nieuws

Je kunt altijd nog stratenmaker worden

bouwbreed Premium

hoogeveen – Als je geen werk hebt, kun je altijd nog stratenmaker worden. Dat dacht Jan Schonewille (60) toen hij in 1974 zijn baan als kraanmachinist verloor, doordat het bedrijf waarvoor hij werkte voor de tweede keer failliet ging. Nu heeft Schonewille Grond-, Weg- en Waterbouwbedrijf zeventig man in dienst en bestrijkt het werkgebied heel Noordoost-Nederland.

Twente, Overijssel, Flevoland, Drenthe, Groningen en Friesland tot aan de Waddenzee. Standplaats van het gww-bedrijf is de Zuid-Drentse gemeente Hoogeveen. “Zo� n anderhalf uur rijden is rendabel, daarboven wordt de kostprijs door bijvoorbeeld reisurentoeslagen te hoog”, vertelt Tinus Schonewille (38), zoon van de oprichter van het bedrijf en inmiddels algemeen directeur. Een extra filiaal in Leeuwarden neemt een groot deel van de klussen in en rondom de Friese hoofdstad voor zijn rekening.

“Op dit moment hebben we vijftien werken in uitvoering”, zegt hij terwijl de rit langs drie daarvan de core business zal illustreren van het van oorsprong stratenmakersbedrijf, dat in de jaren negentig doorgroeide tot hoofdaannemer op het gebied van grond-, weg-, en waterbouw.

“Het aanbod van werk is wat mager momenteel”, verklaart Schonewille waarom de projecten verder uit elkaar liggen dan normaal. “We hobbelen van klus naar klus, we hebben geen grote doorlopende werken in portefeuille. Twintig in uitvoering is gemiddeld, bij tien begin ik mij zorgen te maken, bij dertig hebben we het stervensdruk. Het houdt niet over, maar slecht gaat het dus ook weer niet”, zegt hij terwijl hij met de auto stilhoudt bij het Bethesda Ziekenhuis in Hoogeveen.

“Hier hebben we een doorsteek gemaakt voor de ambulancedienst, zodat deze niet de gebruikelijke route hoeft te rijden”, wijst hij terwijl een shovel het grondwerk fatsoeneert en de rommel weghaalt. “Twee weken geleden zijn we begonnen, het werk is vandaag klaar.”

Om te voorkomen dat het achterliggende verkeer boven op de ambulance botst als deze remt om de bocht te nemen richting het ziekenhuis, is op de rijstrook aan de rechterzijde zo�n 100 meter voor de ambulancedoorsteek een verkeersremmende voorziening aangebracht in de vorm van een aantal ronde trottoirbanden. “Ze zijn met Poltec-lijm geplakt op het asfalt”, legt Schonewille uit waarom het niet nodig was de asfaltlaag op te breken. De totale aanneemsom van deze klus in opdracht van de gemeente Hoogeveen bedraagt ongeveer 35.000 euro.

De tweede stop is in Beilen waar Schonewille vanaf eind juni een reconstructie uitvoert van vijf verouderde straten in het centrum. “Alles moet eruit: trottoirbanden, straat en stoep zijn versleten, ook het riool is niet goed meer”, vertelt uitvoerder Goos Schonewille, die geen familie is van de directeur. De naam komt vaak voor in de regio. “Alles wordt vernieuwd, tot aan de straatverlichting toe en in verband met de warme kleur en duurzaamheid krijgen alle stenen een natuurstenen deklaag.”

De hele wijk wordt in deelbestekken aanbesteed. “Dit is de tweede fase”, legt Schonewille uit hoe het project met een aanneemsom van 330.000 euro meervoudig onderhands is verkregen. “Dat is meestal het geval, of via openbare aanbesteding. Wat dat betreft is de markt net een tombola; het is maar net wat je te pakken krijgt.”

