nieuws

Rijkswaterstaat: Bouw is nog onvoldoende integer

bouwbreed Premium

den haag – De gww-sector moet nog veel leren op het gebied van integriteit en klantvriendelijkheid. De hoogste baas van Rijkswaterstaat ergert zich aan aannemers die denken dat het tekenen van de gedragscode voldoende is om met het bouwfraude-verleden af te rekenen.

Volgens top-ambtenaar L.H. Keijts kan de aannemerij op dat gebied nog wel wat leren van de ambtenaren van Rijkswaterstaat. De teugels bij de dienst zijn na de bouwfraude-affaire aangehaald. Desondanks wordt hij jaarlijks geconfronteerd met vijf tot zes incidenten van niet integer gedrag, waarbij zijn ambtenaren zijn betrokken. Afgelopen jaar is echter niemand de laan uit gestuurd.

“Ik heb niet de indruk dat de boodschap in de bouw overal even helder is aangekomen. Fraude is niet alleen knoeien met boekhoudingen. Integer gedrag zit ook in de bedrijfscultuur. Vind je het normaal dat gereedschap mee naar huis mag of een overgebleven kuub zand verdwijnt? De periode van smeren en fêteren is wat ons betreft echt voorbij, maar de aannemerij heeft op dat vlak nog wel wat huiswerk te doen.”

Datzelfde geldt wat hem betreft voor de klantvriendelijkheid. Een bouwer die luistert naar wat de klant wil, is geen vanzelfsprekendheid. “Zeker in de gww-sector is zo�n houding nog ver te zoeken.” Een omslag die de dienst zelf wel probeert te maken met bijvoorbeeld klachtenlijnen voor automobilisten en �belevingsonderzoeken�.

Nieuwe leest

Keijts staat sinds twee jaar aan het hoofd van Rijkswaterstaat. Hij ging direct aan de slag om de dienst op een nieuwe leest te schoeien. Hij weet uit eigen ervaring dat het niet lukt een eeuwenoud instituut van de een op de andere dag te hervormen. De frisse wind bereikt nog niet alle hoeken en gaten, maar Keijts heeft het gevoel dat hij weer langzaam in de opbouwende fase terechtkomt. Zijn missie is om van Rijkswaterstaat een professionele opdrachtgever te maken die alleen nog innovatief aanbesteedt. Een omslag die veel bloed, zweet en tranen kost. Design & construct-contracten zijn inmiddels de norm, maar de Bouwdienst sukkelt nog ten minste drie jaar met lopende �ouderwetse� contracten. “Die moet je toch op een nette manier afmaken.”

Eind dit jaar verwacht hij dat 2200 van de 11.000 werknemers bij zijn dienst zijn vertrokken. Ondanks deze kaalslag heeft hij 120 vacatures. “Daar is nu weer ruimte voor.” Hij zoekt ook mensen uit de bouw, maar dan wel met de juiste instelling en relevante ervaring met nieuwe contractvormen.

De ervaring met innovatieve contracten loopt inmiddels in de tientallen. Publiek-private samenwerking (pps) is het nieuwe toverwoord waarvoor tien projecten zijn aangewezen. “Ik heb de minister gewaarschuwd voor nieuwe problemen en risico�s op dat gebied. Het pps-avontuur zal gepaard gaan met vallen en opstaan.”

Om beter te kunnen leren van opgedane ervaringen wordt momenteel het bestaande Kenniscentrum PPS van het ministerie van Financiën omgevormd tot een breder instituut dat ook wordt gevoed door ervaringen van Defensie, ProRail, Rijksgebouwendienst en Rijkswaterstaat.

Keijts is momenteel hard bezig met pps-contracten bij de Grensmaas/Zandmaas, Tweede Coentunnel en de ondertunneling bij de A2. De A4-Zuid is op iets langere termijn aan de beurt. Bij alle nieuwe contracten wil hij bouwcombinaties al betrekken bij de fase voor Tracébesluit en mer-procedure. “Daar dacht ik een jaar geleden anders over, maar als je ermee wacht zijn veel mogelijkheden al uitgesloten op het moment van aanbesteding. Het zal duidelijk zijn dat de varianten voor een Coentunnel beperkter zijn dan bijvoorbeeld de A4-Zuid.”

Hij voegt daaraan toe: “Risicomanagement is iets wat we onder de knie beginnen te krijgen. De risico�s horen bij degene die ze het best kunnen dragen. De overheid hoort dus ook verantwoordelijkheid te nemen.”

Desondanks verwacht de topambtenaar nieuwe problemen. “Als het tien jaar duurt voordat het volgende megaproject begint, zal veel kennis verloren zijn gegaan. Grote projecten zijn per definitie een risico waarbij van tevoren niet alles duidelijk is. Die kwetsbaarheid sluit je nooit uit.”

Samenwerken met marktpartijen beschouwt hij daarbij als iets vanzelfsprekends. “Een contract is één, maar er moet daarna wel worden gebouwd. En dan gaat er altijd van alles anders. Het is daarom belangrijk ook tijdens de uitvoering normaal te blijven praten over problemen en oplossingsgericht te denken. We zitten niet te wachten op aannemers die over elke scheet klagen en een claim indienen.”

�Risicomanagement beginnen we onder de knie te krijgen�

Reageer op dit artikel