nieuws

Rabo Vastgoed wil duizenden huizen voor jongeren bouwen

bouwbreed

UTRECHT – Rabo Vastgoed gaat samen met BAM Woningbouw in de Utrechtse wijk Kanaleneiland duizend woningen voor starters en studenten bouwen. Na Utrecht moeten soortgelijke complexen ook de woningnood in andere studentensteden oplossen. Waar andere ontwikkelaars huiverig zijn zich op de studentenmarkt te begeven, ziet de Rabobank juist kansen.

“De belangrijkste reden voor Rabo Vastgoed om voor deze groep te bouwen is, dat we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid willen nemen,” zegt woordvoerder E. Moeksis. “De woningnood onder studenten en starters in de grote steden is al jaren een groot probleem. Vooral omdat in de vastgoedwereld het misverstand leeft dat bouwen voor jongeren niet rendabel is. Ons onderzoek toont aan dat dat best kan. Al levert het natuurlijk nooit zoveel op als een commercieel project. Maar wij hoeven niet het allerhoogste rendement. Het kan echter alleen als we het grootschalig aanpakken.”

Om uit de kosten te komen, gaat de bank studentenkamers van 30 vierkante meter, voorzien van keukentje en douche, verhuren voor ongeveer 325 euro per maand. Voor vergelijkbare hypotheeklasten is het ook mogelijk de kamer te kopen. “Studenten wonen ook na hun studie vaak nog lang in soortgelijke kamers. Wij denken dat we de kamers prima kwijt kunnen. Veel net afgestudeerden vinden een studentencampus een prettige omgeving met veel gelijkgestemden.”

Het complex in Utrecht moet in september 2007 klaar zijn. Al komende zomer wordt begonnen met de bouw. Moeksis: “De gemeente Utrecht ziet de noodzaak snel te beginnen ook in. Ze versnellen daarom de vergunningen en bestemmingsplanprocedure.”

Het gebouw met drie 24 verdiepingen tellende torens is ontworpen door Klunder Architecten.

Rabo Vastgoed is ook in gesprek met andere studentensteden om daar soortgelijke complexen te bouwen. Moeksis wil nog niet zeggen welke. “Daar waar de nood het hoogst is. Maar uit concurrentieoverwegingen zeggen we niet waar. We willen ook niet dat gemeenten de grondprijzen gaan opdrijven, omdat ze weten dat we belangstelling hebben. Wel eisen we dezelfde voortvarendheid als in Utrecht.”

Reageer op dit artikel