Maar het is ook de uitdaging, vindt de directeur die net als zijn vader in eerste instantie vanuit een negatieve situatie in het vak is gerold. “Mijn vader was kraanmachinist bij een Duits bedrijf dat voor de tweede keer in één jaar failliet werd verklaard. �Dan kun je nog altijd stratenmaker worden�, redeneerde hij. Hij nam twee vakvolwassen stratenmakers in dienst van wie hij de kneepjes van het vak leerde. Schafte een trilplaat aan, een paar schoppen en straathamers en ging aan de slag.”

“Werkorganisatie is zijn kracht, hij ziet in één oogopslag waar iets niet in de haak is en weet altijd aan werk te komen”, verklaart Tinus Schonewille hoe zijn vader binnen een jaar tijd twintig man in dienst had. “Als voorman werkte hij net zo hard mee, gaf zijn ogen en oren goed de kost. Dan pik je het snel op. Daarnaast bracht hij zijn ervaring mee als kraanmachinist, in die tijd een beroep in opkomst. Hij wist hoe hij een pvc-kolk moest zetten of een riool aanleggen. Over grondwerk hoefde niemand hem iets te vertellen.”

Nu houdt Jan Schonewille, die nog steeds eenderde aandeel heeft in het bedrijf, zich voornamelijk bezig met de calculatie. Tinus is vanaf 1990 werkzaam in het bedrijf. Na zijn heao verzeilde hij bij zijn eerste betrekking in een conflict met een collega. Hij besloot zijn vader te gaan helpen, wie het werk soms boven het hoofd groeide en zette daarnaast de handelspoot op. “Die wordt nu gerund door mijn zwager en zus, die zo ook eenderde aandeel hebben in het bedrijf.”

De tocht wordt via kruip- en sluipdoorweggetjes door het zo mooie Twentse landschap vervolgd richting Enschede. Daar voert Schonewille de komende maanden een rioolrenovatie uit in de Lipperkerkstraat. “Dit soort klussen in oude volksbuurten zijn �t leukst”, zegt Tinus. “Komt door de gemoedelijkheid van de Twentenaren. De bouwvakkers krijgen koffie, soep en zelfs gehaktballen aangeboden.”

De straat met voornamelijk woningen van voor de oorlog, ligt voor een gedeelte al open. Een minigraver schraapt voorzichtig de bovenste grondlagen weg en graaft een proefsleuf. “Het is speuren naar wat er ligt”, zegt uitvoerder B. Leistra die zich van machinist heeft opgewerkt tot uitvoerder. “Het liefst staat hij met zijn werkschoenen onderin de sleuf”, zegt Schonewille over de vakman die al 28 in dienst is.

Leistra: “Het hoofdriool is nog intact, maar de tweehonderd huisaansluitingen, die meer dan zestig jaar oud zijn, moeten worden vervangen. En stel dat je er één vergeet. Dat kan natuurlijk niet.”

Februari volgend jaar moet het werk met een aanneemsom van 460.000 euro zijn afgerond, Schonewille hoopt voor de kerstdagen klaar te zijn.

Eerdere artikelen in deze reeks verschenen op 12, 19 en 26 juli en 2 augustus..

In de zomermaanden zet Cobouw de schijnwerpers op bedrijven uit vooral het midden- en kleinbedrijf. De leidinggevende, in deze sector veelal directeur of eigenaar, geeft de verslaggever zijn of haar kijk op de bouw. Een ritje langs enkele bouwplaatsen.

Het familiebedrijf Schonewille Grond- Weg- en Waterbouw draait een gemiddelde omzet van 10 miljoen euro per jaar, 7 miljoen uit de gww-tak en 3 miljoen uit de handelsonderneming in straat- en tuinmeubilair.

Het stratenmakersbedrijf van oorsprong, dat begon als onderaannemer, groeide begin jaren negentig door tot hoofdaannemer in de gww-sector.

De zeventig werknemers van de onderneming worden regelmatig versterkt door circa 25 man van de �satellieten� zoals Tinus Schonewille de vaste onderaannemers noemt.

Reageer op dit artikel