nieuws

Branche van straatmakers zoekt definitief erkenning Vertrouwen in SEB

bouwbreed

nieuwegein – Het wordt tijd dat het bestratingsbedrijf laat zien wat het kan. Door de Stichting Erkenning voor het Bestratingsbedrijf kent de branche weliswaar een uitstekende regeling, maar bij de buitenwereld – en in de eerste plaats de opdrachtgevers – is dat nog onvoldoende bekend.

“Daaraan gaan we werken,” zegt secretaris Anne Fokke de Vries van de SEB (Stichting Erkenning voor het Bestratingsbedrijf). Hij acht het hard nodig de kwaliteit van het straatwerk blijvend op peil te houden.

Sinds een jaar of tien geleden het Vestigingsbesluit Bestratingsbedrijf als gevolg van de versobering van de Vestigingswet werd afgeschaft, zijn slechts tachtig bedrijven opgenomen in het Register Erkende Bestratingsbedrijven volgens de erkenningsregeling, die in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken op poten is gezet. En dat terwijl er zo�n 2200 bedrijven daadwerkelijk actief zijn. Overigens is meer dan de helft daarvan zzp�ers, zelfstandigen zonder personeel of liever ozp�ers, ondernemers zonder personeel.

“Wij zijn”, zegt De Vries, “met onder meer opdrachtgevers aan tafel gaan zitten en we zijn tot de conclusie gekomen, dat de audits moeten worden aangescherpt. Beter, zorgvuldiger en vaker moet niet alleen gekeken worden naar het werk en de kwaliteit ervan, maar ook naar het papierwerk binnen de bedrijfsvoering. Op die manier willen we het kaf van het koren scheiden. Het probleem is dikwijls, dat de opdrachtgever – dat is niet zelden een gemeente – niet rechtstreeks communiceert met degene die het bestratingwerk uitvoert”.

“Het komt voor dat het bestratingwerk als onderdeel van een groot werk door partij X wordt aangenomen en twee, drie maal door de handen gaat voor het wordt uitgevoerd. Dikwijls door een ozp�er of klein bedrijf, de laatste in de keten. Aannemer X is het aanspreekpunt voor de opdrachtgever, maar deze krijgt hem op het werk nooit te zien. En opmerkingen en commentaren worden van boven naar beneden doorgegeven. Als dat al gebeurt. Dat komt de kwaliteit niet altijd ten goede”.

Objectiever

Volgens De Vries wordt het ook tijd dat opdrachtgevers serieus werk gaan maken van een eerlijker en objectievere manier van aanbesteden: “We hebben de Europese regels, waaraan we vanzelfsprekend moeten voldoen. Maar de meeste klussen blijven ruim onder het grensbedrag die de Europese regels voor werken voorschrijven. Het mooist zou zijn als opdrachtgevers een lijst zouden hanteren van bedrijven die in het register zijn opgenomen, waarvan een stuk of vier – steeds wisselend – worden gevraagd in te schrijven. Bedrijven die er een potje van maken, vallen af (met alle gevolgen voor de erkenning van dien), andere komen er bij.”

De Vries constateert bovendien, dat het nogal eens voorkomt dat men �slordig� is met papierwerk: “Vooral ozp�ers zijn gebakken om te werken en niet om achter een bureau te zitten. Dat merk je. Toch staan er de nodige zaken geregistreerd, waar conclusies uit te trekken zijn”.

In de auditors van de SEB heeft SEB-voorzitter De Vries veel vertrouwen. Niet zelden zijn zij gewezen opdrachtgevers of uitvoerders met veel ervaring en een natuurlijk overwicht. Het feit dat de auditors van de SEB worden gevraagd door bijvoorbeeld de rechtbank om als getuige-deskundigen op te treden, bewijst dat. “Het streven is”, aldus De Vries, “dat elk bestratingsbedrijf in Nederland tenminste één maal per jaar een audit krijgt”.

Reageer op dit artikel