nieuws

Oplegger Faymonville goed in windmolentransport

bouwbreed

büllingen – Faymonville bouwde voor de Deense windmolentransporteur Norager een achtassige oplegger. Deze Multimax biedt een verbeterde lastverdeling bij het transport van windmolenmasten. Die zijn conisch van vorm waarbij het zwaarste deel op de achterkant boven de assen komt. De wagenbouwer uit het Belgische Büllingen voorziet de Multimax daarvoor van een negen meter lange prismavormige sleuf tussen de assen.

Onderdelen van windmolens worden doorgaans vervoerd met �ketelbed-opleggers�. Die hebben een dieplaadbed en verlengingskokers met vooraan twee assen en achteraan vier, of drie assen vooraan en vijf achteraan. De grootste diameter rust op het voorste deel van het diepbed waardoor de zwanenhals overbelast kan raken. De nieuwe constructie van Faymonville verdeelt de last beter en vereenvoudigt de bediening. De laadhoogte in de sleuf bedraagt 655 millimeter. Met een torendeel met een diameter van 3610 millimeter komt de totale hoogte op 42760 millimeter.

Het deel van de toren met de grootste diameter wordt boven de assen aan de achterkant geladen wat de totale voertuiglengte verkort. Voor een dertig meter lang torendeel komt de lengte van de combinatie op zo�n 38 meter. In de berekening van de Belgische wagenbouwer valt het transport van een tachtig ton zware last met deze combinatie goedkoper uit dan met de conventionele opleggers.

Faymonville vermijdt met dit systeem het zogeheten torendragerstuk. De toren hangt met twee adapters tussen twee asmodules. Dat blijkt duur te zijn en weinig multifunctioneel. De Multimax voor Norager meet achter de zwanenhals een lengte van 15.500 millimeter en kan twee keer uitschuiven tot een totaal van 42.200 millimeter. In combinatie met een 8×4-trekker bedraagt de nuttige lading 76 ton. Voor het transport van wieken of lichtere torendelen is de oplegger voorzien van intrekbare assen.

Aan de Spaanse windmolentransporteur Trans-Uniterre leverde Faymonville twee vierassige Telemax Tele-Z4LAAAX opleggers die drie keer kunnen uitschuiven. De Belgische wagenbouwer noemt deze combinatie tussen een Multimax en een Telemax �bijzonder�.

De oplegger heeft de zwanenhals van de Multimax en de hydraulisch gestuurde assen die op draaikransen gemonteerd zijn van de Telemax. Die geven een stuuruitslag van 55 graden; meer dan met de fusee-gestuurde as van de Multimax.

De Belgische wagenbouwer noemt stuuruitslag uitermate belangrijk voor het transport van lange lasten zoals vijftig meter lange windmolenwieken.

Dekzeilopbouw

Faymonville bedacht ook een Multimax met een verbreedbare bovenbouw voor het vervoer van bouwmachines onder een dekzeilopbouw. De staanders aan de achterkant van de oplegger bieden een breedte tot 4000 millimeter.

Een dekzeilopbouw beschermt een machine tijdens transport tussen de fabriek en de eindbestemming tegen weer en wind.

De opbouw met dekzeilen past ook op opleggers voor trekkers met een koppelhoogte van 950 millimeter. Het Duitse Strack bestelde bij Faymonville een speciale oplegger waarmee het bedrijf al het materieel kan vervoeren.

De wagenbouwer leverde een vierassige Multimax met free-swing-dolly. Die zit doorgaans op een Megamax en is aangepast om de last van de Multimax beter te kunnen verdelen.

Met deze constructie hoeft Strack geen 8×4 trekker in te zetten voor de transporten.

De laadhoogte in de sleuf bedraagt 655 millimeter

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels