nieuws

Herstructurering Arcelor kost duizenden arbeiders hun baan

bouwbreed Premium

seraing – Het Belgische staalconcern Arcelor heeft hoogoven 6 van Cockerill in Seraing bij Luik gesloten waardoor duizend staalarbeiders hun baan verliezen. Aanvankelijk zou de hoogoven pas tegen 2006 dichtgaan. Volgens de directie echter is de sluiting vervroegd wegens de zwakke conjunctuur.

De socialistische vakbond FGTB is boos omdat Arcelor tegen alle beloften in de hoogoven niet alleen buiten werking heeft gesteld, maar ook heeft ontmanteld zodat een herstart onmogelijk is en de sluiting onomkeerbaar. 

Uit het strategisch plan van Arcelor blijkt evenwel dat de productie van vlakstaal de komende jaren geconcentreerd wordt in de meest rendabele en moderne vestigingen en dat zijn enkel de fabrieken, die het dichtst bij zee liggen waar de productiekosten het gunstigst zijn. De niet-concurrerende fabrieken zullen geleidelijk en op termijn worden afgebouwd. Er zal niet langer worden geïnvesteerd in de modernisering van hoogovens van vestigingen die niet aan zee liggen en die 15 euro duurder zijn per ton geproduceerd staal.

Arcelor wil met deze herstructurering tegen volgend jaar 700 miljoen euro besparen. Dit betekent dat de warmwalserijen van Seraing, Charleroi, Eisenhüttenstadt (Ekostahl), Bremen en Sollac in het Franse Florange allemaal uiterlijk tegen 2009 dicht moeten waardoor tienduizend banen in de staalindustrie en nog eens enkele duizenden jobs in de toelevering verloren zullen gaan.

Volgens een woordvoerder van Arcelor zijn de milieu-investeringen en de uitgaven om de sterk verouderde installaties te moderniseren en veilig te houden veel te hoog om genoemde vestigingen rendabel te houden.

De fabrieken van Sidmar in Zelzate en ALZ in Gent, die dicht bij zee (de havens) liggen, worden niet getroffen door de herstructurering. Waarschijnlijk wordt de nog in werking zijnde laatste hoogoven van Cockerill ook vroeger gesloten. Dat komt omdat Cockerill-hoogovens de meest verlieslatende zijn van alle Arcelor-vestigingen. Cockerill-Sambre was sedert het midden van de 19de eeuw het paradepaardje van de zware industrie in Wallonië, waar de steenkolennijverheid in de jaren zestig van de vorige eeuw ter ziele ging.

De meeste van de in Seraing ontslagen staalarbeiders gaan met de vut, ook al hebben velen van hen daarvoor nog lang niet de vereiste leeftijd bereikt. Voor honderden anderen is er een mager sociaal plan. Hoewel de ontslagen niet als een verrassing kwamen, betekenen ze toch een zware opdoffer voor Wallonië waar 25 procent werkloosheid heerst en tot 50 procent en méér in de ergst getroffen gebieden.

Heel wat staalarbeiders laten het er evenwel niet bij zitten. In café Le Century zegt Mario Ponti: “Wij zijn van Italiaanse afkomst en doorbijters. Ikzelf begin met enkele collega�s een carwash. Als het goed gaat, openen we er méér, want daaraan bestaat een duidelijk tekort. Want Wallonië mag dan wel een economisch kerkhof zijn, autorijden doet hier iedereen.” Een collega, ook al van Italiaanse afkomst, valt hem bij: “Wij zijn werkers. Ik denk dat ik met een koffiebranderij begin. Lekkere Italiaanse koffie, daar valt toch iedereen voor!”

Cockerill was het paradepaardje van de zware industrie

Reageer op dit artikel