nieuws

Bouwen in de tropen

bouwbreed Premium

met de maatschappij.”

willemstad – Licht geïrriteerd loopt Eric Krul over het bouwterrein van de Curaçaose luchthaven Hato. De rommel die de topman van Janssen de Jong aantreft is hem een doorn in het oog. Demonstratief raapt hij een paar plastic flesjes van de grond en deponeert ze even verderop in een afvalbak.

In zijn kielzog financieel-directeur Pieter van Gulik, directeur Ronald Philipse van de Caribische divisie en projectleider Age Boersma. Ook zij verbazen zich over zoveel troep. “Als we nou met z�n allen vinden dat dit niet kan, moeten we er dan niet iets aan doen?”, vraagt Krul zich hardop af.

Morgen komen de partners van Bechtel op werkbezoek en Krul weet dat de Amerikanen uit oogpunt van veiligheid veel waarde hechten aan een schone bouwplaats. Rondslingerend afval, verdwaalde spijkers en andere bouwmaterialen zijn dan ook taboe op deze locatie.

Een voorman heeft aan een half woord van de directeuren uit Nederland genoeg en maant een handjevol bouwvakkers het terrein direct op te ruimen.

“Hier is sprake van een botsing van culturen”, merkt Van Gulik op. “Vorige week is ook al aangegeven dat er te veel spullen rondslingeren op de bouwplaats. Toen werd beloofd om daar meteen wat aan te doen. Maar tussen zeggen en doen zit hier nog wel eens een verschil.”

Twee, drie keer per jaar vliegen bestuurders Krul en Van Gulik naar Curaçao om, zoals dat heet, vinger aan de pols te houden van de Caribische activiteiten.

Een bezoek aan het luchthavenproject mag dan niet worden overgeslagen. Met een aanneemsom van 35 miljoen euro is het momenteel het grootste werk van Janssen de Jong op het eiland. Bovendien is het concern behalve bouwer ook opdrachtgever van het project. Janssen de Jong participeert voor 10 procent in de combinatie Curaçao Airport Partners (CAP), die de luchthaven de komende dertig jaar exploiteert. Overige partners zijn het Amerikaanse Bechtel, Trime uit Venezuela en Changi Airport uit Singapore.

De ruwbouw van de vertrek- en aankomsthal is grotendeels af. De meeste stalen dakelementen zitten op hun plaats en verraden dat het gebouw puntdaken krijgt, geheel volgens Antilliaanse traditie. Projectleider Age Boersma verwacht dat de terminal binnen een paar maanden volledig wind- en waterdicht zal zijn. Als het dak er eenmaal op zit, kan begonnen worden met de infrastructuur rondom; een klus voor CWM, het wegenbouwbedrijf van Janssen de Jong op Curaçao.

Een nieuw luchthavengebouw is bittere noodzaak voor het eiland, vertelt Boersma. Het huidige is sterk verouderd en voldoet niet aan de verscherpte veiligheidseisen in de luchtvaartwereld. Bovendien kan de huidige lichthaven jaarlijks maar een miljoen passagiers verwerken. Met de nieuwe hal stijgt de capaciteit naar 1,6 miljoen passagiers.

Boersma: “In het ontwerp is al rekening gehouden met uitbreiding tot 2,5 miljoen reizigers. Het vliegveld krijgt mogelijk een regionale hub-functie. Daar wordt tenminste al jaren over gesproken met de overheid.”

De uitzonderlijk hevige regenval de laatste maanden heeft voor vertraging gezorgd, niettemin zal het werk op tijd afkomen. Medio volgend jaar is de oplevering gepland. “Die regen is vervelend en onverwacht, maar het lastigste van dit project is toch wel de planning”, zegt Boersman. “Je zit op een eiland dus moet ontzettend veel worden ingevoerd. Als hier iets te laat wordt geleverd, loopt de boel echt in de soep.”

Pontjesbrug

Op de werf van HCCC, de �natte� bouwer van Janssen de Jong op Curaçao, kan Ronald Philipse eerder die dag zijn enthousiasme nauwelijks in toom houden. “Hier komt-ie straks te liggen”, wijst hij op de uitgestrekte kade. Philipse doelt op de wereldberoemde Pontjesbrug, die door Janssen de Jong op de werf zal worden opgeknapt. Een prestigieuze opdracht van 5 miljoen euro, voor de neus van de concurrenten weggekaapt. Koop Tjuchem en later BAM leken aanvankelijk met de eer te gaan strijken, maar uiteindelijk trok Janssen de Jong toch aan het langste eind.

