nieuws

Prijsvraag voor aanleg Zuiderzeelijn van de baan

bouwbreed

den haag – Een prijsvraag onder marktpartijen voor de aanleg van de Zuiderzeelijn is – in elk geval voor geruime tijd – van de baan. Het kabinet heeft besloten af te zien van een prijsvraag als eerste stap in de aanbesteding. Het Rijk gaat weer helemaal opnieuw beginnen met het plan voor een snelle verbinding tussen de Randstad en het Noorden.

Uit een brief die minister Peijs (verkeer) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, blijkt dat de marktpartijen wel alvast worden.gepolst. De marktverkenning moet “robuuste” informatie geven over de kosten en opbrengsten van een eventuele Zuiderzeelijn en inzicht geven in private financiële bijdragen en mogelijkheden voor publiek-private samenwerking. Daarbij zijn alle opties weer open, variërend van een magneetbaan tot opwaardering van het bestaande spoor.

Met het besluit volgt het kabinet de aanbeveling van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten (TCI). Deze commissie-Duivesteijn oordeelde dat het kabinet pas op de plaats moet maken met de Zuiderzeelijn. Volgens de commissie moet het kabinet afzien van de voorgenomen prijsvraag, omdat de Tweede Kamer nog niet beschikt over alle relevante informatie om een oordeel te kunnen geven over nut en noodzaak van de verbinding.

Uit de brief van Peijs valt op te maken dat ook het kabinet vindt dat er nog onvoldoende duidelijkheid is om knopen door te hakken. Waar het kabinet zich eerder hard maakte voor de prijsvraag als eerste stap in de aanbestedingsprocedure, houdt het nu de deur nadrukkelijk open. “De betrokkenheid van de markt zal geen onomkeerbaar proces mogen zijn”, aldus Peijs in de brief.

Het kabinet wil volgend jaar een nieuw globaal plan op tafel hebben met informatie over het maatschappelijk rendement van de snelle verbinding. Op basis van deze structuurvisie kan dan “een hernieuwde , geactualiseerde nut- en noodzaakdiscussie worden gevoerd”, aldus Peijs.

De koerswijziging van het kabinet kan rekenen op steun van de een meerderheid in de Tweede Kamer. De Kamer schaarde zich begin deze maand in het debat met de TCI achter de aanbeveling om de prijsvraag op te schorten. “Ik ben blij dat het kabinet voor de lijn van de Kamer heeft gekozen en de prijsvraag van de baan is”, aldus CDA�er Hijum. Het kamerlid vraagt zich wel af of het kabinet niet sneller met het nieuwe plan kan komen.

De Tweede Kamer debatteert volgende week met het kabinet over het TCI-rapport en de toekomstige aanpak van grote infrastructurele projecten. Het debat zal zich onder andere richten op de vraag waarvoor de aardgasbaten mogen worden bestemd. De Tweede Kamer wil hierover meer te zeggen krijgen, maar het kabinet voelt daar niet voor.

Kamer en kabinet zijn het er wel over eens dat het parlement eerder bij besluiten over grote projecten moet worden betrokken en dat de nut- en noodzaakdiscussies beter moeten worden gevoerd. “Het kan en moet beter”, aldus Peijs.

Reageer op dit artikel