nieuws

Terminal 2E had te weinig reserve

bouwbreed Premium

parijs – Het instorten van de vertrekhal Terminal 2E op de Parijse luchthaven Charles de Gaulle in mei 2004 is veroorzaakt door constructiefouten. De sterkte van de dakconstructie voorzag niet in de krachten die op het dak hebben gewerkt. Mede onder invloed van temperatuursinvloeden zijn metalen steunen tussen de binnenlaag en de glazen overkapping door de binnenlaag van de buisvormige constructie gedrukt.

Dit zijn de belangrijkste conclusies van een commissie onder leiding van ingenieur J. Berthier, voorzitter van de Franse nationale raad van ingenieurs en wetenschappers, die op verzoek van minister De Robien van transport een onderzoek instelde naar de ramp, waarbij vier mensen om het leven kwamen. Terminal 2E was pas een jaar eerder geopend. Het gebouw kostte 750 miljoen euro. Op grond van het rapport zal een onderzoeksrechter nu beslissen of en zo ja welke partijen die betrokken waren bij de bouw van de vertrekhal, zullen worden vervolgd.

Volgens de commissie bleek “de complexe constructie zeer gevoelig voor temperatuurwisselingen”. De betonnen binnenkoepel had vanwege het klimaatbeheersingssysteem in de hal een vrij contante temperatuur. De temperatuur van de metalen steunen voor de glasbekleding aan de buitenkant heeft echter de buitentemperatuur gevolgd. Op de ochtend van de ramp werd op Charles de Gaulle een minimumtemperatuur gemeten van 4,1 graden, terwijl het kwik in de vorige dagen nog tot 25 graden was opgelopen. De temperatuurverschillen zorgden tot tweemaal per dag voor verplaatsingen in de koepelconstructie van 1 tot 2 centimeter. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het falen van de verbinding van beton en stalen steunen.

Volgens de commissie werd de instorting uiteindelijk veroorzaakt door een geringe reserve in de sterkte. Die reserve is door de verplaatsingen gaandeweg verloren gegaan. De commissie noemt vier oorzaken voor het tekortschieten van de sterkte: onvoldoende of slecht geplaatste wapening in het beton, slechte mogelijkheden van de constructie om krachten te herverdelen bij een plaatselijk defect, een matige sterkte van dragende balken en de slechte verbinding van de cilindervormige, metalen steunen aan de binnenkant van het beton. De commissie heeft vastgesteld dat het beton vanaf het begin al scheuren vertoonde en spreekt ook van “vervormingen die leiden tot vermoeiing in onderdelen van de constructie”. De situatie werd nog verergerd door afname van de sterkte van een beugel van een pijler die de gehele structuur onderaan bij elkaar moest houden.

Uiteindelijk vouwden zes betonnen bogen zich als paraplu in elkaar en stortten naar beneden. Ongeveer anderhalf uur voor de feitelijke ramp was als een soort �voorteken� al een betonnen plaat uit het dak gevallen. De commissie stelt met nadruk dat “noch de kwaliteit van het beton noch die van het toegepaste staalwerk ter discussie staat”. Ook een verzakking van de fundering wordt als mogelijke oorzaak zo goed als uitgesloten. De commissie beveelt onder meer aan dat “de technische controle meer dan nu gebruikelijk gebaseerd zou moeten zijn op andere dan door de bouwer gehanteerde berekeningstechnieken”. Bij Terminal 2E werden de berekeningen slechts één keer uitgevoerd, benadrukte Berthier.

Architect Paul Andreu ontwierp de hal als een lange betonnen buis zonder inwendige pilaren. Volgens Berthier leidde het streven naar architectonische schoonheid tegelijkertijd ook tot grote complexiteit in de constructie. Vooral het ingestorte gedeelde was qua ontwerp “uniek in zijn genre”. “Wat in het ingestorte gedeelte is gebeurd, hoeft niet ook elders in het gebouw plaats te vinden”, stelt hij. De ingenieur vindt overigens wel dat het gebouw te repareren is. “Elke structuur is te redden. De feitelijke vraag is of de kosten van reparatie niet hoger uitvallen dan de kosten van volledige herbouw.” Eigenaar Aéroports de Paris zal binnen enkele weken een beslissing nemen over de toekomst van de terminal.

De vraag is nog of reparatie duurder is dan herbouw

Reageer op dit artikel