nieuws

Aannemer krijgt bij meer verplichtingen te maken met groeiende aansprakelijkheid

bouwbreed

Wat betekent het aangaan van een design and construct overeenkomst voor het aanvragen van een bouwvergunning? Is dat een verplichting van de aannemer? En hoe zit het met de kennis van de opdrachtgever betreffende de (on-)mogelijkheden van het plan; is die kennis relevant? Aannemer G sluit met opdrachtgevers E en M een overeenkomst voor het […]

Wat betekent het aangaan van een design and construct overeenkomst voor het aanvragen van een bouwvergunning? Is dat een verplichting van de aannemer? En hoe zit het met de kennis van de opdrachtgever betreffende de (on-)mogelijkheden van het plan; is die kennis relevant?

Aannemer G sluit met opdrachtgevers E en M een overeenkomst voor het ontwerp en de bouw van een woon- annex kantoorruimte in november 1999 op grond toebehorend aan de opdrachtgevers. De aannemer neemt op zich om de bouwvergunning aan te vragen. In januari 2001 wordt een bouwvergunning aangevraagd. Deze wordt vervolgens ingetrokken in november 2001 voorafgegaan door een nieuwe aanvraag in oktober 2001. Opdrachtgevers worden in december 2001 met deze nieuwe aanvraag geconfronteerd door de gemeente, maar hebben op dat moment nog geen nieuwe kostencalculatie ontvangen. De aanvraag betrof nu niet meer een kantoor en woonhuis onder een kap, maar een woonhuis met een ondergeschikte kantoorfunctie. Opdrachtgevers ontbinden daarop de overeenkomst, want zo stellen zij de aannemer schoot toerekenbaar tekort in de nakoming van zijn verplichtingen. De aannemer stelt dat opdrachtgevers dat niet mogen doen en beschouwt de ontbinding als een eenzijdige opzegging en vordert in een procedure betaling van de schade die hij lijdt.

De Raad van Arbitrage oordeelde over deze zaak op 20 oktober 2005 in de uitspraak genummerd 25.603. Hij stelde daarbij de opdrachtgevers in het gelijk.

Bedenkingen

Waarom schoot de aannemer tekort? Opdrachtgevers verwijten de aannemer concreet dat hij zich al in 1999 op de hoogte had moeten stellen van het bestemmingsplan. Dan had hij gezien dat er een uitwerkingsplan ter inzage lag waarin het perceel van opdrachtgevers werd bestempeld met �gemengde bebouwing I�. Deze kwalificatie betekent dat het bouwen van een woonhuis en annex kantoorruimte niet kon. De aannemer had tegen dit plan bedenkingen kunnen uiten, waarna de bestemming gewijzigd had kunnen worden en wel een bouwvergunning verstrekt had kunnen worden.

Arbiters beginnen met het benoemen van de overeenkomst tussen partijen. Dit is een design and construct contract, want aannemer zorgt immers voor ontwerp en uitvoering.

Verder constateren arbiters dat aannemer ook nog op zich genomen heeft om de bouwvergunning aan te vragen. Daarom is het de taak van aannemer om bij het vervaardigen van het ontwerp rekening te houden met en onderzoek te doen naar de geldende publiek- en privaatrechtelijke voorschriften, waaronder het bestemmingsplan. Aannemer had dan wel een bestemmingsplan van opdrachtgevers overhandigd gekregen, maar dat dateerde van 1993. Nu de aannemer dat kreeg in 1999 had hij na moeten gaan of inmiddels sprake was van wijzigingen of van een uitwerking van dit oude plan.

Aannemer verweert zich tegen dit verwijt: opdrachtgevers waren zelf op de hoogte van de (on-)mogelijkheden van het plan; zij hadden zelf informatie ingewonnen en op grond daarvan van het begin af aan geheel op de hoogte van de situatie. Arbiters wijzen dit verweer van de hand. De feitelijke juistheid ervan is niet vastgesteld. Van belang voor derden is de volgende overweging: de enkele omstandigheid dat opdrachtgever zich wellicht op onderdelen met de procedure hebben beziggehouden heeft aannemer geenszins ontslagen van zijn verplichting een en ander zelfstandig te onderzoeken en tijdig de nodige stappen te ondernemen. Hij had nu eenmaal de verantwoordelijkheid voor het ontwerp en voor het verkrijgen van de woning op zich genomen.

Verantwoordelijkheid

Het komt in de praktijk natuurlijk vaak voor dat een opdrachtgever over informatie beschikt die van belang kan zijn voor de aannemer. De vraag rijst dan: moet hij deze ter beschikking stellen? En als hij deze ter beschikking stelt, hoe zit het dan met de verantwoordelijkheid voor die informatie?

De Nederlandse standaard voor geïntegreerde contracten (UAV-GC 2005) bepaalt in par. 3 lid 1 onder andere dat de opdrachtgever er voor zorgt dat de opdrachtnemer tijdig beschikt over alle informatie waarover de opdrachtgever beschikt voor zover die informatie noodzakelijk is voor de opdrachtnemer. In lid 2 wordt dan bepaald dat de opdrachtgever voor de inhoud van die informatie verantwoordelijk is. In de toelichting wordt over deze bepaling opgemerkt dat de opdrachtgever niet zomaar alle informatie die hij heeft ter beschikking moet stellen, maar dat het gaat om die informatie waarover de opdrachtnemer niet zelf kan komen te beschikken. In ons geval ging het niet om informatie die noodzakelijk was voor de aannemer, want hij had die immers zelf makkelijk kunnen verkrijgen. Maar de verplichting dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor wat hij ter beschikking stelt, vinden we wel terug in het verweer van de aannemer en het oordeel van arbiters.

De verantwoordelijkheid opdrachtgever ontslaat de aannemer niet van zijn eigen verantwoordelijkheid, zo oordelen arbiters. Aangenomen kan dan ook worden dat de verplichting onder de UAV-GC 2005 (weliswaar niet aan de orde in deze zaak) toch genuanceerd zal worden bekeken door arbiters. Ook hier gaat het om het subtiele samenspel van medewerkingsverplichtingen over en weer, waarbij gedragingen soms zo zeer op elkaar betrokken zijn dat in veel gevallen niet zomaar een �hard and fast rule� gegeven kan worden: het is of de gehele verantwoordelijkheid voor de ene of de andere partij. Wel is het zo dat naarmate een van partijen, in ons geval de aannemer, meer verplichtingen op zich neemt, hij daarmee ook meer uiteindelijke aansprakelijkheid op zich neemt, ook al rusten op de opdrachtgever ook verplichtingen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels