nieuws

Verbeteren arbeidsomstandigheden kwestie van lange termijn

bouwbreed Premium

Gelet op de oorspronkelijke doelstellingen is het in oktober beëindigde Arboconvenant Bouw geen doorslaand succes. De verwachting is echter reëel dat de uitstraling naar de toekomst zodanig is, dat het eindoordeel toch nog positief uitpakt, zegt Cees van Vliet. Het verbeteren van de arbeidsomstandigheden is immers ook een kwestie van de lange termijn.

In oktober is het Arboconvenant Bouw afgesloten. Binnenkort maken de convenantpartijen (werkgevers, werknemers en de overheid) de resultaten van de evaluatie bekend en wordt gesproken over het borgen van de activiteiten binnen de bestaande infrastructuur van de bouw.

De evaluatie hoeft niet te worden afgewacht om conclusies te trekken over het effect van de activiteiten van de afgelopen vier jaar. Uit de diverse tussenrapportages blijkt namelijk al dat geen van de vooraf gestelde doelen is gehaald. Een domper? Jazeker, want bij convenanten gaat het natuurlijk om het resultaat. Toch wil ik het Arboconvenant Bouw niet als mislukt beschouwen. Op veel gebieden is grote vooruitgang geboekt. Zoals binnen Anders organiseren, een project in het kader van het onderwerp werkdruk. Dit project heeft verrassende resultaten opgeleverd, onder andere de wetenschap dat er onder werkgevers grote bereidheid is om de bestaande processen in hun bedrijf kritisch te bekijken.

Ook is veel bereikt bij het verminderen van de stofblootstelling. Er zijn diverse prototypen voor stofarm handgereedschap ontwikkeld en een groot aantal stofarme methodes onderzocht. Bij fysieke belasting zijn minder spectaculaire resultaten te zien. Op dit vlak is vooral veel kennis opgedaan en voorlichting gegeven. Tot concrete verbeteringen in de praktijk hebben de inspanningen helaas niet geleid, hoewel binnen het project �Hulpmiddelen helpen� alle in de bouw gebruikte hulpmiddelen overzichtelijk in kaart zijn gebracht en onderzocht op hun werking in de praktijk. De vraag blijft hoe het kan dat de doelen uit het convenant niet zijn bereikt. De verklaring is simpel: de lat lag op alle gebieden te hoog. Dit is de convenantpartijen ten zeerste aan te rekenen, maar ook het bureau dat bij de voorfase betrokken was. In deze periode is vooral aandacht besteed aan de onderlinge verhoudingen tussen de convenantpartijen en is het realiteitsgehalte van de gestelde doelen onderbelicht gebleven.

Het is vooral te danken aan de goede samenwerking tijdens de looptijd van het convenant dat er toch een aansprekend resultaat is geboekt. Dit is deels ook te danken aan het slimme van de vorm van convenanten. Binnen deze vorm van samenwerken zien werkgevers- en werknemersorganisaties zich in belangrijke mate door de overheid gesteund. Deze neemt immers de helft van alle inspanningen voor zijn rekening. Voor de overheid zijn convenanten een goede manier om invloed uit te oefenen. Tevens bieden convenanten de beleidsmakers een kijkje in de keuken van de bedrijfstak, waar het gaat om de arbeidsomstandigheden. Vooral bij kwarts, maar ook bij de andere onderwerpen uit het convenant, verwacht ik veel van de toekomstige uitstraling van de verschillende activiteiten. Hoe groot deze precies zal zijn, is koffiedik kijken. In elk geval mag de nodige nawerking worden verwacht. Zoals een toename in het gebruik van hulpmiddelen (dankzij een website met arbovriendelijke hulpmiddelen die binnenkort wordt gelanceerd) en enkele nieuwe stofarme gereedschappen (dankzij de prototypen die zijn ontwikkeld).

Veel zal afhangen van de bereidwilligheid bij de bedrijven, maar ook van de leveranciers die de gereedschappen in productie zullen nemen. Daarbij moet via opleidingen en trainingen het nodige worden gedaan met de resultaten van Anders organiseren. In het geval van dit project is acceptatie binnen de bedrijven een eerste vereiste. Er moet altijd draagvlak zijn voor activiteiten die leiden tot veranderingsprocessen.

Het voortzetten van de activiteiten is van groot belang voor de arbeidsomstandigheden in de bouw. Arbouw heeft van de sociale partners de belangrijke opdracht gekregen om te zorgen voor een goede borging van de positieve resultaten van het convenant. In de afgelopen vier jaar zijn belangrijke ontwikkelingen in gang gezet die niet mogen verzanden, maar op lange termijn het gewenste effect moeten sorteren. Dit heeft alle kans van slagen. Het verleden heeft al vaker uitgewezen dat het verbeteren van de arbeidsomstandigheden geen kwestie is van de korte termijn.

Veel zal afhangen van de bereidwilligheid bij bedrijven

Reageer op dit artikel