nieuws

Rijk eiste 100 miljoen bij schikking bouwfraude

bouwbreed Premium

den haag – Het kabinet eiste aanvankelijk 100 miljoen euro als genoegdoening voor de bouwfraude. Mede omdat de boetes van de NMa hoog uitvielen, hebben de ministers echter ingestemd met 50 miljoen euro. Het kabinet erkent dat verder procederen geen garantie is voor een hogere uitkomst en de juridische kosten kunnen oplopen tot 15 miljoen euro.

Uit een brief aan de Tweede Kamer blijkt dat het kabinet nog steeds veel voelt voor verder procederen, maar onder druk van het parlement rekening houdt met nieuwe onderhandelingen met de bouwsector. Nieuw is het argument dat schikken mogelijk nadelige gevolgen heeft voor de afhandeling van andere lopende fraudezaken.

Vandaag zullen de ministers Peijs (verkeer) en Brinkhorst (economische zaken) het kabinetsstandpunt in het parlement verdedigen. Naar verwachting zal de Kamer aandringen op nieuwe onderhandelingen om alsnog tot een schikking te komen.

Uit de optelsom van de duizend claims rolt een bedrag van 120 tot 150 miljoen euro. De betrokken overheidspartijen denken dat zij dit bedrag maximaal via de rechter kunnen verhalen. De bedragen zijn deels afgeleid van die in de Koop-boekhouding en deels gebaseerd op de door de enquêtecommissie berekende 8,8 procent schade voor tweehonderd specifieke gevallen. Op basis van deze gegevens hebben de overheidsopdrachtgevers het schikkingsbedrag van 100 miljoen euro genoemd tijdens de aftastende fase.

Het schikkingsbedrag van 50 miljoen euro uit het principeakkoord vindt het kabinet dan ook aan de “lage kant maar nog net aanvaardbaar”. Bouwend Nederland zegt dat dit het maximaal haalbare is. Uit de brief blijkt verder dat de rijksopdrachtgevers genoegen zouden nemen met het relatief lage bedrag van 15 miljoen euro ten gunste van de lagere overheden.

Het kabinet vond een groot nadeel dat Bouwend Nederland geen harde garanties kon geven omtrent de betaling. “In het principeakkoord staat dan ook dat pas wanneer 50 miljoen wordt gehaald de overheid afziet van verder procederen.”

Het kabinet erkent dat de uitkomst van juridische procedures allesbehalve zeker is. De overheden hebben elf proefprocessen bij de civiele rechter lopen. Maar omdat waarschijnlijk de Raad van Arbitrage gaat oordelen over de zaken, verwacht het Rijk in de proeffase bij de Raad uit te komen op vijftig tot honderd proefprocessen.

Reageer op dit artikel