nieuws

Betonstaalverwerking is ondergeschoven kindje

bouwbreed Premium

boxtel – Onbekend maakt onbemind. Dat gaat ook op voor de betonstaalverwerking, vindt Stan Schoenmakers, directeur van het Bouwopleidingscentrum Gespecialiseerde Aannemers (BGA) in Boxtel. Hij hoopt dat het project Opscholing via de missing link de hele bedrijfstak een scholingsimpuls kan geven.

En dat is bovendien goed voor het imago en de professionaliteit van de betonstaalverwerking. “Het is een ijzersterk middel om jongeren de kans te geven alsnog een diploma te halen.”

Het belang van scholing leeft in de ogen van Schoenmakers nog onvoldoende, zowel bij werkgevers als werknemers. Het gros van de betonstaalverwerkers is min of meer toevallig in het vak gerold, zonder specifieke opleiding. Ze leren het werk in de praktijk van hun collega�s, maar halen nooit een diploma. Hun werkgevers stimuleren dat ook niet.

Eigenlijk gaat het al mis in het reguliere onderwijs, waar betonstaalverwerking een van de ondergeschoven kindjes is. Jongeren die in de bouw willen werken denken niet snel aan een vak als betonstaalvlechter of -lasser. “Van oudsher horen ze vooral over timmeren en metselen. Ze weten niet dat er nog tal van andere mogelijkheden zijn in de bouw”, zegt Schoenmakers. Het opleidingscentrum in Boxtel telt momenteel zo�n 65 leerlingen betonstaalverwerking, die opleidingen volgen op de niveaus 2, 3 en 4. Kleine aantallen, meent Schoenmakers, gezien de behoefte aan werknemers. Dat betekent dat een groot deel ook vandaag de dag nog steeds ongeschoold aan de slag gaat.

Na enkele jaren van voorbereiding en een pilot in 2003 begon vorig jaar het scholingsproject �Opscholing via de missing link�, gesubsidieerd door het ministerie van Economische Zaken. “We hebben 43 kandidaten, afkomstig van vijf bedrijven”, zegt Schoenmakers. Het gaat om scholing op kwalificatieniveau 3 voor drie werkgebieden: de buigcentrale, de prefabricage en de bouwplaats. Tot voor kort ontbrak niveau 3 in de kwalificatiestructuur van het reguliere onderwijs. Per werkgebied zijn er scholingstrajecten voor drie verschillende functies. In totaal zijn er dus negen functies, waarvoor eerst zogeheten competentieprofielen zijn opgesteld. De scholing is sterk praktijkgericht.

De kennis en ervaring waarover de deelnemers – het merendeel tussen de 35 en 45 jaar – al beschikken, geldt als uitgangspunt voor hun bijscholing. Er wordt gebruikgemaakt van de methodes voor erkenning van verworven competenties. Een deelnemer toont met een zelf samengesteld portfolio aan welke werkervaring hij heeft opgedaan. Vervolgens bepaalt een erkende auditor in een gesprek met zo�n deelnemer over welke vaardigheden en kennis hij al beschikt. Voor de ontbrekende vaardigheden wordt een scholingsprogramma opgezet, dat dus per deelnemer sterk kan verschillen. Inmiddels zijn de eerste deelnemers klaar en beschikken nu over een landelijk erkend diploma.

Een enkeling had door jarenlange praktijkervaring al het vereiste niveau bereikt en kon dus meteen, zonder extra onderwijs, een diploma krijgen. Onderwijs gebeurt in samenwerking met het Baronie College in Breda, dat bevoegd is om mbo-diploma�s uit te reiken. De Bredase onderwijsinstelling verzorgt ook al de reguliere mbo-opleidingen in de betonstaalverwerking.

Na afronding van het missing link-project wil BGA graag doorgaan met soortgelijke scholingstrajecten, waarbij de bestaande kennis en ervaring van de werknemer leidend is. De vorm waarin dat gebeurt is nog niet helemaal duidelijk.

Tegemoetkoming

Schoenmakers beseft dat het lastig wordt werkgevers over de streep te trekken zolang ze niet weten of ze kunnen rekenen op een eventuele tegemoetkoming in de scholingskosten. “De huidige systemen zijn nog niet afgestemd op deze wijze van scholen.” Voor niveau 3 overweegt BGA nu om de praktijkscholing in de avonduren te verzorgen. In samenwerking met Bouwradius en de Confederatie Gespecialiseerde Aannemers (Conga) is BGA nu ook bezig met opleidingen op kaderniveau, niet alleen voor betonstaalverwerkers, maar ook voor dakdekkers en voegers. “Het is lastig daar testbedrijven voor te vinden. Bedrijfsleiders en werkvoorbereiders kunnen het minst gemist worden.”

Reageer op dit artikel