nieuws

Alle architecten vertellen sprookjes

bouwbreed

In de Kompaszaal van Loods 6 op het KNSM-eiland in Amsterdam had onlangs het symposium �Een cultuur van ruimte maken; ontwerpen aan de geschiedenis� plaats. Het Stimuleringsfonds voor Architectuur, de organiserende partij van deze rijk gevulde studiemiddag, meende dat het na vijf jaar Belvédèrepraktijk hoog tijd was geworden de opgave voor de komende periode te […]

In de Kompaszaal van Loods 6 op het KNSM-eiland in Amsterdam had onlangs het symposium �Een cultuur van ruimte maken; ontwerpen aan de geschiedenis� plaats. Het Stimuleringsfonds voor Architectuur, de organiserende partij van deze rijk gevulde studiemiddag, meende dat het na vijf jaar Belvédèrepraktijk hoog tijd was geworden de opgave voor de komende periode te formuleren.

Het Belvédèrebeleid is erop gericht de �bestaande culturele diversiteit in steden en landschappen bij transformatieopgaven te respecteren en te versterken�. Wat dat betreft was het een harmonieuze middag, want daar was weinig tot geen geklaag over. Maar hoe vul je het in? Wat zijn de te leggen accenten tot 2009? En wat kan architectuur daarbij betekenen?

De middag omvatte drie centrale lezingen, gevolgd door acht themabijeenkomsten. Architect Liesbeth van der Pol mocht beginnen en zette de toon met een uitbundig verhaal. “Wij zijn dol op geschiedenis”, hield ze haar toehoorders voor. Haar architectuur refereert soms direct aan de historie, zoals bij het gebouw Aquartis waar, tegen de wil van de opdrachtgever in, een oude muur bleef staan. Andere gebouwen lijken er al jaren te staan door de materiaalkeuze (cortenstaal: “Het roest onder je handen vandaan.”) of een stoere hoofdvorm die zo uit het Egypte van de farao�s lijkt te komen. Opvallend was dat ze zich een paar keer excuseerde voor haar architectuur, ze zei zelfs dat ze zich schaamde dat ze iets op die manier had getekend. Schuine daken, veel hout, veranda�s, classicistische concepten: ja inderdaad, maar waarom zou je je daar voor schamen? Deed ze dat omdat er veel �modern� bouwende collega�s in de zaal zaten? Was ze bang om in het hokje �historiserende architectuur� te worden geplaatst? Absoluut onnodig, en een veel te bescheiden opstelling.

Ten eerste heeft Van der Pol nu al een oeuvre bij elkaar gebouwd van een kwaliteit waar vele andere architecten hun hele leven niet aan toekomen; ten tweede zijn haar interpretaties van en verwijzingen naar de bouwtraditie volkomen eigen, actueel, overtuigend en serieus.

Een architect die totaal geen last heeft van schaamte, en waarom zou hij ook, is Sjoerd Soeters. Hij hield, als een van de laatste sprekers, een inleiding op het thema �Revival van historische typologieën� en deed dat met de van hem bekende, luchtige welsprekendheid. We hoorden grappen over Engelse tafelgewoontes, grollen over moderne architectuur uit het interbellum en slogans over hoe spuugzat hij de Hollandse blokkendoos �ontworpen door hippe architecten� wel niet was. Bij vlagen werd het wat al te lollig, waardoor we haast terloops eigen werk te zien kregen, bijvoorbeeld het landgoedwoonproject Skoatterwâld in Heerenveen, waar gigantische zwanen het aloude oelebord in herinnering moeten roepen. Was dat nu die �revival van historische typologieën�? Flinterdun. Ondanks dat architectuurhistoricus en opponent Koos Bosma goed in vorm was, stuitte ook hij steeds weer op Soeters� nonchalante, relativerende acteerprestatie. Bosma vreesde bijvoorbeeld een beperkte houdbaarheid van de appartementenkastelen en andere pseudo-buitens van Soeters. Maar de architect pareerde ieder aanval moeiteloos en genoot zichtbaar van alle verbale pijlen die op hem werden afgeschoten. Met antwoorden als �Ach, alles is bewoond�, of �de bewoners zijn gelukkig� haalde Soeters moeiteloos de eindstreep. Daardoor leek het een beetje op een gesprek met een voetbaltrainer die met 5-0 wint en de analist die een afschuwelijke wedstrijd zag: “Het was niet om aan te zien. Mwâh, achterin niks weggegeven, vijf goals, drie punten.” En allebei kunnen ze, vanuit het eigen perspectief, gelijk hebben. Over 25 jaar nog maar eens kijken hoe Soeters� oeuvre erbij staat.

Uit de discussie bleek wel overduidelijk dat Soeters� werk helemaal niets met geschiedenis van doen heeft. De gebouwen doen toch vooral denken aan een bij de Efteling weggegoocheld familiehotel en verwijzen hoogstens naar iets waarvan het lijkt alsof het met historie te maken heeft. En wie het sprookjesachtige jasje even wegdenkt, ziet daaronder gewone, moderne woningen, net als bij �hippe architecten.� Wat dat betreft is de door Soeters gezochte controverse nogal kunstmatig.

Alle architecten vertellen immers �sprookjes�, alleen bij de een gaan die over een nog in te vullen, hopelijk mooie toekomst (bij Van der Pol bijvoorbeeld), en bij de ander over een nooit geleefd verleden. Met het Belvédèrebeleid dat in ieder geval weinig te maken.

Allard Jolles

Architectuurhistoricus

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels