nieuws

Heldere veiligheidsregels voor opdrachtgevers gewenst

bouwbreed

De Arbowetgeving staat in de steigers. De SER vraagt om heldere doelstellingen en grenswaarden, die er nu te weinig in staan. Staatssecretaris Van Hoof is het daarmee eens. Wat gaat dit betekenen voor de verplichtingen van een opdrachtgever die wil gaan bouwen? Want als er volgens Han Knegt één onderwerp is dat heldere doelstellingen ontbeert, is het veiligheid in de ontwerpfase.

De overheid beseft gelukkig dat zij moet beginnen met verbetering van het taalgebruik. Probeert u dit wetsartikel eens te lezen, maar vooral te bevatten: “In de studie-, de ontwerp- en de uitvoeringsfase van het ontwerp van een bouwwerk worden bij de bouwkundige, technische of organisatorische keuzen in verband met de planning van de verschillende onderdelen van het bouwwerk of de fasen waarin het bouwwerk of de onderdelen daarvan tot stand worden gebracht, alsmede bij de raming van de duur van deze onderdelen of fasen, de artikelen 3, 5 eerste en derde lid, en 8 van de wet in acht genomen”. Het artikel gaat nog een tijdje door, maar dat zal ik u besparen. Ik weet niet hoe u deze tekst ervaart, maar na drie keer lezen geef ik het op. Het is je reinste stadhuistaal. En dit wetsartikel behelst nota bene de kern van de beoogde bronaanpak: het in een vroeg stadium onderkennen van arborisico�s die voortvloeien uit het ontwerp, ze vervolgens wegen en wegnemen waar dit redelijkerwijs mogelijk is.

Ontsnappingsroute

Voorzover dit niet lukt moeten de risico�s in een veiligheids- en gezondheidsplan (V&G-plan) worden beschreven, zo mogelijk met suggesties voor oplossingen. De uitvoerende partij moet dit verder in goede banen zien te leiden.

Het genoemde wetsartikel – al sinds 1994 van kracht – is inhoudelijk niet verder ingevuld.

Een opdrachtgever heeft geen concrete verbodsbepalingen, bijvoorbeeld om geen schadelijke stoffen of werkmethoden voor te schrijven. Er zijn ook geen bepalingen over een reële planning, de minimale omvang van het bouwterrein en het voorkomen van gevaren van buitenaf, zoals verkeer over het bouwterrein (of er onmiddellijk naast) en gevaarlijke onder- of bovengrondse leidingen. Daardoor heeft het geciteerde artikel een vrijblijvend karakter. Een opdrachtgever of ontwerper kan er met een grote boog omheen lopen. Bovendien is er een papieren ontsnappingsroute: benoem in de ontwerpfase een V&G-coördinator (er zijn geen kwalificatie-eisen) en zorg tijdig voor een V&G-plan, V&G-dossier (voor een veilig beheer in de gebruiksfase van het object) en een kennisgeving aan de Arbeidsinspectie.

Bevat de aannemingsovereenkomst ook nog V&G-bepalingen, dan gaat de boete van de Arbeidsinspectie de deur van de opdrachtgever voorbij, hoe pover de inhoud van die papieren stukken ook moge zijn. U hoort mij niet zeggen dat dit euvel eenvoudig is op te lossen. Het probleem is dat het arbeidsomstandighedenrecht vooral is gericht op de relatie werkgever-werknemer.

De Arbeidsinspectie wendt zich bij wetshandhaving primair tot de werkgever, die zijn personeel zo goed mogelijk moet beschermen tegen veiligheids- en gezondheidsrisico�s. De opdrachtgever is hierbij een vreemde eend in de bijt. Hij kan wel worden beboet als hij verzuimt een V&G-plan te laten opstellen (900 euro), maar niet als hij bijvoorbeeld te zware bouwmaterialen voorschrijft, die door de aard van het ontwerp alleen handmatig kunnen worden verwerkt of geplaatst. Ook niet als hij de uitvoerende partij met een planning confronteert die zo krap is dat hij arborisico�s introduceert. Denk aan ruwbouw die nog volop aan de gang is terwijl men daaronder al gevels aan het afmonteren is. Ingrijpen is bovendien moeilijk omdat de opdrachtgever op het moment dat dit soort gevaren zich manifesteren – formeel gezien – allang uit beeld is.

