nieuws

Liberalisering huurbeleid ondergraaft corporaties

bouwbreed Premium

Met ingang van 2006 komt er in de volkshuisvesting een splitsing in een beschermd gebied en een overgangsgebied. Daarmee wordt de eerste stap gezet in de marginalisering van de belangrijke maatschappelijke rol die corporaties in Nederland spelen, zo stelt Piet de Vrije.

Vanaf heden zal de discussie losbarsten over de plek die de overgangswoningen, een kwart van het totale bezit van 2,4 miljoen woningen, krijgen in ons maatschappelijk bestel.

Zowel de Tweede Kamer zelf als minister Dekker van Volkshuisvesting slijpen vast de messen en laten beide een onderzoek uitvoeren naar de relatie tussen de overheid en de corporaties. De Tweede Kamer is de Rubicon overgestoken. Door deze rivier over te steken verjoeg Julius Caesar in 49 v.c. zijn tegenstander Pompejus uit Rome en begon een burgeroorlog.

De belangrijkste vraag bij al de rapportenschrijverij is of de overheid voor de geliberaliseerde woningen de faciliteiten zal handhaven zoals die voor de beschermde sector gelden.

De steun van de overheid voor de sociale volkshuisvesting bestaat momenteel uit de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting, de financieringssteun middels garantstelling vanuit de gemeentelijke en rijksoverheid en lokaal veelal nog gereduceerde grondkosten.

De ingezette liberale lijn wordt het duidelijkst verwoord door Minister Zalm. Hij pleit voor een verdergaande overgang van huur naar koop. Tweederde van de woningvoorraad moet wat hem betreft bestaan uit koopwoningen. Dat betekent een verkoopprogramma van een miljoen huurwoningen.

Het overgangsbeleid is dus niet alleen een overgang van beschermde huur naar geliberaliseerde huur, maar een voorportaal van een dominante koopsector. Het laat zich raden hoe die route zal gaan verlopen. De huiseigenaren behouden hun fiscale vrijstellingen en de geliberaliseerde huursector gaat naar het zo geheten �level playing field�. Deze huurwoningen krijgen hierdoor geen financiële steun meer van de overheid en worden zo duur dat de mensen met de middeninkomens naar de koopsector worden gemanoeuvreerd. Het resultaat: een volkshuisvestingssector die niet veel meer dan 1 miljoen woningen zal omvatten. Het aantal resterende goedkope woningen komt dan grofweg overeen met het aantal huishoudens dat nu huursubsidie ontvangt. De inkomenssteun voor die huishoudens moet dan naar het zich nu laat aanzien worden opgebracht door de woningcorporaties. De middeninkomens kunnen voor hun hypotheken terecht bij de bank.

Overzichtelijk, dat zijn de plannen van Zalm wel. Maar ondertussen wordt maatschappijbreed de beschermde sociale sector stap voor stap teruggebracht tot een vangnet met een bereik dat niet veel breder is dan de groep uitkeringsgerechtigden.

De volkshuisvesting gaat nu voorop maar ook bij de ziekenhuizen, verpleging en verzorging en het onderwijs wijzen de pijlen dezelfde kant op. Daarmee komt de positie van de zo geheten hybride organisaties in een geheel ander daglicht te staan. Deze organisaties die een particulier karakter hebben maar een publieke taak vervullen stutten in Nederland sinds lang de verzorgingsstaat. En dat ze dat op een ordentelijke wijze doen blijkt uit een uitgebreid onderzoek van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Onder leiding van ir H.M. Koolma heeft een onderzoek plaats onder de titel �Woningcorporaties als voorbeelden van de hybride organisatie; synergie of een onduidelijk compromis�. Een deelstudie van Ch. de Bree van het meerjarige onderzoeksproject naar de organisatiekracht van corporaties om maatschappelijke doelstellingen op een bedrijfseconomische wijze vorm te geven, laat zien dat de prestaties van corporaties niet onderdoen voor die van commerciële verhuurders. Jammer dat deze ondernemingen van een prominente rol midden in de maatschappij nu naar de marge worden geduwd.

Piet de Vrije

Directeur woonstichting

Patrimonium in Veenendaal

Tweederde van woningvoorraad moet bestaan uit koopwoningen

Reageer op dit artikel