nieuws

Verwarring over CE- en KOMO-keur voor betonproducten

bouwbreed Premium

rijswijk – Ook als op 1 februari de CE-markering voor betonstraatstenen, betontegels en betonbanden in werking treedt, blijft het bekende KOMO-keurmerk nodig. Volgens de KIWA kan verwarring ontstaan, ook al zijn CE- en KOMO-keur totaal verschillende zaken.

“KOMO waarborgt de kwaliteit van die producten, ook al dragen ze een CE-markering. CE zegt iets over de wettelijk verplichte eisen, maar zegt niets over de kwaliteit.” J. Klapwijk van certificerende instelling KIWA vreest verwarring als volgende maand de CE-markering voor betonnen bestratingsmateriaal ingaat. Hij is bang dat sommigen de CE-markering gaan zien als een kwaliteitskeurmerk: “Niets is minder waar. Met een CE-markering is alleen vast te stellen dat het product is geproduceerd volgens de Europese Richtlijn Bouwproducten. Het is de fabrikant die dat dan zelf verklaart. Er wordt niet met extern toezicht gecontroleerd op kwaliteit.”

Dit in tegenstelling tot het KOMO-keur. De fabrikant die daaraan wil voldoen, kan tenminste acht keer per jaar bezoek van de certificerende instelling verwachten. De certificerende instelling op haar beurt wordt gecontroleerd door de Raad voor Accreditatie. In Nederland zijn ongeveer honderd certificaten voor dit soort bestratingsproducten afgegeven. Veertig fabrikanten zijn KOMO-gecertificeerd, ongeveer dertig fabrikanten zijn dat niet.

“In de zogenoemde annex ZA van alle richtlijnen van de EN-normen is het niveau voor de controle op de CE-kenmerken opgenomen. Voor betonnen bestratingsmaterialen vallen onder meer druksterkte, stroefheid en duurzaamheid onder de CE-bepalingen”, zegt Klapwijk.

“De Europese Commissie heeft vastgesteld dat hier het systeem 4 van toepassing is. Dat heeft onder meer te maken met veiligheids- en gezondsheidsaspecten. Systeem 4 houdt in dat de fabrikant zelf het CE-merk mag aanbrengen zonder controle door een externe certificeerder. Systeem 1 stelt hoge kwaliteitseisen en 2 en 3 worden telkens een stapje lichter. Maar daar is niet voor gekozen.”

Klapwijk vervolgt: “Als voorschrijvers kiezen voor kwaliteit, zullen zij in het bestek aanvullende eisen moeten stellen aan de te gebruiken betonproducten. Dat kan door het KOMO-keur te eisen, maar voor openbare werken moet ook een gelijkwaardig kwaliteitskeurmerk worden toegelaten.”

De maatregel gaat alleen in voor de productie van bestratingsmateriaal. Voorraden, geproduceerd vóór 1 februari, kunnen gewoon worden geleverd, ook met KOMO-keur, maar dan moet dat wel in het bestek zijn gemeld of tussen koper en fabrikant zijn afgesproken. Ten aanzien van de vraag hoe zal worden omgegaan met hergebruik van deze producten, tast ook Klapwijk in het duister.

Volgende maand vervallen de Nederlandse normen NEN7000, NEN7014 en NEN7015, zij worden vervangen door de Europese normen NEN-EN 1338, NEN-EN 1339 en NEN-EN 1340. Omdat de meeste beproevingsmethoden zijn veranderd, zal de KOMO-keur worden afgestemd op de nieuwe normen en de CE-aspecten.

Schieten we iets op met deze Europese maatregel?

Klapwijk: “Tja. Voor de CE-markering moet de splijtsterkte wel worden bepaald. De gevonden waarde moet op de CE-sticker worden vermeld, maar er is geen minimumwaarde. De afnemer moet zelf bepalen of de opgegeven waarde voor hem voldoende is. Voor het KOMO-keur is de minimum waarde 3,6 N/mm2. Oh ja, een nieuwe eigenschap van de EN-norm is de vorstdooizoutbestandheid. Nou, dan gaan we die ook testen.”

Reageer op dit artikel