nieuws

Aanbestedingsregels worden transparanter

bouwbreed

De parlementaire enquêtecommissie Bouwnijverheid vond de bestaande aanbestedingsregelgeving een lappendeken. Het verbaasde de commissie niets dat de naleving van deze regelgeving zo te wensen overliet. Hoe zouden de verantwoordelijke bestuurders en ambtenaren inzicht moeten krijgen in de exacte verplichtingen van de aanbestedende dienst?

De laatste paar jaar is dat niet veel beter geworden. Onlangs is het ARW 2004 voor een aantal departementen in werking getreden, terwijl ook menige gemeente een eigen reglement heeft opgesteld. Daarnaast wordt nog veelvuldig van het UAR 1986, het UAR-EG 1991 en het UAR 2001 gebruik gemaakt en zijn er talloze adviesburo�s die eigen modelreglementen gebruiken voor hun aanbestedende klanten. Tenslotte zal de regelgeving op landelijk niveau de komende jaren nog aanzienlijk veranderen, om dit aan te passen aan en te stroomlijnen op basis van de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijn van maart 2004.

Uitgangspunten

In deze wirwar van regels en reglementen is het essentieel dat bij de direct betrokkenen duidelijkheid bestaat over de uitgangspunten van aanbesteding, zoals de aanbestedingsbeginselen en de hoofdlijnen van een aanbestedingsprocedure. Als bij de bestuurders en uitvoerders van het overheidsbeleid het gevoel voor die uitgangspunten leeft, is de belangrijkste stap gezet. Daarnaast dienen de uitvoerenden uiteraard, met name bij aanbestedingen boven de Europese drempelwaarde, de relevante voorschriften te kennen en na te leven.

Naleving kan worden bevorderd door voorlichting, zoals al geruime tijd op allerlei niveaus gebeurt. Naleving kan ook bevorderd worden door handhaving, bijvoorbeeld door de instelling van een nationale aanbestedingsautoriteit zoals onlangs nog bepleit door de voorzitter van het MKB.

Maar naleving kan ook bevorderd worden door zelfstudie. Bijna wekelijks zijn er cursussen, seminars en congressen over aanbesteding waar sprekers uit de dagelijkse praktijk hun ervaringen delen. Verder zijn er schriftelijke cursussen over aanbesteding, waarin de deelnemers deel voor deel bij de hand worden genomen en geleid door het aanbestedingsmoeras.

En tenslotte zijn er handboeken, waarin het aanbestedingsrecht – veelal voor juridisch geschoolden – uit de doeken wordt gedaan. In dat scala aan mogelijkheden van zelfstudie is onlangs een nieuwe loot aan de boom verschenen in de vorm van het Praktijkboek Aanbesteden. Dit praktijkboek behandelt in begrijpelijke taal de basisvragen van het aanbestedingsrecht (zoals: wat is een aanbestedende dienst en wanneer is sprake van een aanbestedende opdracht) en beschrijft vervolgens, met name vanuit het oogpunt van de aanbesteder, in opeenvolgende fasen de aanbestedingsprocedure. (Zie ook de boekbespreking van prof. Chao-Duivis, red.)

Met dit steeds toenemende aanbod aan (zelf)studiemogelijkheden zouden de aanbestedingsvoorschriften toch langzaamaan voldoende transparant moeten zijn om in Nederland te kunnen komen tot een hoger nalevingspercentage dan onlangs uit landelijke en Europese onderzoeken bleek.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels