nieuws

Nuttige informatie in aanbestedingsboeken Praktijkboek Aanbesteden Aanbestedingsrecht, Handboek van het Europese en het Nederlandse aanbestedingsrecht

bouwbreed

Het aanbestedingsrecht is, het zal de Cobouwlezer niet ontgaan zijn, erg in beweging. Een niet aflatende stroom jurisprudentie, een nieuwe Algemene Richtlijn en een nieuw aanbestedingsreglement (ARW 2004). De literatuur blijft daar niet bij achter en in 2004 verschenen dan ook twee belangrijke nieuwe publicaties, die het onderwerp van deze bijdrage zijn.

Het eerste boek is het Praktijkboek Aanbesteden, een boek geschreven voor degenen die daadwerkelijk belast zijn met het aanbestedingsproces aan de zijde van de inschrijver en aan de zijde van de aanbestedende dienst. Op een heel toegankelijke manier neemt Suzanne Brackmann de lezer mee door de regelgeving, en vervolgens wordt de regelgeving toegepast op het aanbestedings- en inschrijvingsproces. De rode draad bij dit alles is steeds de praktijk.

De schrijfster merkt in de inleiding op dat opdrachtnemers vaak huiverig staan tegenover aanbestedingen. Zij vindt dat jammer, “want het zijn vaak de interessante opdrachten”. Zij noemt dan ook als voordelen voor de opdrachtnemer onder andere: iedere opdrachtnemer maakt een eerlijke kans om een opdracht te verwerven (terecht noemt zij dat als eerste voordeel, want het is immers hét voordeel voor ondernemingen) en in het verlengde daarvan noemt zij ook nog het feit dat door de objectieve eisen de voorkeuren van ambtenaren in principe geen rol spelen. Wat zijn de voordelen voor de aanbestedende dienst? Ook die zijn er: de aanbestedende dienst moet nu zijn vraag goed en volledig formuleren en doordat niet meer bij de �huisleverancier� ingekocht kan worden, komen besparingen in beeld.

Zijn er dan geen nadelen? Ja, die zijn er, maar zo merkt de schrijfster op: die hangen samen met te weinig kennis van het proces of te weinig ervaring met het aanbesteden. Een van de tips, blz. 251, die zij de aanbestedende dienst dan ook geeft, is om een persoon of afdeling aan te wijzen die de supervisie heeft, zodat kennis niet verloren zal gaan.

Kortom het gaat hier om een goed geschreven boek, waarin het aanbestedingsrecht juist ook voor diegenen die niet dagelijks in de juridische literatuur willen duiken van nut kan zijn.

De tweede publicatie is Aanbestedingsrecht, Handboek van het Europese en het Nederlandse aanbestedingsrecht, van E.H. Pijnacker Hordijk, G.W. van der Bend en J.F. van Nouhuys. Dit boek is een vaste verschijning in de aanbestedingsliteratuur en beleeft thans zijn derde druk. Het is een echt handboek, zoals de titel al aangeeft. Het Europese en nationale aanbestedingsrecht komt er in 23 hoofdstukken aan de orde. Daaronder is tevens meegenomen de handhaving (hoofdstuk 21), de rechtsbescherming (hoofdstuk 22) en het mededingingsrecht (23).

Het aanbestedingsrecht wordt in dit boek uiteengezet aan de hand van de Europese regelgeving gevolgd door de nationale regelgeving en voorzien van veel jurisprudentie. Hoe zeer het aanbestedingsrecht in ontwikkeling is, is misschien af te leiden aan de groei van het boek: de eerste druk(1996) besloeg 400 pagina�s, de tweede druk (1999) ongeveer 500 en deze druk (2004) overschrijdt de 650 pagina�s (zo�n 100 pagina�s extra tekst). Het boek is een naslagwerk en niet een handleiding om door een procedure te gaan, zoals het boek van Brackmann dat is. In dat opzicht vullen de boeken elkaar in zekere zin aan, al verschillen de doelgroepen.

De opzet van het boek is niet principieel veranderd ten opzichte van de vorige druk. Wel is de bespreking van de beoordelingscriteria van de inschrijver uit elkaar getrokken en over drie in plaats van over twee hoofdstukken verspreid. Het hoofdstuk gewijd aan de inschrijvingskostenvergoeding onder het UAR 1998 is vervallen. Het hoofdstuk waarin het mededingingsrecht aan de orde komt, is inhoudelijk geheel herzien. Met name de verhouding van het Nederlandse met het Europese mededingingsrecht en de bespreking van combinatieovereenkomsten zijn uitgebreid ten opzichte van de vorige druk.

De schrijvers gaan ook in deze druk weer regelmatig met de regelgever in discussie, dan wel houden deze voor waar iets verkeerd geregeld is. Met name de ARW 2004 moet het ontgelden. En een punt waar de schrijvers zwaar aan tillen (blz. 489), is – het zal de lezer niet verbazen – dat de Raad van Arbitrage niet langer is aangewezen als geschilbeslechter in aanbestedingszaken: “de kritische houding opstelling van de RvA [is] de belangrijkste reden geweest voor het kabinet om deze uit zijn rol te ontslaan�”. Een ander punt (blz. 579) betreft de extra waarborg die in art. 2.32.2 ARW 2004 is opgenomen tegen kartelvorming. Nog daargelaten of dit strafrechtelijk wel zoden aan de dijk van valsheid in geschrifte zal zetten, achten de schrijvers het verwerpelijk dat voor de bouwsector een uitzondering wordt gemaakt op het stelsel van bestuursrechtelijke handhaving van de Mededingswet.

Het boek heet Handboek en die benaming is terecht: van beginselen van het aanbestedingsrecht tot en met de handhaving wordt dit deel van het recht uitputtend en voorzien van veel relevante jurisprudentie beschreven.

Suzanne Brackmann, Sdu Uitgevers, ISBN 9012106362, ¤ 45,-.

E.H. Pijnacker Hordijk, G.W. van der Bend en J.F. van Nouhuys, Sdu Uitgevers, ISBN 9012106575, ¤ 65,-.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels