nieuws

Vestigingsbesluit blijft voor rechter onverkort overeind

bouwbreed Premium

den bosch – De Bossche voorzieningenrechter heeft het vestigingsbesluit bedrijven met alle eisen die aan bouwbedrijven worden gesteld onverkort overeind gehouden. Hij volgde in zijn vonnis de veronderstelling van het SBAB Zuid dat die eisen ook in nieuwe regelgeving zullen worden opgenomen.

De SBAB had een kort geding aangespannen tegen C. van de Sande omdat die zonder vergunning bouwkundige werken uitvoerde. Ook een ontheffing volgens de Vestigingswet bedrijven mogelijk is, had Van de Sande niet. Kortom, zo vond de belangenbehartiger, hier was sprake van oneerlijke concurrentie ten opzichte van rechtmatig gevestigde bedrijven.

In zijn verweer liet Van de Sande weten dat de eisen in Vestigingswet en -besluit bedoeld zijn om de consument te beschermen en niet om al dan niet oneerlijke concurrentie tegen te gaan.

Met dat argument veegde de rechter de vloer aan. “SBAB stelt zich terecht op het standpunt dat degene die een bedrijf uitoefent zonder naleving van de daaraan gestelde voorwaarden, onrechtmatig handelt jegens zijn branchegenoten. Daaraan doet niet af dat die voorwaarden primair ten behoeve van de consument zijn gesteld, omdat het opzettelijk negeren van ook dergelijke in het algemeen belang gestelde voorschriften aan de overtreder een ongerechtvaardigd kosten- en concurrentievoordeel verschaft”, staat in het vonnis te lezen.

Vervolgingsbeleid

Dat de overheid weinig tot niets doet aan handhaving van de Vestigingswet, zeker waar het om de bouw gaat, doet daar in zijn ogen niets aan af. Daarbij wees de rechter erop dat de regering zelf haar terughoudende vervolgingsbeleid heeft gemotiveerd met te wijzen op de in deze zaken effectief gebleken rechtshandhaving via de civiele rechter. Daarbij doelt hij op de legio korte gedingen die de verschillende SBAB�s de afgelopen jaren hebben gevoerd in de strijd tegen beunhazerij en oneerlijke concurrentie.

De rechter was evenmin onder de indruk van het verweer van Van de Sande dat de Vestigingswet bedrijven binnenkort zal komen te vervallen. “Buiten het feit dat dat definitieve besluitvorming door de wetgever op dit punt nog niet heeft plaatsgevonden, laat deze stelling onverlet dat het vergunningvereiste en de overige voorwaarden voortvloeiend uit de Vestigingswet bedrijven thans nog gelden en door Van de Sande in strijd met deze voorwaarden is gehandeld.”

Tweede Kamer

De rechter volgde wel SBAB-advocaat Wim Heijltjes die erop wees dat de Tweede Kamer groot belang hecht aan het in stand houden van de vestigingsvoorwaarden voor het bouwbedrijf. Daardoor, zo vindt Heijltjes, valt niet uit te sluiten dat als de Vestigingswet en aanverwante regelgeving worden afgeschaft, specifiek voor het bouwbedrijf vergelijkbare vereisten in andere regelgeving zullen worden opgenomen.

Reageer op dit artikel