nieuws

Saneren vervuilde waterbodems is Europees probleem

bouwbreed Premium

amersfoort – De stichting Klasse 4 is per 31 december opgeheven. Saneren van vervuilde waterbodems is niet een Nederlands probleem. Saneren en hergebruik van vervuilde waterbodems is een Europees probleem en dat vergt een Europese aanpak en een organisatie met een Europese insteek. Het werk van de stichting wordt per 1 januari 2005 voortgezet door de Stichting REuSed (Remediation, Recycling and Reuse of European Sediment) te Leusden. Een gesprek met de voorzitter ing. L.A. van der Kooij, tevens projectmanager milieu, water en technologie bij advies- en ingenieursbureau DHV te Amersfoort.

Waarom deze verandering?

“Belangrijk is, dat vervuild sediment een Europees probleem is. Het speelt ook in andere landen van Europa. Nederland moet niet opdraaien voor een probleem dat mede uit het buitenland komt. Europa moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat kan op een vergelijkbare manier zoals bij het water is gedaan met de Kaderrichtlijn Water. Voor vervuilde waterbodems zou je ook zoiets moeten doen.”

Wat is heeft de Stichting Reused sinds 1 januari al gedaan?

“We hebben vragen gesteld aan Europese parlementariërs. Ook is er veel contact met andere organisaties die op het gebied van vervuild sediment in Europa actief zijn. Bijvoorbeeld met Sednet, een organisatie waar onder meer TNO in zit. We hebben afgesproken samen te werken en meer politiek actief zijn. Sednet houdt zich bezig met wetenschappelijke aspecten. Dan vul je elkaar aan. In Nederland was Klasse 4 een platform voor discussie over vervuilde waterbodems. Met REuSed tillen wij dat nu op een Europees niveau.”

Is er een soort strategisch plan om de doelstellingen te verwezenlijken?

“We hebben een mission statement. Het is dezelfde doelstelling als van Klasse 4, maar dan vertaald naar Europa. De stichting Reused wil het saneren, het terugwinnen van grondstoffen en het hergebruik van rivier- en havensedimenten in Europese wateren, promoten. Reused doet dat door het houden van Europese symposia en het initiëren van discussie op nationaal en Europees niveau. We zijn van plan ons in Europa stevig te profileren. Dat doen we op het ogenblik nog met vier bestuursleden. Uitbreiding met buitenlandse bestuursleden is echter een must met Europa als speelveld.”

Waar komt het geld vandaan om Reused te runnen?

“Wij zijn self supporting. We genereren inkomsten uit een symposium dat we jaarlijks houden. Vorig jaar december was dat in Amsterdam, volgend jaar wordt het in Budapest gehouden. Dan praten we over de Donau. Bovendien krijgen we donaties van bedrijven en organisaties. Uiteraard bekijken we wel of er andere geldstromen te ontwikkelen zijn. Als je op Europees plan wil opereren, dan moet je wel meer financiële bronnen tot je beschikking hebben. Helaas is het bij een matige stand van de economie moeilijk fondsen werven.”

Waarom zou het Europees wel lukken, terwijl de waterbodemsanering in Nederland zo langzaam gaat?

“Het probleem hier is, dat we geen geld hebben om het probleem aan te pakken. Geen bijdrage in ieder geval van de veroorzakers. Het is namelijk niet te duiden wie vervuiling van de waterbodems veroorzaakt. In Nederland gaat het om het opruimen van oud zeer. We hebben hier een tienjarenprogramma Waterbodemsanering. Daar gaan we onderhand 25 jaar over doen vanwege geldgebrek. Het is in elk land niet anders. Dus je moet het wel Europees aanpakken om de lasten samen te kunnen dragen.”

Moet je voor een oplossing eerst bij het Europees Parlement zijn?

“Ja. Wetgeving is er niet. Er staat in de Kaderrichtlijn Water wel iets dat op de waterbodems betrokken kan worden. Alle lidstaten moeten zodanig wetgeven dat het water schoon is, staat erin. Dat betekent dat de sedimenten ook schoon moeten zijn. Maar dat is allemaal niet uitgewerkt. Er wordt in Europees verband wel gewerkt aan een soort Kaderrichtlijn waterbodems. De komende jaren moet dat veel aandacht krijgen.”

Dat gaat allemaal zeker wel even duren?

“Meestal wel. Er moeten commissies komen die voorstellen formuleren. Dan volgen de onderhandelingen over de tekst. Die kunnen best moeizaam verlopen. Landen die nog helemaal niks hebben geregeld trappen in deze fase gezien de voorziene kosten in deze fase al snel op de noodrem. Uiteindelijk moet de regeling in het Europees parlement worden bekrachtigd. Bij de Kaderrichtlijn Water heeft dat een jaar of vijf geduurd. En dat zal voor de waterbodems niet anders zijn.”

Vinden Nederlandse politici ook dat het Europees moet worden aangepakt?

“Uiteindelijk moet Nederlandse wetgeving zijn afgeleid van de Europese. Duidelijk is wel dat Nederland best vooruitstrevend is bij het saneren van vervuilde waterbodems en voorkomen van verdere vervuiling. Maar een aanpak als de onze is in Europa zeker nog niet breed geaccepteerd. De nieuwe EU-landen hebben echter helemaal nog niks geregeld. De oude trouwens ook niet altijd. Duitsland heeft ook regels, maar die wijken op details af van de onze.”

Als elk EU-land het goed moet doen, heb je dan niet een probleem?

“Ja. Afgezien van handhaven van de regels gaat het om veel geld. Er komt in de Europese wateren jaarlijks een hoeveelheid van rond de miljard kubieke meter sediment bij. Het percentage dat daarvan is verontreinigd, is te stellen op 5 procent. Dan zit je jaarlijks met 50 miljoen ton verontreinigd sediment. Reken daar nu eens 50 euro per ton voor, dan hebben we 2,5 miljard euro per jaar nodig om de waterbodems schoon te houden als ze al schoon zijn. Dat zou op te brengen moeten zijn als er geen weerstand van andere landen is om mee te doen en als de lasten goed worden verdeeld dus. Als je het sedimentprobleem vergelijkt met de landbouwsubsidies dan valt het allemaal best mee. De landbouwsubsidies bedragen met 43 miljard euro per jaar ongeveer de helft van de Europese begroting en zijn daarmee een veelvoud van die 2,5 miljard per jaar die voor saneren nodig zijn.”

Niet gemakkelijk om Europa mee te krijgen, toch?

“Het zal een lange weg zijn. Maar daar zet de stichting REuSed zich voor in.”

Reageer op dit artikel