nieuws

Eeuwenoude gebinten redden bouwvallige boerderij van sloop

bouwbreed Premium

anderen – Decennialang leek het helemaal verkeerd te gaan met een oude boerderij in het Drentse Anderen. In het rijksmonument huisden nog slechts enkele koeien, wat hooi en landbouwgereedschappen. De vervallen toestand had de bewoners allang doen vertrekken. Maar gebinten uit 1376 brachten redding. Een restauratieplan én een financiële injectie hebben de boerderij inmiddels in al haar glorie laten herrijzen.

Jaarringen in een oud gebintdeel van de boerderij in Anderen bleken terug te leiden tot de 14e eeuw. Die uitkomst van zijn onderzoek verbaasde bouwhistoricus Frank van der Waard eigenlijk nauwelijks.

Door de zeldzame langsbalkconstructie – in plaats van de gebruikelijke ankerconstructie – vermoedde hij al dat het wel eens om een heel oud gebint kon gaan. “Een deel van het gebint in het woondeel heeft deze gestapelde constructie van een verticale plaat in de lengterichting, waarop dwarsbalken komen en daarboven op weer een plaat. Ik had één keer eerder zoiets gezien in een bouwwerk van rond 1500, maar deze boerderij leek ouder,” vertelt hij. Hij vindt het wel heel bijzonder dat dit oudste deel door de eeuwen gespaard bleef.

Bouwhistorici

Het gebint is de oudst bekende van West-Europa. De provincie Drenthe, de gemeente Aa en Hunze en de Europese commissie legden om die reden een half miljoen euro voor de restauratie van de boerderij bij elkaar. Aannemer Bertus Poortman uit Veeningen begon in oktober vorig jaar met de grote restauratieklus en is nu klaar. Wat rest is nog wat afbouwwerk in het woongedeelte en in april is de hele klus geklaard.

Het restaureren van zo�n antiek object vergt nogal wat van de aannemer. Hij heeft immers niet alleen met zijn eigen kennis en opvattingen te maken, maar ook met die van bouwhistorici en deskundigen van de subsidieverstrekkers.

Voor restauratieaannemer Bertus Poortman was het een geweldig project, maar waarin soms wel hele moeilijke beslissingen moesten worden genomen. “Restaureren is behouden,” stelt hij, “maar soms valt er niks te behouden en moet je wel kiezen voor passend materiaal van buitenaf.”

Dat was bijvoorbeeld het geval bij de kozijnen. Alle oude kozijnen zijn naast elkaar gelegd en per stuk beoordeeld op hun reddingskans. “Enkele hebben we kunnen behouden, maar sommige kozijnen hebben we met pijn in ons hart moeten vervangen door de houtsoort die vroeger voor dat doel werd gebruikt. Daar zijn dan wel heel wat discussies aan vooraf gegaan.”

Voor de gebinten van inlands eiken speelde dit nog sterker gezien de unieke constructie en het historische belang. “Vind maar eens stijlen die net zo groot en dik zijn als het eiken dat hier is gebruikt. Dat lukt alleen door rond te neuzen, goed op te letten bij de sloop. Je praat niet over dagen zoekwerk, maar eerder over weken.

Bovendien moeten de materialen steeds goedgekeurd worden door de Rijksdienst voor Monumenten en uiteraard door de architect,” vertelt Poortman. In het voorhuis zijn ook de eiken sporen bewaard gebleven. Hier zijn weer eiken latten op vastgemaakt met eiken deuvels. “Een spijker zul je hier niet aantreffen.” verzekert hij.

De zoektocht naar materialen richtte zich ook op de stenen. “Bij de oude bouw zijn hele dunne steentjes gebruikt, maar in de loop der eeuwen is er wel eens iets veranderd. Kleine uitbreidingen of vernieuwingen leveren op den duur een lapwerk aan stenen op.

Dat was ook het geval in de voorgevel, waarin zo´n vijftig jaar geleden rode stenen zijn gemetseld. Bij het restaureren hebben we die eruit gehaald en vervangen door een soort die beter bij de leeftijd van het huis past.”

Poortman erkent dat het soms moeilijk is om voor vervanging te kiezen. “Vooral voor de historici is dat slecht te verkroppen. Maar dat geldt eigenlijk voor iedereen. We doen ons best om alles te bewaren en waar je normaal epoxyhars zou gebruiken om een gebint te herstellen moet je je flink achter de oren krabben en kiezen voor echt hout en materialen die toen gebruikt werden. Zeker voor het oude voorhuis geldt dat we nog geen centimeter te veel af hebben willen zagen. Voor het nieuwere achterhuis was dit minder strikt. Hier zijn wel ronde daksporen toegepast.”

Jelle Langeland van het Drents Plateau is vanaf 1996 bij de plannen betrokken geweest. “We zijn heel blij dat de oude elementen bewaard gebleven zijn en dat zowel de woonbestemming als de agrarische functie weer helemaal terug komt. Straks staan er weer 150 schapen in een authentieke potstal. Een prachtige authentieke boerderij.”

Reageer op dit artikel