nieuws

Schiphol

bouwbreed Premium

Er zijn weinig onderwerpen die in Den Haag zo gevoelig liggen als Schiphol. Er zijn ook weinig onderwerpen waarbij zoveel partijen betrokken zijn. Meerdere departementen hebben duidelijke opvattingen over onze nationale luchthaven; binnen het ministerie van Verkeer & Waterstaat alleen al zijn er drie partijen: het Directoraat-generaal Luchtvaart, de Inspectie en de Luchtverkeersleiding (de laatste […]

Er zijn weinig onderwerpen die in Den Haag zo gevoelig liggen als Schiphol. Er zijn ook weinig onderwerpen waarbij zoveel partijen betrokken zijn. Meerdere departementen hebben duidelijke opvattingen over onze nationale luchthaven; binnen het ministerie van Verkeer & Waterstaat alleen al zijn er drie partijen: het Directoraat-generaal Luchtvaart, de Inspectie en de Luchtverkeersleiding (de laatste op grote afstand van het departement).

Verschillende kamerleden volgen Schiphol nauwlettend. Provincie en gemeenten hebben vanzelfsprekend ook hun eigen opvattingen. De milieubeweging en bewonersorganisaties strijden met name tegen de geluidsoverlast. En ten slotte zijn de luchthaven en de KLM (gezamenlijk vaak omschreven als de �sector�) zeer alert op mogelijke belemmeringen voor de toekomstige groei van Schiphol. Besef dat al die – vele – partijen elkaar regelmatig bilateraal of in allerlei formele en informele verbanden spreken, en de complexiteit van het onderwerp Schiphol is geschetst.

Bestuurskundigen spreken in dit verband graag over een �netwerk van wederzijds afhankelijke actoren�. Daarmee bedoelen ze dat al die partijen in het �dossier� Schiphol meer of minder van elkaar afhankelijk zijn en dat niemand echt de baas is: niet Schiphol, niet de KLM, niet de gemeente Haarlemmermeer.

Zelfs de regering kan niet zomaar iets besluiten over Schiphol zonder verzekerd te zijn van de steun van meerdere partijen. Op zich hoeft dit allemaal niet bezwaarlijk te zijn, als de onderlinge verhoudingen maar goed zijn. Helaas is dat niet het geval. Die onderlinge verhoudingen hebben veel geleden onder de politieke conflicten in het verleden. Het wantrouwen is daardoor erg groot en dat maakt het wel erg moeilijk om een stap voorwaarts te maken.

Toch zal die stap in de komende jaren moeten worden gezet. Bij de goedkeuring van de nieuwe Schipholwet in 2002 heeft de Eerste Kamer immers gevraagd om een evaluatie van die wet in 2005. Een vraag die nogal voorbarig is, aangezien de effectiviteit van een wet moeilijk na drie jaar al is vast te stellen. Bovendien is het nieuwe systeem waarmee de geluidsoverlast in de hand moet worden gehouden, nog niet echt op de proef gesteld. Op zich is dat een vernuftig systeem. Simpel gezegd krijgt Schiphol een �Totaal Volume Geluid�. Tot op heden is dat totaal volume op jaarbasis nog niet overschreden. Dat kan betekenen dat de wet heel effectief is; het kan ook betekenen dat de groei van Schiphol in de afgelopen jaren door de teruglopende economie niet van dien aard was dat de grenzen werkelijk in zicht zijn gekomen. In het laatste geval heeft het systeem zich in de praktijk nog niet bewezen en kan de effectiviteit van die wet dus niet worden vastgesteld.

Hoe het ook zij, de evaluatie die de Eerste Kamer verlangde, wordt momenteel uitgevoerd. De verantwoordelijke staatssecretaris doet dat zelf en een procescommissie ziet toe op de zorgvuldigheid waarmee dat gebeurt. Deze procescommissie – waarvan ik zelf voorzitter ben – heeft al verschillende keren aandacht gevraagd voor het wantrouwen dat tussen alle partijen in het debat over Schiphol is gegroeid. Door dat onderlinge wantrouwen overheerst bij velen reeds bij voorbaat scepsis over de uitkomsten van de evaluatie.

Juist in zo�n situatie van onderling wantrouwen laten de effecten van een beleid zich niet simpel evalueren. Alle partijen leven in hun eigen werkelijkheid.

Zo hebben ze ieder hun eigen vragen die in een dergelijk onderzoek zouden moeten worden beantwoord. Nadrukkelijk moet daarom worden voorkomen dat de overheid haar eigen evaluatie uitvoert, en dat de andere partijen zich daarin straks niet kunnen herkennen. Daardoor zou immers het gevaar ontstaan dat nieuw onderzoek niet de dialoog steunt, maar er juist voor zorgt dat partijen verder uit elkaar komen te staan. Laat ik het positiever formuleren: de overheid zou de evaluatie van het Schipholbeleid juist moeten aangrijpen om het onderlinge wantrouwen (een beetje) te slechten.

Reageer op dit artikel