De brug, die de historische stadswijken Otrobanda en Punda in Willemstad met elkaar verbindt en een belangrijke toeristische trekpleister is, werd voor het laatst in de jaren zestig gerenoveerd. “De brug is op veel plaatsen dan ook verrot. Daarom is het werk best risicovol”, geeft Philipse aan. “Je weet immers niet wat je precies gaat aantreffen. BAM is om die reden waarschijnlijk ook afgehaakt. De deklaag en de balken moeten zeker worden vervangen. Het hout dat we gebruiken komt speciaal uit Afrika. Als dat deze zomer binnen is kunnen we, na heel veel bureaucratische rompslomp, eindelijk aan de slag.”

Eindelijk, want tien jaar geleden zegde de Europese Commissie al geld toe voor de opknapbeurt. De aanbesteding van het project verliep echter niet correct en moest op last van Brussel worden overgedaan. Een fikse vertraging was het gevolg.

Philipse, nu twee jaar directeur van de Caribische divisie, haalt zijn schouders er over op. Dat zaken op Curaçao nu eenmaal anders – en vooral trager – verlopen dan in Nederland, daaraan is hij inmiddels wel gewend geraakt. Het tropische klimaat, de natuurlijke grenzen van het eiland, maar ook het slavernijverleden hebben zo hun invloed op de werkmethoden en het arbeidsmoraal, heeft hij ondervonden.

Bekomen van de strubbelingen op het luchthavenproject, bekent Krul dat de raad van commissarissen in Nederland hem wel eens heeft gevraagd waarom Janssen de Jong eigenlijk in de Caribbean werkzaam is. Dichterbij huis moet het toch makkelijker geld verdienen zijn.

“Misschien wel ja”, reageert de bestuursvoorzitter, “maar wij denken er niet aan om te vertrekken, hoor. Het is hier enorm interessant om te ondernemen. Juist ook vanwege de spanning die er altijd is met de lokale bevolking. Het geeft Curaçao karakter en biedt ons een uitdaging.”

Een vertrek wordt ook niet overwogen omdat de band met Curaçao in de loop der jaren zeer hecht is geworden. Het bouwbedrijf, dat voornamelijk met lokaal personeel werkt, is onderdeel geworden van de samenleving en voelt zich verplicht een bijdrage te leveren aan de verdere opbouw van het land.

“Laat niemand beweren dat we hier onze zakken vullen”, haalt Krul ongemeen fel uit. “We investeren veel, in infrastructuur bijvoorbeeld. Ooit hadden we 50 miljoen uitstaan, voorgefinancierd in wegenprojecten. Maar we investeren ook in de mensen. Met geld dat vroeger aan kerstpakketten werd uitgegeven, wordt nu het ontbijt van kinderen van arme gezinnen betaald, zodat ze tenminste naar school kunnen.”

Dat laatste gebeurt via Signaal Sosial, een stichting die Janssen de Jong in 1998 oprichtte om een steentje bij te dragen aan de bestrijding van de armoede. Het initiatief heeft inmiddels navolging gevonden van andere buitenlandse bedrijven.

Van Gulik, bijna emotioneel: “De armoede op dit eiland is echt nog enorm. Dat we dat als Nederlandse staat toestaan is ten hemel schreiend. Nederland heeft Curaçao echt in de steek gelaten. Zelfstandig komt het er niet meer bovenop.”

Een financiële injectie kan Curaçao wel gebruiken, want economisch gaat het niet goed. Janssen de Jong voelt dat overduidelijk in de portemonnee. Op het Caribische hoofdkantoor stelt Krul met een zuur gezicht vast dat de situatie nog niet slechter is geweest dan nu.

“De schulden van de overheid zijn hoger, de investeringen lager dan ooit. Curaçao heeft met 120.00 inwoners de omvang van een middelgrote stad, maar de faciliteiten van een heel land. Vergeet dat niet. Je hebt hier een vliegveld, havens, mijnen, een raffinaderij en natuurlijk het toerisme. Dat vraagt om investeringen. Nederland schiet ook op dat vlak tekort.”

“Het eiland is momenteel zelf zeer slecht in staat de financiële huishouding op orde te houden. Gelukkig zie je wel steeds meer particuliere initiatieven. Dat houdt de gang er nog een beetje in.”

Zo werkt de Nederlandse projectontwikkelaar Jan van Rootselaar aan de voltooiing van Corel Estate, een beveiligd woon- en vakantieparadijs voor welgestelden aan de zuidwestkust van Curaçao. Ook zijn er commerciële plannen om de baai aan de westkant van de Tafelberg te ontwikkelen.

Krul: “Maar feit is dat het afgelopen jaar de boeken in gaat als het slechtste in de geschiedenis van Curaçao. Op basis van de resultaten had er bij ons eigenlijk wel vijftig man uit gemoeten. Maar we hebben ook een verantwoordelijkheid voor de werknemers. Curaçao is voor ons niet het buitenland. Het is een thuisland, waar we zoals gezegd diep geworteld zijn in de maatschappij. Dan kan winstmaken alleen het doel niet zijn.”

�We investeren in mensen en in infrastructuur�

Reageer op dit artikel