nieuws

Gemeenten slingeren in de aanbestedingsjungle

bouwbreed

De uitkomsten van de bouwenquête zijn bekend, de aannemers worden nu afgerekend, maar hoe zit het met de gevraagde professionaliteit van de opdrachtgevers? Daar moet volgens Rissa C.J. Cremers nog het nodige aan verbeterd worden, gezien ook de Nalevingsmeting 2002 waaruit bleek dat onder andere gemeenten niet alle geldende aanbestedingsregels volgen. Het projectplan �Transparant Aanbesteden� […]

De uitkomsten van de bouwenquête zijn bekend, de aannemers worden nu afgerekend, maar hoe zit het met de gevraagde professionaliteit van de opdrachtgevers? Daar moet volgens Rissa C.J. Cremers nog het nodige aan verbeterd worden, gezien ook de Nalevingsmeting 2002 waaruit bleek dat onder andere gemeenten niet alle geldende aanbestedingsregels volgen. Het projectplan �Transparant Aanbesteden� kan daarbij een goed hulpmiddel zijn.

Naar aanleiding van de Nalevingsmeting, die een beeld geeft van de mate waarin de overheid voldoet aan de wettelijke verplichting tot aanbesteden, zijn er diverse reacties verschenen. Tijdens het congres van de Regieraad voor de Bouw �Het kan en het moet� op 23 november gaf minister Brinkhorst van EZ aan dat hij het, gelet op de uitkomsten van de Nalevingsmeeting, onbegrijpelijk vindt dat de VNG een georganiseerd congres inzake aanbestedings-regelgeving heeft moeten afblazen wegens gebrek aan belangstelling.

Op de website van het Kenniscentrum Grote Steden (KCGS) wordt in het �Brussel bulletin Grote Steden� op 15 november 2004 gemeld dat de Nederlandse overheid door een gebrek aan kennis de Europese aanbestedingsregels niet of niet goed toepast. Hierbij wordt vermeld dat prof. mr. W.G.Ph.E. Wedekind (hoogleraar aanbestedingsrecht aan de Universiteit van Amsterdam) in het Financiële Dagblad schat dat 5 tot 10 procent kan worden bespaard.

Hoe het niet moet

De gemeente Hoogezand-Sappemeer heeft in 1999 de infrastructuur van het stadshart ter waarde van 46 miljoen euro aanbesteed aan het toenmalige NBM Noordoost, het huidige BAM Infra. In december 2003 kwam de Europese Commissie na een drie jaar durend onderzoek tot het dringende advies aan de gemeente de gunning van de infrastructuur terug te draaien en alsnog openbaar aan te besteden .

Maar hoe moet het wel? Behalve dat aanbesteden in een aantal gevallen verplicht is, bestaat de opvatting dat openbaar aanbesteden tot besparingen leidt. Des te meer reden voor gemeenten om aan te besteden. Maar welke regels moet een aanbestedende gemeente in acht nemen en hoe moet de aanbesteding worden doorlopen?

Zowel op Europees als nationaal niveau is er wet- en regelgeving waarmee rekening moet worden gehouden worden gehouden bij een aanbestedingsprocedure.

Europees: de Europese richtlijnen (geïmplementeerd via de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen). Veel gemeenten gebruiken hiervoor het UAR-EG 1991 (is nadere uitwerking van de Richtlijn Werken) en leggen dat vast in hun beleid. Er zijn uitzonderingen: zo is er de gemeente Rotterdam die een eigen aanbestedingsreglement gebruikt;

Nationaal: geen wetgeving (geen formele wet van toepassing tot nu toe). Veel gemeenten passen het UAR 2001 toe of in een enkel geval heeft men een eigen aanbestedingsbeleid met reglement opgesteld (zoals Rotterdam).

Dat gemeenten niet verplicht zijn aan te besteden als er geen sprake is van een Europese aanbesteding (de raming blijft onder het drempelbedrag van ongeveer 6 miljoen euro) blijkt een achterhaalde gedachte.

Voor nationale aanbestedingen komt het Europese recht steeds meer in zicht: de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht (deze vinden hun grondslag in het EG-verdrag, rechtstreeks of via jurisprudentie) zoals non-discriminatie, gelijke behandeling en transparantie, krijgen een grotere nationale rol toebedeeld via de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG). Ook als er niet Europees aanbesteed hoeft te worden (Europese aankondiging van het werk) is een gemeente gebonden aan genoemde beginselen en kan een werk niet zomaar uit de hand gegund worden zonder ook andere aannemers een kans te hebben gegeven.

Onder andere omdat de keuze tussen een Europese en nationale aanbesteding niet in alle gevallen duidelijk te maken is, heeft de Parlementaire Enquêtecommissie Bouwnijverheid geconcludeerd dat de aanbestedingsregelgeving in Nederland gebaat zou zijn bij een transparante en duidelijkere verankering in de nationale wetgeving.

Een nationale Aanbestedingswet moet hier licht in de duisternis scheppen rond 2008 en gaan gelden voor zowel de Europese als de nationale aanbestedingen. Het is de bedoeling dat de nieuwe Europese richtlijnen een plek krijgen in de nieuwe Aanbestedingswet zodat niet langer tal van regelingen naast elkaar geraadpleegd moeten worden bij een aanbestedingsprocedure.

