nieuws

Alliantie remedie tegen te lage risicoreservering

bouwbreed Premium

Jurgens en Hans de Koning eigenlijk simpel.

Voor promotie van de alliantie vanuit de optiek van �samenwerking met de markt� loopt niemand meer warm. Het wordt daarom tijd om de insteek voor toepassing van dit model vanuit een ander perspectief te bezien en aan te sluiten bij de actualiteit. Dus: de alliantie vormt een remedie tegen een te lage risicoreservering.

Met het verschijnen van het rapport van de commissie Duivesteijn is de discussie rondom de vaststelling en beheersing van bij de overheid berustende risico�s weer volop losgebarsten. Reserveringen voor overheidsrisico�s zijn tot op heden structureel te laag. Een proces dat start bij de eerste verkenningen voor een project en uiteindelijk doorgaat tot en met het sluiten van de realisatieovereenkomsten. Hoe is dit te verklaren? Professor Flyvbjerg stelde eerder in een wereldwijd onderzoek vast dat er bij grote infrastructurele projecten sprake is van structurele �misinformatie� gedurende de gehele loopfase van een project. Dit is deels te wijten aan de politieke besluitvormers die met te lage budgetten beginnen op het moment dat er besloten wordt om te gaan bouwen, terwijl zij vaak wel degelijk weten dat er overschrijdingen zullen komen. Direct een hoog bedrag noemen, houdt het gevaar in zich dat er niet met het project gestart wordt danwel dat het project tussentijds struikelt. Projectopportunisme is ook onze politieke besluitvormers niet vreemd. Een reservering voor risico�s waarvan het nog onduidelijk is of ze zich daadwerkelijk zullen voordoen, worden nu eenmaal gemakkelijker te laag dan te hoog gebudgetteerd. Reserveringen voor bij de overheid berustende risico�s vormen daarmee snel een sluitpost van het projectbudget.

De fase waarin de realisatieovereenkomsten worden gesloten, vormt het laatste moment voor een actualisatie van de risicoreservering. Daarna is er geen ontkomen meer aan en dient de portemonnee toch echt getrokken te worden indien de risicoreservering onvoldoende blijkt. In deze fase kan juist het gekozen contractmodel van invloed zijn op de omgang met de risicoreservering. De analyse van de commissie Duivesteijn ten aanzien van de design & construct-contracten bij de onderbouw van de hsl-Zuid lijkt dit te bevestigen. Om binnen het projectbudget te blijven, zijn daarbij risico�s die oorspronkelijk bij marktpartijen lagen, overgenomen door de overheid teneinde lagere aanneemsommen te verkrijgen. Voor deze overname van risico�s werd vervolgens een veel te lage risicoreservering gedaan blijkens de latere aanvulling die daarop nodig was. Bij toepassing van alliantie als contractmodel had dit grotendeels voorkomen kunnen worden.

We kunnen kort zijn over wat de alliantie inhoudt omdat daarover reeds genoeg gepubliceerd is. Hoewel er geen eenduidige definitie bestaat, gaat ze ervan uit dat partijen, overheid en marktpartij, nauw met elkaar samenwerken teneinde het projectresultaat zodanig te optimaliseren dat met de voorbereiding en de uitvoering van het project gemoeide maatschappelijke, financiële en technische belangen optimaal worden bediend. Om dat te kunnen bereiken dient een �win-win-situatie� gecreëerd te worden. Naast het gezamenlijk vinden van ontwerpoptimalisaties en het delen van de bijbehorende besparingen is dat toch vooral dat overheid en marktpartij gezamenlijk bepaalde risico�s delen en beheersen. Voorbeelden van in het gezamenlijk domein ingebrachte overheidsrisico�s zijn grondverwerving, omgevingsrisico�s en het verkrijgen van vergunningen.

Beeldvorming

Voor gezamenlijk te delen risico�s kan vooraf een risicofonds worden ingericht dat door beide partijen gevuld dient te worden op basis van de door hen ingebrachte risico�s. Anders dan in geval van bijvoorbeeld een design & construct-contract dwingt het mechanisme van een gezamenlijk in te richten risicofonds de overheid zijn in te brengen risico�s te expliciteren en op reële geldwaarde te waarderen. Zo niet, dan zal een marktpartij dergelijke risico�s niet willen delen en vindt er geen contractsluiting plaats. De markt controleert daarmee vooraf de overheid en corrigeert op eventueel (on)bewust politiek bestuurlijk gedrag.

Andersom kan de overheid de risico�s die een marktpartij inbrengt ook kritisch bezien. Blijft aan het einde van het project geld over in het risicofonds dan wordt dit gedeeld; kosten de risico�s meer dan wordt het verlies gedeeld.

Uiteraard dient de keuze voor de alliantie als contractmodel nooit alleen ingegeven te worden door het bewerkstelligen van een reële risicoreservering. Aard, omvang en de omgeving van het project, spelen de belangrijkste rol. Toepassing van de alliantie kan evenwel in belangrijke mate voorkomen dat een situatie ontstaat waarbij de aanvankelijke euforie bij het sluiten van een contract al snel omslaat in grote teleurstellingen en daarmee negatieve beeldvorming omtrent een project. Daarmee kan het projectresultaat na oplevering een stuk meer tevredenheid oproepen, zoals dat ook bij de Waardse Alliantie in de Betuweroute het geval is.

Goed beschouwd vormt toepassing van de alliantie een vorm van gedragstherapie voor de overheid om het (on)bewust onderschatten van overheidsrisico�s tegen te gaan. Wanneer de overheid dat toch doet, zal de markt dit voorafgaand aan contractsluiting meteen corrigeren. Daarmee draagt de alliantie bij aan een reëler risicoreservering bij start van de bouw. Indien daar de juiste attitude, vertrouwen en afgestemd gedrag tussen partijen aan wordt toegevoegd, neemt de kans op een positief projectresultaat verder toe. Laat de gepresenteerde benadering het juiste zetje zijn om de alliantie in de toekomst meer toe te passen.

Mr.ir. G.A. Jurgens en

ir. J.S.C.M. de Koning zijn beiden Senior Adviseur Legal & Contracting bij AT Osborne b.v. in Utrecht.

GJU@atosborne.nl

Aard, omvang en omgeving van het project, spelen belangrijkste rol

Voor de hsl bij de loswal Dordtse Kil west moesten stalen heipalen ingekort worden. Foto: WFA

Reageer op dit artikel