nieuws

Spaanse omzetting aanbestedingsrichtlijn gebrekkig

bouwbreed

De Europese Commissie heeft van onze hoogste rechter, het Hof van Justitie van de EU, gelijk gekregen in een zaak tegen het Koninkrijk Spanje. Volgens de commissie waren de aanbestedingsrichtlijnen niet, althans niet deugdelijk, omgezet in nationale regelgeving. De naar voren gebrachte grieven van de Europese commissie op dit punt en de motivering van het Hof van Justitie in dit recent gewezen arrest van 13 januari 2005 (C-84/03) laat ons weer even stil staan bij een aantal uitgangspunten.

In de Spaanse nationale wetgeving zijn privaatrechtelijke lichamen die voldoen aan de voorwaarden in de Europese aanbestedingsrichtlijnen om als publiekrechtelijke instelling te worden aangemerkt, uitgesloten van de werkingssfeer van de richtlijnen. De Spaanse regering heeft het begrip �publiekrechtelijke instelling� letterlijk uitgelegd en neemt het standpunt in dat de aanbestedingsrichtlijnen niet gelden voor handelsvennootschappen.

Bovendien stelt Spanje dat een werkelijke afbakening van het begrip �publiekrechtelijke instelling� pas mogelijk is na de afbakening van de begrippen �behoeften van algemeen belang� en vooral �andere behoeften dan die van industriële of commerciële aard�.

Jurisprudentie

Er is veel jurisprudentie gewezen over het begrip �publiekrechtelijke instelling�, als zodanig is dat uitgekristalliseerd. Het Hof van Justitie maakt dan ook korte metten met het verweer van de Spaanse regering door te verwijzen naar de vaste jurisprudentielijn op dit punt.

Voor de beantwoording van de vraag of een privaatrechtelijk lichaam eventueel als publiekrechtrechtelijke instelling is aan te merken, moet alleen nagegaan worden of voldaan is aan de cumulatieve voorwaarden, zoals die in de aanbestedingsrichtlijnen ter zake aanbestedende diensten zijn opgenomen. Niet zozeer is van belang wat de rechtsvorm is.

Als grief had de Europese Commissie ook dat de nationale wetgeving een verruimde mogelijkheid bood om de procedure van gunning via onderhandelingen te hanteren ten opzichte van de aanbestedingsrichtlijnen. In de eerste plaats was het volgens de Spaanse wet mogelijk opdrachten te plaatsen nadat procedures onsuccesvol waren verlopen en ten tweede konden er opdrachten geplaatst worden voor de levering van uniforme goederen.

Het Hof van Justitie oordeelt dat afwijkingen van aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten strikt moeten worden uitgelegd. De richtlijnen zouden anders inboeten aan hun nuttig effect.

Teneinde te garanderen dat de richtlijnen hun werking houden, mogen de lidstaten dus niet bepalen dat gebruik mag worden gemaakt van de procedure van gunning via onderhandelingen in gevallen die niet in de richtlijnen zijn opgenomen. Ook mogen aan de gevallen waarop de richtlijnen zien geen nieuwe voorwaarden worden verbonden die de gebruikmaking van die aanbestedingsprocedure vergemakkelijken.

Het toestaan van het gebruik van de procedure via onderhandelingen wanneer de opdracht niet kon worden geplaatst volgens een openbare of niet-openbare procedure, of als de gegadigden niet zijn toegelaten om een inschrijving te doen, terwijl de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd, maakt dat een nieuwe voorwaarde wordt verbonden aan de bepalingen van de richtlijnen die een wezenlijke wijziging inhoudt. De richtlijn is op dit punt dan ook niet goed omgezet in de nationale wetgeving.

Aangaande de Spaanse wettelijke regeling dat gebruik mag worden gemaakt van de procedure van gunning via onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking in geval van uniforme goederen waarvan het gemeenschappelijk gebruik voor de overheid zal zijn, kan slechts in de richtlijn genoemde limitatieve gevallen gebruik worden van deze procedure. In alle andere gevallen zal voor het plaatsen van opdrachten voor levering van uniforme goederen gewoon gebruik moeten worden gemaakt van de openbare of van de niet-openbare procedure.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels