nieuws

Dekker: Het gaat om goede investeerders

bouwbreed Premium

den haag – De volkshuisvesting en ruimtelijke ordening in Nederland is flink in beweging. Het huurbeleid is vernieuwd, de relatie met woningcorporaties wordt herzien, het grondbeleid verandert en sinds de Nota ruimte weet iedereen in het veld wat bedoeld wordt met ontwikkelingsplanologie.

Minister Sybilla Dekker van VROM heeft het druk genoeg met de Nederlandse aangelegenheden. Toch vindt ze het een taak om ook internationaal haar licht op te steken. Zoals in de Verenigde Staten waar samenwerking tussen overheid en marktpartijen niet meer dan vanzelfsprekend is. Of in Tsjechië, omdat ze zich als bewindspersoon heeft opgedragen ook de handen uit de mouwen te steken voor nieuwe EU-lidstaten die de Nederlandse hulp op woon- en ruimtelijke ordeningsgebied goed kunnen gebruiken.

Onbekend was ze overigens niet met de Oost-Europese volkshuisvesting toen ze medio maart naar Praag vertrok. In 2004 had ze in de Bulgaarse hoofdstad Sofia al kennis gemaakt met die typische sociale woningbouw in het voormalige Oostblok: rijen grauwe flatgebouwen met een slechte kwaliteit.

Dekker: “De flatgebouwen in Oost-Europa dateren van de jaren vijftig en zestig. Ze zijn altijd staatsbezit geweest. Na de omwenteling zijn de appartementen voor weinig geld verkocht aan de individuele bewoners. Het probleem is dat ze hun woningen niet als vermogensopbouw zien, en ze daarom ook niet onderhouden. Pas nu beginnen ze de waarde enigszins te zien. Maar geld hebben ze niet om de flats te renoveren. En ook de overheid heeft dat geld niet.”

Structuurfondsen

Op bijdragen uit de Europese structuurfondsen hoeven deze nieuwe EU-lidstaten niet te rekenen, omdat wonen en ruimtelijke ordening nationale aangelegenheden zijn en dus niet tot het mandaat van de Europese Unie behoren. Het geldgebrek was reden genoeg voor Dekker en haar toenmalige Tsjechische collega Paroubek (nu premier) om de problematiek aan te kaarten bij de voorzitter van de Europese Commissie Barroso. “Ons doel was om het op de agenda te zetten, want anders gebeurt er helemaal niets.”

Dekker wil de nieuwe lidstaten vooral steunen met kennisoverdracht. Bewoners wordt bijvoorbeeld geleerd hoe ze een investeringsplan kunnen maken, waarmee ze ontwikkelaars en bouwbedrijven kunnen aantrekken. Ook publiek-private samenwerking (pps) is nadrukkelijk één van de mogelijkheden die de minister ziet om renovatieprojecten op te pakken. Ze vindt dit onderwerp des te belangrijker omdat er volgens haar naast het woonprobleem vooral een groot sociaal probleem is. “Het gaat namelijk om langdurige herstructurering en vooral grote hoeveelheden flatgebouwen.”

Hoe anders was haar eerdere reis medio februari naar de Verenigde Staten. Om te praten over ruimtelijke ontwikkeling en huisvesting was ze op bezoek in de staat New Jersey, qua bevolkingsdichtheid redelijk vergelijkbaar met Nederland, “alleen nog wat heftiger dan hier”. Ze verbaasde zich over de grote investeringsbereidheid van de ondernemers. “Wat ik me daar duidelijk realiseerde is dat het belangrijk is investeerders te hebben die echt willen investeren.”

De samenwerking tussen overheid en marktpartijen heeft er ook al op grote schaal plaats, terwijl pps in Nederland nog in de kinderschoenen staat, ontdekte Dekker. Overigens is dat in de stad New Jersey ook niet altijd zo geweest. Lang gold daar de regel dat wie de grond in eigendom had, er ook op kon bouwen wat hij maar wilde. Er was geen sprake van een bestemmingsplan waar men zich aan hoefde te houden.

Evenwichtig

Om toch de invulling van de ruimte enigszins in goede banen te leiden, is ook de stad New Jersey overgestapt op planvorming en -ontwikkeling. “Men wilde dat het er evenwichtiger uit ging zien. Dat is weer overeenkomstig de Nederlandse situatie. Hieruit blijkt ook maar weer hoe belangrijk plannen op de langere termijn is.”

Wat haar prettig verraste was de betrokkenheid van bedrijven bij de directe omgeving van hun kantoor. “Hier houdt het op bij het hek, omdat wij de traditie hebben dat de openbare ruimte een verantwoordelijkheid is van de overheid. Maar de City Bank in New Jersey had bijvoorbeeld ook de omgeving van het pand behoorlijk aangepakt. Ze vinden het daar echt belangrijk voor de gehele uitstraling van het bedrijf dat de buurt er fraai uitziet.”

Dit is een voor Nederland nieuwe vorm van ruimtelijke inrichting waarvan de minister graag voorbeelden op eigen bodem zou terugzien. “Uiteindelijk gaat het overal bij goede gebiedsontwikkeling om eigen initiatief van gemeenten, ontwikkelaars en bewoners.”

Reageer op dit artikel