de zogenoemde hogedruklaminaatplaten, hpl. Ze bestaan uit vellen papier gedrenkt in fenolhars die onder hoge druk en temperatuur op elkaar worden geperst. De bekendste hpl-plaat op de Nederlandse markt is van Trespa. Die fabrikant heeft zich echter nooit gewaagd aan een plaat met een laagje echt fineer erin. Fotoprints en kleurpapier die zij gebruiken hebben minder last van verkleuring en hechten zich gemakkelijker aan het kernmateriaal dan het dunne laagje hout. Al geven velen om esthetische redenen de voorkeur aan het laatste.

De eerste generatie platen van Prodema, de BAQ, hadden ook een toplaag van fenolhars. Die bleek soms poreus te zijn, waardoor water naar binnendrong. Daardoor verweerden en vergrijsden de platen. Ook een speciaal ontwikkelde onderhoudsmethode waarbij de toplaag van de platen wordt gepolijst, haalt weinig uit. Het resultaat is even goed, maar daarna verweren de platen weer net zo snel.

Bij de BAQ+-plaat is die toplaag vervangen door een acryllaag, die in principe beter bestand is tegen inwerking van uv-licht en vocht. Maar de hechting op het fineer leverde een probleem op. Bij sommige projecten kwam de toplaag er als vellen afbladderen, waarmee de beschermende werking ervan verdween.

Prodema bleef experimenteren met de laagopbouw, maar bleef onderwijl wel uitleveren. Vandaar het variërende schadebeeld, dat van project tot project verschilt.

Tientallen zaken lopen er inmiddels in Nederland rondom de gevelplaten van Prodema. Bij het Garantie Instituut Woningbouw, de Raad van Arbitrage of bij de civiele rechter.

Kopers stellen projectontwikkelaars aansprakelijk, die de bal doorschuiven naar aannemers die zich in veel gevallen richten op de gevelbouwer. Uiteindelijk komt het uit bij Prodema, dat al lang is opgehouden de zaken te proberen te verhalen bij verzekeraar NOWM waar het de tienjarige garantie had ondergebracht.

De eigenaren van woningen in de wijk Snel en Polanen in Woerden hebben na lang procederen van Bouwfonds de toezegging gekregen dat de platen worden vervangen. Niet door Prodema-platen maar door Meteon-platen van Trespa, die niet met echt hout maar met een houtprint zijn uitgerust.

Hoewel aannemer Bontenbal uit Reeuwijk destijds bij Bouwfonds expliciet schriftelijk aangaf geen garantie te willen geven op het gevelmateriaal, dat toen nog geen Komo-keur had, probeert Bouwfonds wel degelijk de kosten deels op de aannemer te verhalen en dreigt ook Bontenbal te worden meegesleurd in de juridische procedure.

Op de internationale website van Prodema prijkt ook prominent een project van Rem Koolhaas: Het Carré-gebouw op het Chassé-terrein in Breda. De problemen lijken er bij navraag nog mee te vallen, maar eigenaar corporatie Singelveste bereidt zich voor op het ergste. Langs de randen lijkt vocht in te dringen en op het midden van de sommige gevelplaten zijn paarsige plekken ontstaan. Vanwege de status als referentieproject – wie wil er niet pronken met Rem Koolhaas? – werden verkleurende platen kort na de oplevering snel vervangen door de fabrikant.

Maar aan die voorkeursbehandeling kwam een jaar geleden abrupt een einde. Prodema neemt potentiële klanten inmiddels mee naar nieuwere referentieprojecten. Steeds vaker in het buitenland, waar de nerf en de vlammen van het hout nog scherp aftekenen en niet opgaan in het doffe grijs, zoals bij zoveel al langer geleden opgeleverde projecten.

De bouwer van het complex in Breda, BAM, heeft allang aangegeven 34 probleemplaten te willen vervangen. Ook gevelbouwer Michon is bereid zijn bijdrage te leveren. Maar wel als Prodema ook zijn verantwoordelijkheid neemt. Maar bij de gevelplatenfabrikant krijgen zij al een tijdje nul op het rekest.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels