nieuws

Bazen hebben we niet, we zijn allemaal de baas

bouwbreed Premium

leeuwarden – Wat licht gemopper daargelaten, valt er nooit een onvertogen woord tussen de gebroeders Albert, Teake, Wiebe, Johannes en Sjoerd van der Wiel. De mannen die al zon twee decennia een stratenmakersploeg vormen bij Koninklijke Sjouke Dijkstra Infra en Milieu lopen beter synchroon dan de raderen van een pas geoliede machine.

In de bouwkeet klinkt het geluid van knarsende autobanden. Een minuut later schalt zes keer achter elkaar een joviaal �Goeiemiddag!� door het houten gebouwtje in het Friese Beetgumermolen. Zes mannen op rij komen het vertrek binnen. Ze verschillen allemaal een stukje in lengte. Albert, de grootste, voorop. Gert, de zoon van Sjoerd, achteraan. “We noemen ze hier de Daltons”, grijnst uitvoerder Johan Wiersma. Het groepje reageert met een luide lach.

Hun dienstverbanden bij elkaar opgeteld, hebben ze dik een eeuw ervaring in het stratenmakersvak. De geschiedenis van de familieploeg gaat zelfs terug tot diep in de vorige eeuw. Toen ging opa van moederskant als grondwerker in dienst bij gww-bedrijf Koninklijke Sjouke Dijkstra, dat sinds de oprichting in 1884 actief is in de noordelijke provincies. Zijn schoonzoon, de vader van de groep, werd er vervolgens stratenmaker en introduceerde zijn jongens in het vak. “Vader was een goeie stratenmaker. We gingen in de vakantie met hem mee”, herinnert Albert van der Wiel. “Zo zijn we allemaal begonnen. Het is de beste manier om een beroep te leren kennen. Kijk maar naar ons. We gingen een voor een bij Sjouke Dijkstra werken. En Sjoerd heeft ook weer zijn zoon meegebracht. Gert. Daar zit-ie!” Hij wijst naar een modieus gekapte jongeman, haalt dan een foto te voorschijn. “Kijk dat is onze vader. Als hij nog geleefd had, was hij vandaag ook van de partij geweest.” De broers knikken. “Zeker weten!” Hij leefde voor zijn vak, net als zij.

Korte rokjes

“Stratenmaker is een mooi beroep. Je bent altijd lekker buiten”, zegt Albert, die zo�n beetje optreedt als woordvoerder. “Ik zou er niet aan moeten denken dat ik altijd binnen moest zitten.” Sjoerd van der Wiel: “En nu komt de zomerperiode, dan krijgen we de korte rokjes weer!” De anderen juichen. Storen ze zich wel eens aan iets? Het blijft stil in de keet. “Nou ja,”, zegt Albert van der Wiel na even te hebben nagedacht. “Het verkeer op de weg. Automobilisten kunnen tegenwoordig geen borden meer lezen. Er staan overal borden en dan rijden ze nog over de plek die je net gestraat hebt. Mensen hebben geen geduld meer. Ze hebben haast, haast, haast. “

Toch piekeren ze er niet over om iets anders te gaan doen. Hun hart ligt bij Sjouke Dijkstra, dat jaarlijks zo�n 16 miljoen euro omzet met onder meer grondverzet, rioleringstechniek, asfalteren, straatwerk en bodemsanering. “We hebben het goed hier, dus waarom zouden we iets anders willen?”

Uitvoerder Wiersma prijst zijn mannen als allround vaklieden. “Deze jongens zijn bereid alles aan te pakken. Ze voelen zich nergens te goed voor. Technisch zijn ze allemaal even sterk, maar er is niets waar ze hun neus voor op halen. De eerste die een kruiwagen ziet, is voor die dag opperman. Dat gaat gewoon stilzwijgend. Altijd met een goed humeur en met veel humor. Het klikt perfect. Er werken zo�n 85 man bij ons bedrijf, maar deze ploeg is uniek.”

De mannen horen het compliment gelaten aan. “Bazen hebben we niet”, zegt Albert van der Wiel. “We zijn allemaal de baas, en daarom krijgen we ook nooit ruzie. En met Wiersma werken we al zo lang samen, die is gewoon een van ons. Ach, als we �s een keer van mening verschillen, sluiten we gewoon een compromis. Zo lang het werk maar op tijd afkomt.”

�We gingen één voor één bij Sjouke Dijkstra werken�

Reageer op dit artikel