Na aanbesteding, of bij andere contractvarianten bij start bouw, heeft de opdrachtgever geen verplichtingen meer, behalve de overdracht van het V&G-dossier aan de eigenaar/beheerder, bij oplevering van het object. Nederland is overigens het enige land waar die knip in verantwoordelijkheid tussen ontwerp- en uitvoeringsfase is gemaakt.

In de andere EG-landen is een opdrachtgever ook tijdens de uitvoeringsfase verantwoordelijk voor een doeltreffende V&G-coördinatie. Je zou zeggen dat dit meer perspectief biedt op wat de Europese richtlijn beoogt: coördinatie en samenwerking tussen partijen en daardoor minder ongevallen.

Het ministerie van SZW moet uiterlijk in februari 2006 zijn ei leggen, want dan moet het wetsvoorstel over aanpassing – lees vereenvoudiging – van onze arbowetgeving bij de Kamer worden ingediend. Het is misschien verstandig om hierbij een handje te helpen. Daarom uit de losse pols enkele scenario�s.

Variant 1 laat alle verplichtingen voor opdrachtgevers vervallen. Hun bijdrage aan preventie is toch maar marginaal en een deskundige uitvoerende partij moet in staat zijn zelf invulling te geven aan de preventie-, coördinatie- en samenwerkingsverplichtingen. De uitvoerende partij moet in dat geval zelf de acceptatiegrens bepalen ten aanzien van zaken als een (te) krappe planning, risicovolle omgevingsfactoren en dergelijke.

Gaat hij akkoord met de voorwaarden van de opdrachtgever, dan hoort daar ook de verantwoordelijkheid voor een veilige uitvoering bij, weergegeven in een door hem op te stellen V&G-plan.

Variant 2 introduceert een toets voor opdrachtgevers of hun V&G-gemachtigden. In dat toetsinstrument, dat in plaats komt van het V&G-plan ontwerpfase, wordt de waslijst aan aandachtspunten (in het kader van de ontwerpanalyse) teruggebracht tot een hanteerbare lijst met alleen die punten waarover inmiddels concrete oplossingen voorhanden zijn, bijvoorbeeld via convenanten.

Het instrument bevat ook projectspecifieke punten, zoals planning, bouwterrein en omgeving. Die toets op het ontwerpproces zou door een daartoe gecertificeerde onafhankelijke deskundige moeten worden afgenomen bij de overgang van ontwerp- naar uitvoeringsfase. Zowel de Arbeidsinspectie als de V&G-coördinerende uitvoerende partij ontvangt een afschrift van het toetsresultaat. Om met de bouw te kunnen starten moet de opdrachtgever een voldoende scoren, zonodig via een herkansing.

Variant 3 repareert de formele knip tussen ontwerp- en uitvoeringsfase, zodat de opdrachtgever net als in de rest van Europa tot aan de oplevering verantwoordelijk is voor de V&G-coördinatie en samenwerking tussen de vele uitvoerende bedrijven. Het gaat meestal om diverse nevenaannemers en een leger aan onderaannemers. Dit verhoogt de betrokkenheid van de opdrachtgever bij de veiligheid tijdens de bouw. De opdracht gever is dan verantwoordelijk voor de kwaliteit van het V&G-plan, zowel in de ontwerp- als uitvoeringsfase.

Als het met de coördinatie en samenwerking fout gaat zal de V&G-coördinator – optredend namens de opdrachtgever – zich tegenover de Arbeidsinspectie moeten verantwoorden. Dit lijkt me nuttig voer voor discussie, met name voor partijen die in de regel op dit gebied de opdrachtgever vertegenwoordigen zoals architecten, raadgevend ingenieurs, adviseurs en hun brancheorganisaties.

Veiligheidskundige bij Aboma+

Keboma, Ede

knegt@aboma.nl

Arbeidsinspectie wendt zich primair tot werkgever

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels