nieuws

Ministerie maakt gebaar naar renovatiesector Van BRRM tot BRIM

bouwbreed Premium

amsterdam – Het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCenW) wil de nieuwe regelgeving voor het onderhoud en de renovatie van oude gebouwen aanpassen. Het departement doet dat op verzoek van de renovatiebranche zelf die vreest dat het beleid de sector de nek om draait.

Staatssecretaris Van der Laan (cultuur) verruilt per 1 januari 2006 de oude subsidieregeling voor het Besluit Rijksregeling Instandhouding Monumenten (BRIM). De BRIM trekt alleen geld uit voor onderhoud en niet voor renovaties. Instellingen die historische panden opknappen komen hierdoor in de problemen omdat veel oude panden nog ingrijpend verbouwd moeten worden.

“De BRIM gaat ervan uit dat alle oude gebouwen alleen nog maar onderhouden moeten worden. Maar dat is niet juist. Er zijn nog een heleboel panden die eerst gerestaureerd moeten worden. Blijft het BRIM zoals het is voorgesteld, dan zakt de hele markt in elkaar”, protesteert directeur W. Eggenkamp van het Amsterdamse Stadsherstel – met zo�n vijfhonderd panden de grootste eigenaar van historisch vastgoed in Nederland – tegen het aangekondigde beleid.

Beheersplan

OCenW komt de sector nu tegemoet door de subsidie voor renovatiewerkzaamheden aan woonhuizen net als bij de oude regeling vast te leggen op 70 procent van de uitgaven die voor financiële ondersteuning door het Rijk in aanmerking komen. In de oorspronkelijke plannen lag dat percentage voor woonhuizen op 25 procent. Bij kerken, kastelen en andere historische gebouwen zoals molens blijft het percentage respectievelijk op de in de BRIM voorgestelde 65, 60 en 50 procent.

De aangekondigde plannen van OCenW zouden niet alleen grote gevolgen hebben voor de financiering van renovaties, maar ook voor de administratie van restaurerende instellingen. Krijgt het ministerie zijn zin, dan zouden de organisaties voor ieder pand een beheersplan moeten maken en dat met de daarbij horende rekeningen bij OCenW in moeten leveren.

“Nou, je begrijpt wel, dat wij met vijfhonderd gebouwen in eigendom de papierberg al op ons af zagen komen”, schetst Eggenkamp de praktische gevolgen van de maatregel. Met het ministerie heeft hij nu afgesproken dat de ambtenaren die de controle uitvoeren genoegen nemen met een kostenoverzicht dat door de accountant is bekeken en goedgekeurd.

Ondanks de beloftes van OCenW, is Eggenkamp voorlopig nog sceptisch over de daadwerkelijke doorvoering van de voorgesteld aanpassingen. “Met de toezeggingen is de angel er grotendeels uit. Maar eerst zien, dan geloven.”

De Tweede kamer heeft tot 13 september de tijd gekregen om vragen te stellen over de wetsvoorstellen. Daarna wordt het BRIM voor behandeling en goedkeuring aan de volksvertegenwoordiging voorgelegd.

“Op het ministerie zijn ze nu hard aan het werk om de aanpassingen uit te werken. Er is haast bij, want het BRIM gaat begin volgend jaar in”, schetst Eggenkamp het tijdspad. Worden alle deadlines gehaald, dan debatteert de Tweede Kamer dit najaar over de BRIM. Eggenkamp: “Ik verwacht dat de minister in de begeleidende brief de aanpassingen zal toelichten.”

Tot op heden is de rijkssubsidie voor restauratie van historische gebouwen geregeld in het Besluit Rijkssubsidie Rijksmonumenten (BRRM). Deze regeling vervalt per 1 januari 2006 en wordt vervangen door het Besluit Rijksregeling Instandhouding Monumenten (BRIM).

De BRRM stelt jaarlijks 45 miljoen euro beschikbaar voor de renovatie van historische gebouwen. Daarnaast is in de BRRM de kanjerregeling opgenomen voor grote monumenten, bijvoorbeeld de Sint Jan in �s-Hertogenbosch, waarvan de renovatiekosten zo hoog zijn dat ze niet met de normale subsidieprogramma�s te financieren zijn. De BRRM en de BRIM maken onderdeel uit van de OCenW-begroting, over het geld voor de kanjersubsidies moet ieder jaar worden onderhandeld.

Reageer op dit artikel