nieuws

TNO als spin in het kennisweb

bouwbreed Premium

delft – Innoveren gebeurt meestal op het grensvlak van disciplines. Dat wist H. Huis in t Veld al jaren geleden. Met zijn collegas in de Raad van Bestuur van TNO heeft hij de organisatie dan ook in die richting aangepast. Breedte als basis voor diepgang, is het adagium.

Was dat schrikken. Nu TNO reorganiseert, lijkt het net of de bouw niet meer wordt bediend door TNO omdat de naam TNO Bouw verdwijnt. “Niets is minder waar, ik wil zelfs stellen dat we het nog beter gaan doen”, zegt Huis in �t Veld. TNO dreigde tegen een probleem aan te lopen. De organisatie kende vijftien instituten waar veel knappe koppen heel diep in de materie zitten.

“Dat is wat je hier zag gebeuren. Mensen gingen de diepte in om op hun specialisme beter te worden. Daar creëer je experts mee, maar de markt kun je dan weinig meer bieden. Het gaat erom verbindingen in de breedte te maken. Daarom hebben we de vijftien bestaande instituten geclusterd in vijf kerngebieden. Eén daarvan is Ruimte en Infrastructuur, waarin onder meer TNO Bouw en TNO Inro een plaats hebben gekregen”, vertelt de bestuursvoorzitter.

“In dit kerngebied deden drie instituten allemaal een deel, TNO Bouw de gebouwde omgeving, Inro de infrastructuur en verkeer en het NITG de ondergrond. De twee andere, Beleidsonderzoek en de milieupoot in Apeldoorn, overlapten die thema�s al. Nu ze samengevoegd zijn in één kerngebied kan er veel breder gewerkt worden. Die bredere basis hebben we nodig om de specialismen te handhaven”, vult P. van Staalduinen, directeur Markt van het kerngebied aan.

Private sector

Van oudsher is de overheid een grote stakeholder vooral voor bodem en grondwater, maar ook voor infra en de bouw. Daarnaast wil TNO echter de grote private sector bepaald niet verwaarlozen. De reorganisatie helpt mee om dat private been te versterken. “Met de bredere basis zijn we een interessantere partner voor bedrijven en juist vanuit die rol ambiëren wie de noodzakelijke innovaties samen met bedrijven te realiseren.”

Dat is ook nodig, vindt Van Staalduinen. “Nu al is voorspelbaar dat bijvoorbeeld de bouw er totaal anders gaat uitzien. Niet in tien jaar, dat is te snel, maar in dertig jaar zeker. De verdergaande industrialisering is daar mede oorzaak van. Dat heeft zijn consequenties voor het bouwproces en daarmee voor de plaats die bedrijven in dat proces innemen.”

Het is dan ook geen wonder dat TNO daarnaast met heel veel voeten in even zoveel organisaties zit die zich hiermee bezighouden. Zo wordt meegedraaid met Proces- en SysteemInnovatie in de Bouw (PSIB) samen met de drie Technische Universiteiten Delft, Twente en Eindhoven. Dat is dan vooral bedoeld voor de lange termijn. Voor de kortere termijn participeert TNO in de Regieraad als lid en in de werkgroep gww.

Traditioneel

Dat laatste komt dan weer mooi van pas in kennisberaad Verkeer en Waterstaat. “Het innovatiespeerpunt van de Regieraad past één op één in het Kennisberaad. Op die manier wordt het innovatievermogen van de bedrijfstak via verschillende kanalen naar voren gebracht. Voor de langere termijn is dat uitstekend voor de bouw”, aldus Huis in �t Veld.

Dat innovaties worden geremd door traditioneel denkende opdrachtgevers is wat hem betreft slechts een korte termijnprobleem. Het Aanbestedings Reglement Werken 2004 werkt niet bepaald mee aan het stimuleren van innovaties. Maar een aanbestedingswet is voor hem ook niet nodig. “We hebben toch de Europese regels? Meer moet je niet willen. Die bieden alle ruimte.”

Reageer op dit artikel