nieuws

Provincie moet kiezen voor actief grondbeleid

bouwbreed

Provincies en gemeenten worden in het kader van de ontwikkelingsplanologie resultaatverantwoordelijk voor de te behalen basiskwaliteit, met uitzondering van die gebieden die van nationaal belang zijn. Die sturingsfilosofie uit de Nota ruimte heeft grote gevolgen voor de faciliterende en participerende opstelling van complementaire bestuurslagen. Daarbij zal ook de samenwerking met private partners daardoor gestimuleerd worden. […]

Provincies en gemeenten worden in het kader van de ontwikkelingsplanologie resultaatverantwoordelijk voor de te behalen basiskwaliteit, met uitzondering van die gebieden die van nationaal belang zijn. Die sturingsfilosofie uit de Nota ruimte heeft grote gevolgen voor de faciliterende en participerende opstelling van complementaire bestuurslagen. Daarbij zal ook de samenwerking met private partners daardoor gestimuleerd worden.

Publiek-private samenwerking (pps) is een samenwerkingsverband waarbij overheid en bedrijfsleven, met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid, een project realiseren op basis van een heldere taak- en risicoverdeling. Die definitie – afkomstig van het Kenniscentrum pps – hanteert Akro Consult in de onlangs verschenen handleiding over pps en integrale gebiedsontwikkeling voor provincies. De aanleiding is duidelijk. Provincies krijgen – daartoe gestimuleerd en gemandateerd door de Nota�s mobiliteit en ruimte en de op stapel staande wijziging van de Wet op de ruimtelijke ordening – meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het gebied van aanbesteden en regionale gebiedsontwikkeling, maar missen nog praktijkervaring op dit gebied. Daarom is niet alleen een handleiding, maar ook een navigator voor bestuurders en projectleiders opgesteld, waardoor snel tot de essentie van het proces kan worden doorgedrongen. Althans, dat is de bedoeling, want het is duidelijk dat provincies vooral in gebiedsontwikkelingsprojecten zowel initiator als (financiële) participant zullen moeten zijn.

Samen met gemeenten en marktpartijen zullen de provincies optrekken in de initiatief- en realisatiefase. Er is in de handleiding een systematische poging gedaan een praktische vertaling en uitwerking te geven van de vier fasen van gebiedsontwikkeling (initiatief, haalbaarheid, realisatie en exploitatie/beheer); er zijn op basis van de rolopvatting en positiebepaling van de provincies vier modules processtappen opgesteld, die kunnen worden beschouwd als een soort leidraad. Ook zijn er gelukkig wat voorbeelden toegevoegd, waardoor de herkenbaarheid van het proces toeneemt.

De onderscheiden fases worden afgesloten met een beslisdocument, waardoor in ieder geval onderling helderheid blijft bestaan, ook over de nog onduidelijke en uit te zoeken aspecten. Zo zal het beslisdocument in de initiatieffase niet alleen een heldere projectomschrijving moeten geven, ook zal dit document een identificatie geven van de beschikbare (publieke) middelen (uitkomsten �businesscase�) en inzicht geven in de bestuurlijke en financiële stand van zaken. Het is dan meteen duidelijk of het eigen huis op orde is.

Ook knelpunten, risico�s en een globale bepaling van het gewenste projectresultaat behoren daarin beschreven te zijn. Van belang is ook zorgvuldig te zijn in de analyse en geen partijen uit te sluiten “buiten het proces waar het project van afhankelijk is, maar waarvan de betrokkenheid op dit moment even niet uitkomt”. En “ben je bewust van het feit dat marktpartijen zich melden – ook in de beginfase – en acties ondernemen zoals grondaankopen, opstalverwervingen en dergelijke; bedenk dan een procedure om deze acties te kanaliseren. Biedt marktpartijen een moment waarop er gepraat kan worden. Dit kan bijvoorbeeld de marktconsultatie zijn”. Kortom, communiceer niet alleen intern, maar planmatig en met als doel om het proces te versnellen en transparant te maken.

Een kernprobleem bij gebiedsontwikkeling is evenwel nog steeds het grondeigendom. “Voor de uitvoering van een project is een grondeigendom van groot belang. Omdat de provincie onder de huidige wetgeving op dit terrein bevoegdheden mist, is het van groot belang dat zij ofwel zelf minnelijk gronden verwerft en daartoe een grondbank opricht, dan wel dat bevoegdheden door gemeenten worden uitgeoefend in overleg met de provincie. In een publiek-publieke overeenkomst is dit een belangrijk onderwerp.

Faciliterend

Op basis van alle projectkenmerken zal de provincie (net als gemeenten) moeten kiezen voor een actief dan wel faciliterend (passief) grondbeleid”, aldus Akro Consult. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt die overdracht of samenwerking nog wel eens een brug te ver. Daardoor stagneren op het oog kansrijke pps-projecten helaas nog wel eens. Van bovenaf ingrijpen – via aanwijzingen van de rijksoverheid – is dan eigenlijk geen optie meer.

Akro Consult (2005): Handleiding publiek-private samenwerking & integrale gebieds-

ontwikkeling voor provincies

Ministerie van Financiën, Den Haag, 222 blz.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels