nieuws

Zeeuwse trots brak met bouwtradities Zeelandbrug in cijfers

bouwbreed Premium

den haag – De langste brug van Europa is de Zeelandbrug al lang niet meer, maar het hart van menig Zeeuw gaat nog steeds sneller kloppen als hij over de voormalige tolbrug rijdt. Op 15 december bestaat Zeelands trots veertig jaar.

Koningin Juliana opende op 15 december 1965 de ruim 5 kilometer lange verbinding – die toen nog Oosterscheldebrug heette – tussen Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland. Een reizende tentoonstelling geeft dit najaar in Zeeland een beeld van de bouw en de betekenis van de brug van voorgespannen beton.

Weliswaar werd in de Nederlandse bruggenbouw al gebruikgemaakt van voorgespannen beton, maar toch waren het ontwerp en bouwmethode van de Zeelandbrug ruim veertig jaar geleden heel bijzonder door de verdere uitwerking van betrekkelijk nieuwe technieken. Dat stelt C. Steur, projectleider onderhoud van de Zeelandbrug van de provincie Zeeland.

Kokerelementen

De brug, gebouwd door Van Hattem en Blankevoort en de Amsterdamse Ballastmaatschappij (later Ballast Nedam), bestaat uit gewapend betonnen kokerelementen: vijftig identieke pijlers, twee landpijlers en twee elementen met elk twee pijlers voor de basculebrug. Steur: “De segmenten zijn allemaal op het land gemaakt. Er is zo min mogelijk beton gestort boven het water om weer en wind zo veel mogelijk uit te schakelen.”

Sommige segmenten werden samengevoegd op het fabrieksterrein in Kats, dat daarvoor speciaal was ingericht. Andere segmenten gingen op drijvende bakken rechtstreeks naar de bouwplaats. Uiteindelijk werden alle onderdelen daar gekoppeld door middel van voorspankabels, zowel de verbindingen van caisson met palen, pijler met caisson als brugligger met pijler.

Straalkachels

De Zeelandbrug is gebouwd in opdracht van de provincie Zeeland, die op korte termijn een goede verbinding wilde tussen Schouwen-Duiveland en de rest van Zeeland. Het zou immers nog jaren duren voordat de Deltadam – de uiteindelijke Oosterscheldekering – klaar zou zijn, terwijl de oplevering van de Grevelingendam tussen Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee al voor eind 1965 was bedacht. De provincie vreesde dat Schouwen-Duiveland zich in die tussenliggende periode helemaal op Zuid-Holland zou oriënteren.

De bouwkosten – 77 miljoen gulden – zouden volgens de berekeningen door tolheffing in 1978 zijn terugverdiend. Doordat de brug veel minder verkeer trok dan verwacht, lukte dat pas in 1993.

De tentoonstelling over de totstandkoming van de Zeelandbrug laat zien dat inventieve oplossingen soms nodig waren. Zo begon de bouw in de koude winter van 1963. De extreme vorst stelde de bouwers voor problemen, maar omdat de provincie erop gebrand was de brug ongeveer tegelijkertijd met de Grevelingendam op te leveren, ging de bouw gewoon door. Om toch sleuven te kunnen graven voor het storten van beton gebruikten de bouwers enorm grote straalkachels. En de ijsschotsen in de werkhaven aan land werden opgeblazen met dynamiet.

Om de pijlers van de brug op de juiste afstand van elkaar te zetten werd een bijzonder hulpmiddel ingezet: een 95 meter lange pianosnaar van 1,5 millimeter dik. De koplampen uit een �lelijke eend� fungeerden als lichtenlijn om de pijlers netjes op een rij te kunnen zetten.

In veertig jaar tijd heeft de Zeelandbrug behalve het reguliere onderhoud ook al enkele grondige renovaties achter de rug. Eind jaren zeventig ontstond de eerste schade aan het betonwerk. Vooral de lokale roestplekken en de afgesprongen dekking op de liggers en pijlers bleken ernstig. “We hebben dat opgelost door een coating aan te brengen op de liggers en de pijlers”, aldus Steur. Dat werk is uitgesmeerd over een periode van ruim tien jaar om de kosten te verdelen. De schade was het gevolg van ingedrongen chloride in combinatie met de geringe betondekking op het wapeningsijzer.

Bij het ontwerp van de brug was men er immers vanuit gegaan dat het zeewater van de Oosterschelde zoet zou worden na de aanleg van de beoogde Oosterscheldedam. In plaats van de dam kwam er echter een stormvloedkering die zout water gewoon doorlaat. De wapening van de brugliggers heeft maar 2 centimeter betondekking. Uitgaande van zeewater zou volgens Steur wel 5 centimeter nodig zijn.

Inmiddels is eerder dit jaar ook al weer groot onderhoud uitgevoerd aan de coating op de liggers. Er is een speciale laagwerker ontworpen voor het onderhoud aan de brug. De laagwerker is eigendom van de provincie, maar kan worden gebruikt door de verschillende aannemers die het onderhoud uitvoeren.

Vijf jaar geleden is het wegdek van de brug onder handen genomen. Het asfalt is vernieuwd en vanwege de veiligheid zijn de leuningen aan weerskanten van de rijbanen vervangen door betonnen barriers. Die maatregelen moeten voorkomen dat voertuigen bij een ongeval van de brug afvallen, zoals ooit gebeurde met een vrachtwagen. Een speelgoedbeertje bevestigd aan de brug herinnert nog steeds aan een ander dodelijk ongeluk. Jaarlijks is de provincie gemiddeld 1 miljoen euro kwijt aan onderhoud van de Zeelandbrug.

Lengte: 5022 meter

Aantal overspanningen: 52

Lengte overspanningen: 95 meter

Hoeveelheid beton: 130.000 m3

Hoeveelheid betonstaal: 7.400 ton

Hoeveelheid voorspanstaal: 3.300 ton

Belangrijk hulpmiddel: de Snip, een speciaal gemaakte drijvende bok met een hefvermogen van 500 ton en een draagvermogen van 1250 ton. De bok is vernoemd naar de toenmalige directeur van Provinciale Waterstaat Zeeland.

Aantal werknemers: bijna 600

Bouwongevallen: één werknemer kwam om na een val in de diepe kelder van de basculebrug.

De tentoonstelling over de Zeelandbrug, samengesteld door de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, is nog tot en met 30 oktober te zien in het Stadhuismuseum in Zierikzee. Daarna van 4 november tot 25 november in Dorpshuis De Brug in Colijnsplate en van 1 tot en met 23 december in het provinciaal informatiecentrum aan de Nieuwe Brug in Middelburg.

Reageer op dit artikel