nieuws

Beheersbaarheid werk begint bij goed projectmanagement

bouwbreed Premium

den haag – Design and Construct is een contractvorm die de opdrachtgever de zekerheid van een vaste – en lage – prijs kan bieden. Dat blijkt niet altijd te lukken. De Tijdelijke Commissie Infrastructuur, bekend als de commissie Duivesteijn, onderzocht de kostenoverschrijdingen bij de hsl-zuid. De opdrachtgever kan nog een hoop leren. De aannemer trouwens ook.

De opdrachtgevende projectorganisatie voor de hsl-zuid had eind 1998 bij het vaststellen van de contracteringsstrategie voor de hsl-zuid hooggespannen verwachtingen van de toepassing van �Design and Construct� (D+C). Het is een aanpak voor de realisatie van een project waarbij de aannemer zowel het ontwerp en de uitvoering verzorgt. De aannemer is daar dan ook verantwoordelijk voor. Zo�n contractvorm biedt de aannemer kansen zijn expertise van de uitvoering in te zetten en daarmee tot een betere prijs/kwaliteitsverhouding te komen dan mogelijk zou zijn geweest bij een traditionele aanbesteding, waarbij het ontwerp van de opdrachtgever komt. Grote aannemersbedrijven gaven aan dat ook bij de hsl met D+C aanzienlijke voordelen te behalen zouden kunnen zijn.

Het vertrouwen in D+C was mede gebaseerd op de resultaten bij andere projecten. Zo was volgens de projectorganisatie bij het project voor de stormvloedkering in de Waterweg groot succes behaald met een D+C-benadering. Ook de praktijkervaringen met D+C bij het Øresundproject voor de vaste oeververbinding van Denemarken naar Zweden waren gunstig.

De onderbouwcontracten zijn aanbesteed volgens een openbare procedure in overeenstemming met de Europese richtlijnen, de zogeheten onderhandelingsprocedure met vooraankondiging. Voor de onderbouw van de hsl-zuid koos de projectorganisatie voor vijf contracten. De aannemers vinden achteraf dat het accent in het programma van eisen te veel op technische eisen ligt, terwijl het om functionele eisen zou moeten gaan. Ook vinden zij het meegeleverde referentie-ontwerp al zo gedetailleerd, dat het in hun ogen nauwelijks ruimte biedt voor ontwerpinnovatie. De projectorganisatie deelt die zienswijze niet.

Helaas startte de aanbesteding met een ontoereikend budget. De projectorganisatie was zich daarvan volledig bewust. Het budget was gebaseerd op een raming uit 1988 waarin op onderdelen te lage kostprijzen waren gehanteerd, geen rekening werd gehouden met kostenverhogende effecten van definitieve ontwerpeisen, en evenmin met de kosteneffecten van de overspannen markt, terwijl de risico�s van de gekozen contractvorm niet waren verdisconteerd.

De bekendheid van de grens van het budget heeft verder de onderhandelingen onder druk gezet. De hsl-directie had bij het bereiken van het onderhandelingsresultaat geen haarscherp zicht op de scope, de kosten en de risico�s van de contracten. De commissie: “In de slotfase ging het alleen nog om de totaalprijs van de contracten, die verdedigbaar in de buurt van het budget moesten liggen. Daarvoor had de hsl-directie in de loop der tijd veel versobering moeten accepteren en risico�s teruggenomen.” De verdeling van de risico�s tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bleek onduidelijk en bereikte besparingen betekenen aanzienlijke financiële risico�s voor de overheid.

In een poging het inzicht in de risico�s te vergroten werd onder leiding van Twijnstra Gudde een inventarisatie gedaan. Er werden belangrijke risicoclusters geïdentificeerd: vertragingsrisico�s, raakvlakrisico�s en omgevingsrisico�s. Belangrijkste vertragingsrisico was ontbreken van de prikkel voor de aannemers van de onderbouw om tijdig op te leveren. Boeteclausules waren bij de bezuinigingen grotendeels verdwenen en het risico van vertragingen was overgenomen door de staat. De infraprovider, de bovenbouwer van de HSL-Zuid, kan de vertraging niet inlopen en verwacht mag worden dat de staat de kosten van de vertraging zal moeten betalen. Raakvlakrisico ontstaat als de aannemers met hun ontwerpinspanning achter lopen. Dan kan de staat de nodige gegevens (bijvoorbeeld locatie en bevestiging van bovenleiding) niet ter beschikking van de bovenbouwer stellen. De derde groep risico�s zijn de omgevingsrisico�s zoals welstands- en veiligheidseisen en procedures voor vergunningen en grondverwerving.

Als les uit het project hsl-zuid noemt de commissie Duivesteijn dat in een vroeg stadium gezorgd moet worden voor goed projectmanagement aan de kant van de opdrachtgever. Alleen dan zijn zeer complexe projecten beheersbaar.

D+C-benadering pakt niet altijd even goed uit

Reageer op dit artikel