nieuws

Provincies zien af van aanleg retentiebekkens

bouwbreed Premium

DEN HAAG – De provincies Gelderland, Overijssel, Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant presenteerden maandag het regioadvies Ruimte voor de Rivier, waarin wordt gepleit voor extra geld voor de bescherming tegen het water. Belangrijkste wapen dat de provincies tegen het wassende water inzetten, is rivierverbreding. Een overzicht van de opvallendste maatregelen per riviertak.

Drie retentiebekkens (overloopgebieden) in Gelderland en Noord-Brabant zijn waarschijnlijk overbodig. Als de Rijn, Maas, Waal en IJssel meer ruimte krijgen, hoeven de Ooijpolder, Rijnstrangen en de Beersche Overlaat niet onder water te worden gezet bij hoogwater.

In de Bovenrijn moet het natuurproject Gelderse Poort worden afgerond. Verder willen de provincies dat er een aantal waterstandverlagende maatregelen wordt genomen, waaronder het verwijderen van een aantal obstakels bij Tolkamer. De Rijn moet in de toekomst 18.000 kuub water per seconde kunnen verwerken.

Om door de Waal 2200 kuub extra water te kunnen laten stromen, zal de rivier boven Dodewaard flink moeten worden verbreed. Dat kan door dijken te verleggen en de flessenhals bij Nijmegen te verbreden door een hoogwatergeul te graven.

Vanaf Zaltbommel moeten kribverlagingen en uiterwaarduitgravingen uitkomst bieden.

In de Noordwaard en de Biesbosch moet de Merwede meer ruimte krijgen dan nu. In de toekomst zal deze waterweg meer en meer Waalwater te verwerken krijgen. Bij Gorinchem zal de rivier moeten worden verbreed, ook hier door dijkverlegging.

De Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta vraagt in de toekomst om aandacht. Door de stijgende zeespiegel (60 centimeter in honderd jaar) verwachten de provincies extra baggerwerkzaamheden om de waterwegen diep genoeg te houden.

De Nederrijn/Lek heeft slechts een beperkte taak toegedeeld gekregen in het advies. De Lek gaat bij een capaciteit van 16.000 kubieke meter per seconde �op slot�. Dat vraagt echter om dure buitendijkse maatregelen, waardoor deze rivier van Arnhem tot Wageningen meer ruimte krijgt. Uitdiepen lijkt voorlopig een afdoende optie. Verder moet het water via andere wegen weggeleid worden. Omdat de provincies inzien dat veel maatregelen te duur zijn en vaak ook niet passen in het bestaande ruimtelijk beleid, moet een hogere waterstand simpelweg worden geaccepteerd. Bij Schoonhoven is het onvermijdelijk dat dit tot dijkverhogingen leidt.

In de IJssel ten slotte, waar een extra watercapaciteit van 600 kuub per seconde nodig is (nu 2200 kuub/sec), moeten bij Deventer en Zutphen hoogwatergeulen worden gegraven. Bij Zwolle moet de dijkverlegging Westenholte en de aanleg van een nieuw landgoed Vreugderijk voor verbetering van de landschapskwaliteit en een extra watercapaciteit van de IJssel zorgen. Extra spuisluizen in de Afsluitdijk moeten voorkomen dat de IJsseldelta bij een harde noordwestenwind volstroomt vanuit het IJsselmeer. De provincies dringen aan op een snelle aanleg van die sluizen, zeker gezien de hoge waterstanden in de voormalige Zuiderzee.

Het Regioadvies kost tot 2015 al 600 miljoen euro meer dan het huidige kabinetsbeleid dat vooral bestaat uit technische maatregelen als dijkverzwaring en waarvoor 1,9 miljard is gereserveerd.

Reageer op dit artikel