nieuws

Forse afname van aantal bouwvakkers

bouwbreed Premium

amsterdam – Het aantal bouwvakkers daalt. In 2002 stapten 38.879 werknemers op terwijl er in 2003 23.718 bijkwamen. In dit getal zijn zowel de nieuwkomers als de herintreders opgenomen. Dat blijkt uit het rapport Het arbeidsbestand in de bouwnijverheid in 2003, van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB).

De grootste groep werknemers die de bouw verlaten zijn de ongeschoolden. Tussen 1999 en 2003 daalde hun aantal met bijna dertig procent van 9229 tot 6549. Ook onder metselaars en timmerlieden is er relatief veel verloop. In 1999 werkten 77.937 timmerlieden in de bouw tegen 72.617 in 2003. In dezelfde periode daalde het aantal metselaars van 22.226 tot 17.980.

Het EIB baseert zich op het integrale Dienstverbandenbestand (DVB) van de SFBgroep. Dit bevat gegevens over onder meer de woonplaats, leeftijd en beroepen van de werknemers. Schilders, baggeraars en bouwinstallateurs zijn niet meegerekend. En ook wao-ers en langdurig werklozen blijven buiten beschouwing.

Vergrijzing

De daling van het arbeidsbestand

was het grootst in Noord-Brabant. Werkten daar in 1999 nog 51.627 mensen in de bouw, in 2003 waren het er 45.825. Zuid-Holland en Gelderland waren de andere grote dalers. In Zuid-Holland werkten in 1999 47.095 bouwvakkers tegenover 43.025 in 2003. De provincie Gelderland telde in 1999 nog 36.600 bouwvakkers. Vier jaar later waren het er 33.912.

Het EIB signaleert de kleinste daling in Flevoland. Werkten daar in 1999 3850 bouwvakkers, in 2003 waren het er 3773. Ook Zeeland scoort goed met 6300 bouwwerknemers in 1999 en 5966 in 2003.

Verder blijkt uit het onderzoek dat de vergrijzing voortschrijdt. Was in 1999 nog 8 procent van het aantal bouwvakkers 55 jaar of ouder, in 2003 was 12 procent de 55 gepasseerd.

Herintreders

Vrouwen zijn nog steeds ondervertegenwoordig op de werkvloer. In totaal werkten in 2003 16.798 vrouwen in de bouw. Hierbij zijn ook de administratieve krachten meegerekend. Van het vrouwelijk personeel is 1,4 procent uitvoerder. “Deze verhouding verschilt met die van de mannen. Van de 227.407 mannen is bijna 6 procent uitvoerder.” Ruim een kwart van de vrouwen is jonger dan 30 jaar. Bij de mannen is dat 29 procent.

Opvallend is dat het UTA-personeel tussen 1999 en 2003 groeide met 3 procent terwijl het bouwplaatspersoneel met eenzelfde percentage daalde. Een verklaring hiervoor geeft het EIB niet. Wel is duidelijk dat het aantal hertoetreders groeit. “Het aantal hertoetredingen is van 2002 op 2003 met 174 gestegen tot 6621”, zo schrijft het EIB. “Hiermee wordt de dalende trend die in 2000 is ingezet doorbroken.” Het aantal hertoetredingen vindt enkel plaats in de hogere leeftijdscategorieën.

Daarnaast meldt het EIB dat vooral werknemers in de leeftijdscategorie 45-55 jaar verzuimen vanwege ziekte. Bij het bouwplaatspersoneel is het ziekteverzuim bijna twee keer zo groot als onder uta-medewerkers. “De calculators hebben met 2 procent het kleinste aandeel.” Wordt het ziekteverzuim afgezet tegen de provincies dan blijkt dat Drenthe met 5 procent het laagste ziekteverzuim heeft en Groningen met 6,5 procent het grootste.

Reageer op dit artikel