nieuws

Lelijkheid

bouwbreed Premium

Wie op zoek is naar het lelijkste stukje Nederland doet er goed aan om eens een tochtje te ondernemen langs de honderden bedrijventerrein die ons land rijk is. De esthetische treurnis van de doorsnee architectuur aldaar wordt in veel gevallen aangevuld met verwaarloosde straten, parkeerterreinen en groenstroken, met scheefhangende lantaarnpalen en met vervuilde bedrijfsterreinen zelf. […]

Wie op zoek is naar het lelijkste stukje Nederland doet er goed aan om eens een tochtje te ondernemen langs de honderden bedrijventerrein die ons land rijk is. De esthetische treurnis van de doorsnee architectuur aldaar wordt in veel gevallen aangevuld met verwaarloosde straten, parkeerterreinen en groenstroken, met scheefhangende lantaarnpalen en met vervuilde bedrijfsterreinen zelf. Ook zal de bezoeker zich verwonderen over de vele leeg-

staande bedrijfsgebouwen en de lege kavels tussen die gebouwen.

Als het een nieuw terrein betreft, zal hij zich afvragen hoe in tijden van esthetische sturing deze bonte verzameling dicht opeen gepakte dozen zonder enig

onderling verband ooit tot stand heeft kunnen komen. Evengoed is het mogelijk dat hij een grotendeels leeg terrein oprijdt. Het betreft dan een van de vele pogingen van een lokale overheid om de gemeente een economische impuls te geven, meestal ondersteund door landelijke of Europese subsidies. Niet zelden had een buurgemeente hetzelfde idee, zodat er een onderlinge concurrentiestrijd ontstond met als enige winnaars de enkele bedrijven zich dan eventueel wel in de streek wilden vestigen en die, de gemeenten tegen elkaar uitspelend, de grond voor niets of zelf met geld toe konden verwerven.

Het doorsnee bedrijventerrein in Nederland is kortom, vergeleken met onze woonwijken, onze agrarische gebieden, zelfs met onze infrastructuur, een bestuurlijke, een planologische, een stedenbouwkundige, een architectonische en een economische puinhoop. En daar lijkt zelfs de overheid achter te zijn gekomen

In de architectuurnota Ontwerpen aan Nederland uit 2000 werd het bedrijventerrein tot een van de tien grote projecten uitgeroepen en in de nieuwe Nota ruimte zal het bedrijventerrein opnieuw een van de actiepunten van het architectuurbeleid zijn. Maar of de overheid werkelijk begrijpt wat het probleem is, dat is de vraag.

Van verschillende kanten wordt erop gewezen dat de enorme uitbreiding van het areaal bedrijventerrein (in de laatste 15 jaar nam het oppervlak bedrijventerrein met 30 procent toe, tegenover 10 procent woningbouwoppervlak) misschien iets te veel van het goede is geweest. Misschien is dat de reden dat oudere terreinen zo verwaarloosd zijn? Misschien hadden we toch wat meer aandacht moeten schenken aan onderlinge regionale en bovenregionale afstemming? Misschien hadden we die grond niet voor niks weg moeten geven? Misschien hadden we wat meer naar bestaande terreinen moeten kijken en een vergelijkbare vernieuwingsoperatie moeten overwegen die in de jaren zeventig een groot deel van de verwaarloosde stadswijken nieuw leven inblies en die op dit moment op allerlei plaatsen gaande is in de na-oorlogse wijken?

Misschien? Ik weet het wel zeker. De overheid denkt daar echter anders over. De Nota ruimte voorziet voor 2020 een uitbreiding van het oppervlak bedrijventerrein met 230 vierkante kilometer netto (325 bruto, dus met wegen, groen en waterberging). Dat is opnieuw 30 procent groei. De gewenste economische groei wordt één op één gekoppeld aan een gelijke uitbreiding van bedrijventerreinen. Of dat werkelijk noodzakelijk is, is nauwelijks onderzocht en gezien de veranderende aard van de bedrijvigheid van industrie naar dienstverlening waarschijnlijk ook onzin. We hebben niet zozeer meer, maar juist andere bedrijventerreinen nodig, beter aangelegd, met een prettiger leefklimaat, schoner en wat infrastructuur betreft meer gericht op personen-, dan op vrachtvervoer.

Het zou dus wel eens verstandiger kunnen zijn om juist de verwaarloosde, oudere bedrijventerreinen, die vaak dichter bij de stadscentra en de infrastructuur liggen te gaan herontwikkelen tot hoogwaardige terreinen met een intensief ruimtegebruik, in plaats van steeds maar weer de goedkope en gemakkelijke oplossing te kiezen: een weiland opkopen en ontwikkelen en de oude troep de oude troep laten.

Je zou verwachten dat juist in het actieprogramma van de Nota ruimte, dat gaat om de architectonische en landschappelijke kwaliteit, zou inzetten op het herstructureren van bestaande bedrijventerrein. Het programma is immers bedoeld om voorbeelden van goed beleid naar lagere overheden uit te dragen. Maar nee, ook daar is het ontwerpen van �een landschappelijk en stedenbouwkundig aantrekkelijk bedrijventerrein� het onderwerp. Gewoon doorgaan met het volbouwen van weilanden dus, maar nu wat minder lelijk. Kan iemand die Haagse oogkleppen eindelijk eens afrukken?

Reageer op dit artikel