nieuws

Deregulering vraagt grote verantwoordelijkheid branches

bouwbreed Premium

Binnenkort komt de Sociaal Economische Raad (SER) op verzoek van het kabinet met een definitief advies over de Arbowet. Het kabinet wil deze wet herzien en daarmee grotere ruimte creëren voor initiatieven van werkgevers en werknemers. In de branchespecifieke A-bladen heeft de bouwnijverheid in elk geval aangetoond deze verantwoordelijkheid aan te kunnen.Volgens Cees van Vliet zouden de publicaties in de toekomst zelfs als voorbeeld voor andere bedrijfstakken kunnen dienen.

Met de herziening van de Arbowet beoogt het kabinet meer verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de bedrijven en hun werknemers. De verschillende branches moeten zelf afspraken kunnen maken over de arbeidsomstandigheden. Mits dit goed gebeurt, treedt de overheid terughoudend op als toezichthouder.

Momenteel werkt de SER aan een advies over een fundamentele herziening van de Arbowet. Staatssecretaris Van Hoof van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vroeg in oktober 2004 de mening van de raad, die ernaar streeft om op 17 juni een definitief oordeel vast te stellen.

Beschermingsniveau

In een ontwerpadvies van 26 mei 2005 bepleit de SER alvast een andere opzet van de arboregelgeving. Op dit moment wordt het voorstel besproken in de achterbannen van de organisaties van werknemers en werkgevers.

Er moet volgens de SER een duidelijker onderscheid komen tussen het publieke en het private domein. Het publieke domein moet bestaan uit de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling. Voor zover nodig worden ook de concrete en de te handhaven doelvoorschriften uit de beleidsregels opgenomen. De middelvoorschriften, toelichtingen en detailleringen worden uit het huidige publieke domein gehaald en moeten tot het private domein van de sociale partners gaan horen. Voor de (publieke) regelgeving op arbogebied moet het kabinet zo concreet mogelijk aangeven welk beschermingsniveau van werknemers moet worden bereikt. De vraag hoé dat beschermingsniveau moet worden bereikt, kan worden overgelaten aan het (private) domein van werkgevers en werknemers. Aan concrete voorbeelden ontbreekt het nog, maar het is aannemelijk dat het in dit domein voornamelijk zal gaan om de zogenoemde lage risico�s.

Deze opzet draagt volgens de SER bij aan een vereenvoudiging van de arboregelgeving en het bevorderen van regels op maat. Verder kunnen overbodige regels worden geschrapt en de structuur van de overblijvende regelgeving verhelderd. Het plan voor minder regels en meer branchespecifieke afspraken zal menigeen als muziek in de oren klinken, met name de ondernemers. Toch is dit voornemen niet helemaal zonder risico�s. Om te beginnen is het verminderen van het aantal regels op zich nogal riskant. Regels zijn er immers voor de goede orde. Zonder regels wordt het al snel een rommeltje. Daar komt bij dat duidelijke normen de veiligheid uit de concurrentiesfeer halen.

Als iedereen verplicht is te zorgen voor een zo veilig en gezond mogelijke werkplek, zijn immers ook de kosten voor iedereen gelijk. Deze positieve eigenschappen gaan echter niet volledig op voor de huidige wetgeving. Niet altijd bieden de regels een oplossing voor alle voorkomende risico�s op de werkplek. Zij sluiten vaak onvoldoende aan bij de praktijk. Ze maken de situatie voor de aannemers soms zelfs onwerkbaar. En daar komt nog het algemeen geldende effect van wetten en regels bij, dat wat van bovenaf wordt opgelegd, vaak leidt tot weerstand. Hierdoor kan de naleving te wensen overlaten.

Het kabinet heeft dus terecht nagedacht over een verschuiving naar regels die in de branches worden gemaakt. Het begrijpt dat wanneer werkgevers en werknemers zelf afspraken maken, deze gaan over de meest nijpende knelpunten. De overeengekomen oplossingen zijn praktisch goed uitvoerbaar, anders spreken de partijen het wel op een andere manier af. Door deze positieve aspecten ontstaat de grotere betrokkenheid die de overheid bij het arbobeleid beoogt.

Door de relevantie en de grotere werkbaarheid ontstaan begrip en draagvlak en wordt ook de naleving bevorderd. Branchespecifieke afspraken kunnen in de toekomst dus een belangrijke bijdrage betekenen voor het niveau van de arbeidsomstandigheden. De verwachte betere naleving is immers een belangrijke basis voor de veiligheid en gezondheid.

De A-bladen vormen een goed voorbeeld van hoe de branches een praktische invulling geven aan wat haalbaar, wenselijk en noodzakelijk is. In de publicaties maken werkgevers en werknemers gezamenlijk afspraken over het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. In de bouwnijverheid zijn tal van A-bladen gemaakt. De overheid ondersteunt deze en de arbeidsinspectie hanteert ze bij haar controles. Bouwbedrijven verwijzen naar de publicaties tijdens onderhandelingen met opdrachtgevers. De samenwerking tussen overheid en werkgevers en werknemers waarbinnen de publicaties totstandkomen, is constructief.

Complimentje

Van de overheid mag naast het stimuleren tot het maken van de A-bladen (of elke andere vorm van afspraken) worden verwacht dat altijd rekening wordt gehouden met wat is afgesproken. Als zij als opdrachtgever optreedt, moet de overheid de bedrijven in de gelegenheid stellen te investeren in de maatregelen.

Een ander belangrijk aspect is de handhaving. De SER stelt in zijn ontwerpadvies voor dat de arbeidsinspectie zal gaan handhaven op de normen zoals die zijn opgenomen in het publieke domein.

Het in de adviesaanvraag van Van Hoof voorgestelde naming and shaming (openbaarmaking van de naam van een onderneming bij een ernstige overtreding) biedt volgens de SER onvoldoende toegevoegde waarde. Liever ziet de raad dat inspecteurs ook praktische tips aanreiken en ook eens een complimentje geven. De voorgestelde verdubbeling van de maximaal op te leggen boetes kan bij een ernstige overtreding wel een effectief middel zijn. Naast de handhaving van de normen uit het publieke domein zou de overheid ook voor handhaving moeten zorgen van de (private) afspraken in de sectoren.

De terugtrekkende overheid zal waarschijnlijk zorgen voor een grotere betrokkenheid, maar dat betekent nog niet dat de naleving gegarandeerd is. Omdat een branchespecifieke arbeidsinspectie niet bestaat, zal de overheid op dit terrein nog steeds een belangrijke taak te vervullen hebben. Werkgevers willen zich best schikken naar de regels, áls er maar wordt gezorgd dat andere bedrijven deze niet ontduiken. Dat geldt voor de regels die de overheid maakt, maar ook voor de sectorspecifieke afspraken.

Cees van Vliet

Algemeen directeur Arbouw,

www.arbouw.nl

Werkgevers willen zich best schikken naar

Reageer op dit artikel