nieuws

Aangescherpte epc geen probleem in woningbouw

bouwbreed Premium

utrecht – Uit een evaluatie van zestien bouwprojecten blijkt dat alle woningen een epc haalden van 0,8 of lager. Wellicht de meest opmerkelijke conclusie is, dat voor het behalen van een lage epc nauwelijks invloed uitgaat van het type woning, de ligging en de bouwkosten. Naast een doordacht ontwerp en een energiezuinige schil vergt het halen van de betere energieprestatie vooral installatietechnische oplossingen.

De evaluatie is afkomstig van drs.ing. Harry Nieman, directeur van het gelijknamige Utrechtse Adviesbureau, dat in opdracht van SenterNovem de begeleiding en evaluatie van de projecten verzorgde.

Wie naar de uitkomsten kijkt, ziet dat de isolatie in alle gevallen nog wat dikker is dan tot nu toe gebruikelijk. Dat levert de eerste energiewinst op. De rest moet uit de installatietechniek komen, en dat gebeurt dan ook, vertelt Nieman: “In de zestien projecten tekenen zich twee hoofdlijnen af: warmtepompen met bodemwarmtewisselaars of aquifers, en pakketten van zonne-energieopties. In sommige gevallen is gebruik gemaakt van restwarmte, maar dan moest dat toevallig ter plaatse beschikbaar zijn.”

“Bij warmtepompen is het meest wezenlijke verschil tussen de systemen of ze collectief of individueel zijn. Uit energie- en kostenoverwegingen is collectief veel aantrekkelijker. Bij hoogbouw kan het ook niet anders, want onder zo�n bouwwerk kun je niet voor elke woning apart een bodemwarmtewisselaar met bron aanleggen,” aldus Nieman.

De markt, zo weet hij ook, heeft echter een sterke voorkeur voor individueel. Dat is in de laagbouw steeds terug te zien.

“Gezien de veel lagere kosten van collectieve systemen vraag ik me af of dit zo blijft, temeer omdat er inmiddels goede meetsystemen op de markt zijn die kunnen zorgen dat bij alle deelnemers precies zoveel energie in rekening wordt gebracht als ze afnemen. Daarnaast hebben collectieve systemen het voordeel dat de woningen er installatiearm van worden. Dat beheer en exploitatie lastig zijn, is ook niet meer waar. Veel marktpartijen, zoals energiebedrijven, zijn bereid die taken voor hun rekening te nemen en met de bewoners een langjarig contract voor warmtelevering af te sluiten onder aantrekkelijke condities.”

De tweede hoofdoplossing voor een lagere epc is gebruikmaking van zonne-energie. Dit vergt een combinatie van bouw- en installatietechniek. In twee gevallen zijn serres aan woningen toegevoegd, voor de benutting van passieve zonne-energie. “In principe werkt dit goed”, licht Nieman toe, “ware het niet dat veel bewoners direct de scheidingswand tussen woning en serre weghalen. Voor het energie-effect is dat niet gunstig.”

In andere projecten zijn verwarmingssystemen aangebracht die mede op zonne-energie draaien (met zonneboilercombi�s).

En dan zijn er nog projecten met zonnecellen (pv) op het dak. Of dat met het wegvallen van diverse subsidiemogelijkheden nog haalbaar is, hangt af van de situatie, aldus Nieman: “Marktpartijen kunnen bijvoorbeeld altijd nog gebruik maken van de energie-investeringsaftrek.”

In de meeste projecten die SenterNovem ondersteunde zijn de energiesystemen gecombineerd met lagetemperatuurverwarming.

“Het rendement van de systemen is altijd het hoogst als je niet tot een al te hoge temperatuur hoeft op te warmen. Ten opzichte van radiatoren heb je in de woningen dan wel extra warmteafgevend oppervlak nodig, maar dat gaat prima samen met wand- en vloerverwarming, wat tegenwoordig een erg gewaardeerde oplossing is”, aldus Nieman.

Verder komt in de projecten veel gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning voor, met een energierendement van 95 procent. “Goed voor het binnenklimaat”, oordeelt Nieman “maar niet per se nodig om de epc van 0,8 te halen. Dat is hier aangetoond. Je moet wel zorgen voor een juist ontwerp, deskundige installatie en goede bewonersinstructie, anders werkt het niet.”

Wordt de warmte uit ventilatielucht niet op deze manier teruggewonnen, dan is er volgens Nieman nog een andere manier om dat te doen: met een warmtepompboiler. Deze verwarmt dan niet de aangezogen ventilatielucht, maar het warmtapwater.

Steeds verder omlaag

Toen de Energieprestatienormering (EPN) eind 1995 werd ingevoerd, moesten nieuwbouwwoningen een energieprestatiecoëfficiënt (epc) halen van 1,4. Veel was daarvoor niet nodig. Ook de epc van 1,2, die in 1998 werd ingevoerd, had nog weinig om het lijf. Een iets zwaarder isolatiepakket en een HR-ketel volstonden.

Met de aanscherping van de epc tot 1,0 werd het al wat lastiger. Aan de installatie moest meestal wat extra techniek worden toegevoegd, zoals gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning of zonneboilers. De isolatie werd nog iets dikker.

Wat staat ons te wachten als de epc, naar verwachting in 2006, wordt aangescherpt tot 0,8? Al in 1999 vroeg Novem, nu SenterNovem, zich dat af. Een tenderregeling werd in het leven geroepen, waarbinnen zestien projecten in de vrije en sociale sector zijn uitgevoerd. Overal zijn dubo-maatregelen doorgevoerd en energiemaatregelen getroffen waarmee de woningen de gewenste lagere epc hebben gehaald. In de praktijk betekent dit dat de meeste woningen daar zelfs nog ruimschoots onder zitten.

Reageer op dit artikel