nieuws

Terugkerende waarschuwingsplicht

bouwbreed Premium

De waarschuwingsplicht van de aannemer blijft een terugkerend onderwerp in de jurisprudentie van de Raad van Arbitrage. Onlangs verscheen in het augustusnummer van Bouwrecht een hele reeks uitspraken over dit onderwerp, en ook recentelijk sprak de Raad zich wederom uit over de waarschuwingsplicht. Omdat de invulling van de waarschuwingsplicht juridisch zeer interessant is, maar ook voor de dagelijkse praktijk van het bouwen van groot belang gaatEvelien Bruggeman nader in op de beschrijving van RvA 30 augustus2005, nr. 26.126.

Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een bedrijfsgebouw. Aanvankelijk had opdrachtgever een bestek laten vervaardigen door een architect en het werk op uitnodiging aanbesteed. Omdat zelfs de laagste inschrijver boven het budget inschreef, heeft opdrachtgever met behulp van een adviesbureau enkele constructieve wijzigingen in het oorspronkelijk ontwerp doorgevoerd. Deze wijzigingen bestaan uit het vervangen van een groot aantal funderingspalen onder een gedeelte van de begane grondvloer door een gestabiliseerd zandbed en een lichtere opbouw in combinatie met relatief geringe vloerbelasting.

De paalfundering bleef gehandhaafd onder de bedrijfshal zelf en onder de scheidingsmuur tussen magazijn, werkplaats en showroom. Vervolgens is aannemer benaderd om het gewijzigde ontwerp uit te voeren.

Opdrachtgever is voor aanvang van de werkzaamheden door aannemer gewezen op mogelijke zetting (zakking) van niet onderheide vloervelden ten opzichte van de wel onderheide betonbalken. Tijdens de bouw zijn vervolgens ook zettingen van 2 tot 3 mm van de begane grondvloer geconstateerd door partijen. Het werk is in december 2000 opgeleverd. In april 2001 is het pand in gebruik genomen. Hierna zijn de niet onderheide delen van de begane grondvloer verder verzakt. In opdracht van opdrachtgever is door een schade-expert onderzoek gedaan naar de verzakking van de vloer. Deze komt tot de conclusie dat de verzakking het gevolg is van het weglaten van de funderingspalen.

Voor de Raad stelt opdrachtgever dat aannemer krachtiger had moeten waarschuwen dan hij heeft gedaan. Hij had moeten aangeven dat sprake kon zijn van een verzakking in centimeters. Aannemer heeft gesproken over “enige zetting”, wat volgens opdrachtgever enkele millimeters inhoudt. Gezien haar bouwtechnische deskundigheid en het feit dat zij met de bouwgrondcondities ter plaatse bekend mag worden verondersteld had aannemer, opdrachtgever de uitvoering van de constructiewijziging ten stelligste moeten afraden of uitdrukkelijk moeten waarschuwen voor een vergaande verzakking en eventuele aansprakelijkheid terzake uitdrukkelijk van de hand moeten wijzen.

Aannemer stelt zich op het standpunt dat, zo er op haar al een waarschuwingsplicht rustte, zij daaraan heeft voldaan. Volgens hem was het de taak van de eigen deskundigen van opdrachtgever om opdrachtgever te waarschuwen. Arbiters stellen allereerst dat de opdrachtgever de verantwoordelijkheid draagt voor de door of namens hem voorgeschreven constructies en werkwijzen, waaronder ook valt de invloed van de bodemgesteldheid daarop.

Arbiters hebben het palenplan en een sonderingsrapportage bekeken. Het gaat om een ingepolderd gebied, dat in 1997 of 1998 bouwrijp is gemaakt door er met de wagen zand op te kiepen.

Volgens arbiters is het aannemelijk dat de zandlaag van (grote) invloed is op de mate waarin er zettingen optreden. Het gaat om zand op slappe grond, die inklinkt door de druk. Vast staat dat aannemer opdrachtgever heeft gewaarschuwd voor mogelijke zetting. Nu opdrachtgever was gewaarschuwd, kan niet stellen dat zij ervan uitging dat het wel mee zou vallen met de verzakking. De waarschuwing had voor opdrachtgever aanleiding moeten zijn (destijds al) een nader onderzoek in te stellen.

Op één onderdeel van de verzakking acht de arbiter opdrachtgever wel aansprakelijk. Tijdens de bezichtiging blijkt dat de niet onderheide delen van de vloer ongeveer 5 tot 10 centimeter zijn gezakt ten opzichte van de wel onderheide delen. De schade aan het casco hierdoor is zeer beperkt, wel is grote schade ontstaan aan de wanden van de toiletgroep en het uitgiftemagazijn. Die staan gedeeltelijk op onderheide vloerdelen en gedeeltelijk op niet onderheide delen en zijn niet (voldoende) gedilateerd bij de aansluiting op de onderheide gebouwdelen, waardoor onnodige schade optreedt. Arbiters achten dit wel verwijtbaar omdat aannemer op de hoogte was van de mogelijkheid van verzakking. Er is sprake van een verborgen gebrek waarvoor aannemer wel aansprakelijk is.

Opdrachtgever stelt nog dat tussen partijen een schriftelijk �herenakkoord� tot stand is gekomen over het zakken van de vloer en de schadeafwikkeling. Volgens opdrachtgever dient dit herenakkoord te worden aangemerkt als expliciete aanvaarding van aansprakelijkheid. Arbiters constateren dat het gaat om een brief van aannemer aan opdrachtgever, waarin aannemer aangeeft dat opdrachtgever haar voor het werk nog een bedrag van bijna 9.500 Nederlandse guldens exclusief btw, verschuldigd is. Onderaan deze brief is met de hand bijgeschreven dat het bedrag wordt afgerond op 8000 Nederlandse guldens exclusief btw in verband met het verzakken van de vloer. De tekst is door beide partijen voor akkoord ondertekend.

Dat aannemer heeft ingestemd met een korting op de eindafrekening in verband met het zakken van de vloer betekent volgens arbiter nog niet dat hij aansprakelijkheid erkent. In geval van erkenning van aansprakelijkheid zou het meer voor de hand hebben gelegen wanneer het gehele bedrag was verrekend.

Tot slot stelt opdrachtgever dat door aannemer afgesloten CAR-verzekering een aanknopingspunt biedt om aannemer aansprakelijk te achten voor de schade. Arbiter is van mening dat het feit dat aannemer verzekerd is, geen grond oplevert voor aansprakelijkheid. Over de schadevergoeding oordeelt arbiter dat aannemer dient op te draaien voor de schade aan de wanden van de toiletgroep en het uitgiftemagazijn. Deze kosten worden geschat op à 75 euro per vierkante meter, en ex aequo et bono bepaald op een bedrag van 5.625 euro inclusief btw. De overige schade dient voor rekening van opdrachtgever te blijven.

Reageer op dit artikel