nieuws

Innovatie

bouwbreed Premium

Op bijeenkomsten over innovaties blijkt lang niet iedereen hetzelfde te verstaan over dit onderwerp. Sommigen noemen iedere vernieuwing en zelfs de mogelijkheid van een vernieuwing een innovatie. Het kan gaan om een product, een halffabrikaat, maar ook om een proces. Veel ideeën worden niet omgezet in concrete toepassingen en blijven steken in een prototype of […]

Op bijeenkomsten over innovaties blijkt lang niet iedereen hetzelfde te verstaan over dit onderwerp. Sommigen noemen iedere vernieuwing en zelfs de mogelijkheid van een vernieuwing een innovatie. Het kan gaan om een product, een halffabrikaat, maar ook om een proces. Veel ideeën worden niet omgezet in concrete toepassingen en blijven steken in een prototype of komen zelfs niet verder dan de tekentafel.

Ook in de bouw is dit het geval. In aansluiting hierop wordt dikwijls de klacht geuit, dat de bouw wars is van innovaties. Veel bouwers negeren vernieuwingen en blijven vasthouden aan al lang bestaande praktijken. De markt pikt de nieuwigheden niet op.

Ik vind het een wat wonderlijke opvatting om bouwbedrijven te verwijten niet in te spelen op vernieuwingen. Zou het soms komen door een gebrek aan toepassingsmogelijkheden en een gebrek aan rendement, waardoor zogeheten innovaties blijven liggen? Bouwen is niet alleen een technisch, maar ook een economisch proces. Dit betekent dat een voortdurende afweging wordt gemaakt bij het kiezen van bouwmethoden en materialen. Bij gegeven kwaliteit bepaalt normaal gesproken de laagste prijs waar de keuze op valt. Economische voordelen geven dus de doorslag. Innovaties zijn daarom in mijn ogen is er alleen de vernieuwingen die op – economische gronden – werkelijk worden toegepast. Soms kan de overheid andere overwegingen hebben om vernieuwingen toe te passen en die maakt dat dan mogelijk door het verschil tussen kosten en opbrengsten bij te passen. De betrokken bedrijven draaien dan economisch toch rond. Voorbeelden zijn de ontwikkeling van windenergie of het oplossen van de mestproblematiek.

Innovaties worden dus alleen toegepast door bedrijven vanwege het behalen van een concurrentievoordeel. Dit voordeel kan bestaan uit een meer doelmatige werkwijze, het aanbieden van bouwwerken met nieuwe snufjes, maar vooral meer voor hetzelfde geld of hetzelfde voor minder geld. In dit kader heersen er nog wel meer wonderlijke opvattingen. Sommigen zijn van mening, dat de bouw te weinig innoveert, omdat er geen geld is om dit te doen. Dit lijkt mij een omkering van de werkelijkheid. De innovaties zijn juist bedoeld om geld te verdienen. Er dient te worden geïnvesteerd om nieuwe combinaties van kapitaal en arbeid tot een goedkoper productieproces te scheppen. Zo goed als er geïnvesteerd moet worden om nieuwe producten te maken. Daar zijn risico�s aan verbonden. De uitkomst van de speurtocht naar nieuwe dingen is ongewis. Het beschikbaar stellen van middelen om een innovatieproces op gang te brengen zal dikwijls pas gebeuren na een marktverkenning en een afweging van de risico�s. Op zijn minst moet het idee bestaan dat er straks wat te verdienen is. De samenstelling van de bedrijfstak, de marktstructuur en de kans op toepassing van nieuwe zaken op een voldoende schaal spelen bovendien een belangrijke rol bij de afweging van de kans op daadwerkelijke invoering van het nieuwe.

Onderzoek van het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB) laat zien dat bouwbedrijven geen aversie hebben tegen nieuwe ontwikkelingen. Een flink aantal bedrijven kent zichzelf een rol toe bij het initiëren van vernieuwingen. Meestal gaat het daarbij om kleinere stappen. Grotere stappen vinden dikwijls hun oorsprong in de toeleverende industrie, waarbij schaalgrootte en afzetmogelijkheden, ook over de grens, een rol spelen.

Bouwbedrijven en in het bijzonder de hoofdaannemers daaronder hebben in de loop van de tijd een deel van hun toegevoegde waarde afgestaan aan de industrie. Arbeid bij bouwbedrijven is ingeleverd voor machines bij de toeleveranciers. In termen van toegevoegde waarde per werkende scoort de bouwnijverheid daardoor negatief. Zie je het als een communicerend vat, zoals het hoort, dan zijn de bouwbedrijven productiever geworden. En zo zal het ook in de toekomst gaan.

Buur Consultancy,

a.buur@hccnet.nl

Reageer op dit artikel