nieuws

Eigenzinnige dynamiek kenmerk bouwsector

bouwbreed Premium

amsterdam – De dynamiek van de bouwnijverheid is een stuk eigenzinniger dan de beleidsmakers zichzelf wijsmaken. Die les trekt scheidend EIB-directeur Adri Buur uit vier decennia grondige studie van alles tussen markt en bouwput. Wie denkt de brede sector van klussenbus tot geboorde tunnel met een enkel recept te kunnen veranderen, zal van een koude kermis thuiskomen.

“Als econoom ben ik een ongelovige Thomas. Je moet geen vooringenomen standpunten hebben. In de jaren zestig hoorde je telkens dat de arbeiders van de bouwplaats naar de toeleverende industrie zouden verhuizen. De productie zou zo sterk naar de voorfase verschuiven, dat je als het ware kon bouwen zonder bouwvakarbeiders. Of dat ook gebeurde? In ieder geval veel minder en in een veel langzamer tempo dan de beleidsmakers dachten”.

Wat Buur betreft is het hardnekkigste misverstand de vermeende ondergang van het middenbedrijf. Hoe dikwijls is dat onheil al aangekondigd? “Ik heb nooit anders meegemaakt dan dat er mensen beweerden dat het middenbedrijf verdwijnt. Vooral echter in de burgerlijke en utiliteitsbouw zie je hoe nieuwe ondernemingen steeds weer de kop op steken. Voortdurend duiken nieuwe namen op van bedrijven die blijkbaar in staat zijn om op verrassende wijze tegen de stroom op te roeien. Ze slagen in een heel concurrerende markt op eigen kracht te groeien. Niet alleen door overnames. Ik zou zeggen: juist niet”.

Boegbeeld Adri Buur (62) vertrekt per 1 juni met vroegpensioen. Zet een punt achter zijn werkzaamheden als directeur van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid. Om vervolgens zijn vleugels weer uit te slaan. In ieder geval als hoogleraar bouweconomie aan de Universiteit Twente. Wellicht ook met wat advieswerk.

Of de econoom in zijn nieuwe rol tot scherpere standpunten komt? “Ik sta niet bekend als iemand die een blad voor zijn mond neemt. De nieuwe Buur is dezelfde als de oude Buur. Anders zou ik bij het EIB al die jaren in een harnas geleefd hebben. Dat gevoel heb ik niet. Hooguit wijzigt de toon iets als je op grotere afstand staat”.

De wortels van Buurs belangstelling voor de bouwnijverheid gaan terug naar zijn kandidaatsscriptie over woningbouw in 1966. Twee jaar later kon hij bij het EIB als kandidaat-assistent aan de slag bij professor A. Hendriks. Wie had destijds kunnen denken dat de man uit Hoorn twaalf jaar later benoemd zou worden tot directeur van hetzelfde instituut? In de tussenliggende periode rolde Buur als opvolger van ene Wim Kok, de latere minister-president, bij de Bouwbond NVV binnen als adviseur. “Heel jong kwam ik op plekken als de Sociaal-Economische Raad, was betrokken bij onderhandelingen over de bouw-cao en kon me ook internationaal oriënteren. Een erg leerzame tijd”. Om na een intermezzo in de jaren 1976 – 1977 als plaatsvervangend directeur bouwnijverheid bij het ministerie van VROM terug te keren op het nest van het EIB. Dit keer als directeur. Een groot karwei lag te wachten in de uitvoering van het Structuuronderzoek Bouwnijverheid. Vier jaar lang werd veertig man sterk gewerkt aan de klus. Een kleine vijftig deelstudies van het EIB vormde de grondslag van het grote afsluitende rapport. De overheid had destijds nog een goed gevulde portemonnee en zat vol met vragen over de toekomst van de bouwnijverheid en de volkshuisvesting. Historie, zo constateert Buur.

“Aanvankelijk waren de bouw en de overheid een Siamese tweeling. Als de een bewoog, ging de ander mee. Typisch de tijd van de wederopbouw. De bedrijfstak had als gesprekspartner van de overheid sterke behoefte aan een kenniscentrum voor het vinden van de feiten. Taak van het EIB: te zorgen voor goede cijfers en analyses”.

Onder regie van Buur verschenen bij het EIB sinds 1977 ruim achthonderd rapporten. Schier eindeloos is de reeks artikelen en inleidingen.

“De bouw telt weer mee. Tot op heden heeft het EIB geen behoefte aan grote conclusies. Die moeten de verantwoordelijken zelf maar trekken. Het instituut is bewust niet de kant opgegaan van advies en interpretatie. Juist daarom publiceren we zo veel, om te laten zien wat we gedaan hebben. Rond de bouwenquête merkten we dat veel waarde gehecht wordt aan ons onderzoek”.

Onafhankelijkheid

Juist vanwege de noodzakelijke onafhankelijkheid, zegt Buur altijd te hebben gewaakt over de tijdstippen van publicatie. Wie broedende cao-partners stoort, krijgt immers al gauw het woord manipulatie naar het hoofd. Het huidige EIB-bestuur telt naast vertegenwoordigers van Bouwend Nederland en vakbonden drie onafhankelijken, waaruit de voorzitter gekozen wordt.

“Ik herinner me nog een rapport waarin de cijfers over de beloning van het uta-personeel nogal afweken van wat in de onderhandelingen over tafel ging. De opschudding was compleet. Een andere keer waren brancheorganisatie AVBB en bouwbonden bij minister-president Lubbers op bezoek om steun te vragen voor de sector. Laten nu net onze nieuwe prognoses verschijnen waarin staat dat de productie met 10 procent zal toenemen. Deze samenloop is ons bepaald niet in dank afgenomen. We hebben destijds afgesproken dergelijke verrassingen te zullen vermijden door de gegevens tijdig te verspreiden. Trouwens, het AVBB en ook de bonden hadden in de kersttijd het rapport gewoon over het hoofd gezien. Het EIB viel niets te verwijten”.

�Opschudding over

EIB-rapport bij bezoek aan premier Lubbers�

Reageer op dit artikel