nieuws

De kunst is ruimtegebruik en verkeer op elkaar af te stemmen

bouwbreed Premium

enschede – Ruimtegebruik en verkeer hebben onmiskenbaar invloed op elkaar. De kunst is ze op elkaar af te stemmen. Wat gebeurt er met de ruimte als je een weg aanlegt? En wat betekent de komst van een woonwijk voor het verkeer? Vervoerskundige F. Tillema ontwierp een onorthodox informatietechnisch model dat kijkt naar het verband tussen verkeer en ruimtegebruik. “Een weg voor de toekomst is moeilijk te verkopen.”

“Je wilt voorspellen welke kant het opgaat als je nu een woonwijk bouwt of een weg aanlegt.” Tillema, vervoerskundige bij het Centre for Transport Studies van de Universiteit Twente, vat samen waar planologen, bestuurders en vervoerskundigen op uit zijn. “Een nieuwe weg trekt bedrijvigheid aan en een woonwijk zorgt voor veranderende vervoersstromen. Helaas zijn de voorspellingen met bestaande vervoersmodellen vaak niet nauwkeurig genoeg. Dat was voor mij de reden een nieuw model te ontwikkelen dat rekening houdt met de interactie tussen mobiliteit en het gebruik van ruimte.”

Uitgangspunt van Tillema�s model zijn pure data. “De meeste verkeersmodellen willen werkelijk alles verklaren. Wat gebeurt als Jantje zus doet en Pietje zo en waarom? Ze beschrijven gedetailleerd de ontwikkeling van de grondprijzen. Bij wijze van spreken nemen ze zelfs de benzineprijzen mee in hun berekeningen. Mijn model kan en wil dat allemaal niet. Het is basaal en wordt om die reden als onorthodox beschouwd. Ik wil uit een bak gegevens met enige zekerheid voorspellen wat de beweging wordt. De motieven zijn minder interessant. Mijn model is datagedreven. Het laat de theorie iets achter zich”, zegt Tillema die vorige maand promoveerde op het onderwerp.

Tillema gebruikt vooral data van het Centraal Bureau voor de Statistiek, de �kerncijfers wijken en buurten�. Deze verschaffen van 10.000 wijken en buurten in Nederland gegevens over de samenstelling van de huishoudens, de inkomens en de WOZ-waarde van de huizen. “We hebben alle cijfers in ons model gegoten, behalve de data van ons testgebied Twente. Vervolgens is gekeken of de landelijke uitkomsten toepasbaar waren voor Twente. Grofweg klopte dat goed.”

Door het model valt rekening te houden met toekomstige vervoersstromen. Het legt nieuwe verbanden tussen gegevens die al over bestaande locaties bekend zijn. Bij de planning van een nieuwe wijk zoekt het model naar bestaande wijken met parallelle karakteristieken. “Je kunt scenario�s aandragen. Er zijn nu deskundigen die sombere verwachtingen hebben over de toekomstige verkeerssituatie in de nieuwe woonwijk Leidsche Rijn bij Utrecht. Het zou een half uur duren om er met de auto uit te komen. Met dit model zou je dat kunnen berekenen en aanbevelingen kunnen doen. Bijvoorbeeld dat twee kleinere weken een betere optie zou zijn.”

Het basale karakter maakt het model volgens Tillema geslaagd, maar is tegelijkertijd een probleem. “Het is een black box die niet vertelt waarom het zo zal gaan als voorspeld”, omschrijft Tillema. “Het belangrijkste bezwaar is dat ik niet kan verklaren wat er in het model gebeurt. Dat is enigszins onbevredigend want mensen vragen altijd naar het waarom.”

Hij wil de “scepsis” wegnemen door toenadering te zoeken. “De grootste opgave blijft onze sociaal-geografische broeders te overtuigen. Ik pleit er daarom voor dit model te koppelen aan bestaande vervoersmodellen die wel een verklarende kracht hebben. Dat kan het model verzwakken. Het is eigenlijk een compromis, maar dat is dan het lot van de wetenschapper.”

Intussen wil hij het model “uitbouwen” en “bewijzen verzamelen” door andere regio�s te toetsen en aan te tonen dat het werkt. “Als je laat zien dat je het vaak bij het rechte eind hebt, dan ben je een autoriteit en word je geloofd. Het probleem is dat je de kans niet krijgt een autoriteit te worden.”

Tillema is zelf overtuigd van de toegevoegde waarde van �zijn� model waaraan hij vier jaar werkte. “Je hebt beter grip op het verkeer over pakweg 20 jaar. Ook bij het plannen van een woonwijk is het te gebruiken. Je kunt als het ware schuiven tot je de ideale locatie hebt gevonden.” Of het ooit zover komt dat beleidsbepalers infrastructuur aanleggen omdat vervoersmodellen aangeven dat deze op lange termijn noodzakelijk zullen zijn, betwijfelt hij. “Een weg aanleggen voor de toekomst is helaas lastig te verkopen.”

�Je krijgt de kans

niet een autoriteit

Reageer op dit artikel