Uit het bovenstaande kan opgemaakt worden dat het (Europese) aanbesteden een jungle is, waarin gemeenten zelf hun weg moeten zoeken en waarvoor geen wegenkaart beschikbaar is. Het enige beschikbare alternatief is slingeren.

Reglementen

Indien een gemeente te maken krijgt met een (Europese) aanbestedingsprocedure kan ze kiezen uit verschillende reglementen, zoals het ARW 2004, het gewijzigde UAR 2001 en UAR-EG 1991. Aanbevelingen op dit gebied kan men vinden in onder andere een Handreiking voor Aanbestedingenbeleid en in een publicatie van Europa Decentraal.

In de nieuwe �Beleidsregels aanbesteding van werken 2004� verplichten de vier bouwministeries (VROM, Verkeer en Waterstaat, Defensie en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) zich om te werken met het ARW 2004 per 15 augustus 2004. Dit reglement ziet op nationale en Europese aanbestedingen van werken.

Lagere overheden als provincies, gemeenten en waterschappen zijn niet verplicht het ARW 2004 te volgen. Maar tijdens het congres van de Regieraad voor de Bouw (zie hiervoor) heeft de minister Dekker van VROM aangekondigd dat zij samen met het ministerie Binnenlandse Zaken een brief zal doen uitgaan naar de gemeenten met hierin een oproep om het ARW 2004 toe te passen bij aanbestedingen.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseerde haar leden op 15 oktober 2004 niet het ARW 2004 toe te passen, maar te blijven werken volgens een aangepaste versie van het UAR 2001 (voor nationale aanbesteding van werken) en het UAR-EG 1991 (voor Europese aanbesteding van werken) en deze aangepaste reglementen in het gemeentelijk aanbestedingsbeleid op te nemen.

Op 1 november 2004 is door MKB-Amsterdam een handreiking opgesteld in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en het ACA B&U. Hierin staat centraal een model voor Aanbestedingsbeleid gemeenten, dat als inspiratiebron of toetssteen kan worden gebruikt voor de wijze waarop het aanbestedingsbeleid in gemeenten of andere publiekrechtelijke organisaties is vormgegeven.

Daarin wordt aangegeven dat gemeenten gebruik kunnen maken van de volgende aanbestedings-reglementen:

– �De Uniforme Aanbestedings Reglementen: UAR 1986, UAR 2001 en UAR-EG 1991; deze reglementen zijn niet verplicht voor lagere overheden en gelden alleen voor werken;

– Het ARW 2004, een aanbestedingsreglement voor werken, alleen verplicht voor de vier bouwdepartementen. Dit reglement is niet verplicht voor lagere overheden�.

Ruime keuze

Zonder inhoudelijke opmerkingen te plaatsen inzake de diverse aanbestedingsreglementen en aanbevelingen kan hierbij opgemerkt worden dat er op dit gebied een ruime keuze voor handen is en dat er steeds meer bij komen. Bijvoorbeeld �Protocol bij Europese aanbestedingen� d.d. 25 oktober 2004, opgesteld door vijf gemeenten uit Noord-Brabant .

Het lijkt wel of aanbestedende gemeenten steeds opnieuw het wiel uitvinden.

Waaraan behoefte is, is een mogelijkheid om informatie in te winnen waardoor gemeenten in staat zijn om keuzes te maken als het gaat om aanbesteden en de inrichting van de gekozen procedure.

Projectplan

Het Instituut voor Bouwrecht, Stichting CROW en de Stichting STABU (verder te noemen de initiatiefnemers) hebben daarom half augustus 2004 bij het PSIB Programmabureau het projectplan �Transparant Aanbesteden� ingediend.

Het gaat om een duidelijke, praktische en chronologische beschrijving van het aanbestedingsproces en het toepasselijk aanbestedingsrecht waardoor deze materie meer toegankelijk en dus transparant wordt voor zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers.

Het project zal realisatie van een algemeen voor iedereen toegankelijk (digitaal) informatiesysteem inhouden, dat men kan raadplegen als voorbereiding op en tijdens het aanbestedingsproces; betreffende de aanbesteding van een opdracht.

Met dit project wordt met inzicht in best practices en kennis van de aanbestedingspraktijk een hoger rendement en modernisering in de bouwsector bereikt.

Ook in de reactie van het NEVI Platform for Public Procurement (het NPPP is de vereniging van inkopers in de publieke sector) op het Visiedocument Aanbesteden van 21 oktober 2004, komt duidelijk naar voren dat er grote behoeft bestaat aan het bovengenoemde projectplan.

Bij de doelstellingen aanbestedingsbeleid wordt het volgende opgemerkt:

�Naar onze mening gaat het dan niet alleen om eenduidige regelgeving maar ook om goede voorlichting over de inhoud en de toepassing van de bestaande en de nieuwe aanbestedings-regelgeving zodat bij elke aanbesteding het meest geëigende aanbestedingsproces wordt gevolgd.�

Realisatie van dit projectplan zal bijdragen aan �Transparant Aanbesteden� door gemeenten.

Een uitgebreide versie van dit artikel is te vinden op de website van de Stichting STABU; www.stabu.org.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels