nieuws

Zorgen om kennis aanbestedingsregels

bouwbreed

Armand Doggen de zorg worden uitgesproken over de achterblijvende aandacht voor de achterblijvende kennis van de aanbestedingsregels.

Een vriend van mij sprak onlangs de woorden uit: “Je hebt inkopers en aanbesteders”. Daarmee doelde hij op een daadwerkelijk bestaand verschil in de belevingswereld van beide groepen.

Wanneer u, zoals mij vorig jaar eens is overkomen, bij inkopers de term �UAR� laat vallen, dan wacht u regelmatig een glazige blik. Dat is vreemd omdat bij de �inkoop van bouwwerken� de aanbestedingsreglementen gemeengoed zijn. De beleving is klaarblijkelijk anders.

Toch is kennis van inkooptechnieken en kennis van aanbestedingsregels niet hetzelfde. Dat dit punt hier nogmaals onder de aandacht wordt gebracht, is mede naar aanleiding van een onderzoeksrapport dat het Ministerie van Economische Zaken in februari 2004 presenteerde. Daaruit bleek dat er in 2002, door de bank genomen, een gemiddelde dekkingsgraad voor aanbestedingen was voor de opdrachtgevende overheden van 12 procent. Dat is duidelijk onder het gemiddelde Europese niveau.

Marginalisering

In het onlangs uitgebrachte Visiedocument �Aanbesteden van het Ministerie van Economische zaken�, wordt het aspect kennis van de spelregels (professionaliteit) min of meer bij het op te richten kenniscentrum aanbesteden (KCAB) gestopt. Daarmee gaat de marginalisering van het aspect kennis van aanbestedingsregels bij de individuele ambtenaren door. Deze ontwikkeling zette zich in 2003 al in. In het najaar van 2003 is door de minister van VROM driemaal, door middel van een rapportage, aan de Tweede Kamer verslag gedaan van de ontwikkelingen van de maatregelen, die door de politiek naar aanleiding van de parlementaire enquête bouwnijverheid zijn vastgesteld. De eerste brief dateert van 8 september 2003 (kamerstuk 28 244 nr. 54) en is vergezeld van een schema waarin de planning en de acties staan vermeld.

De tweede rapportage dateert van 8 oktober 2003 (kamerstuk 28 244 nr. 55) en is eveneens vergezeld van een schema.

In de eerste brief wordt in het schema nog vermeld dat alle departementen en overheden over een betere kennisinfrastructuur (motie Slob, Kamerstuk 28 244 nr. 37) moeten beschikken, los van het in te stellen kenniscentrum. In het schema bij de tweede brief is het verhogen van het kennisniveau aanbestedingen ineens gekoppeld aan de instelling van een Kenniscentrum Aanbesteden Bouw (met motie 37 als referentie in de kantlijn). In de rapportage van 17 december 2003 (kamerstuk 28 244 nr. 57) staat de individuele kennis wel weer zelfstandig genoemd, echter wel gevoegd onder het kenniscentrum.

In de motie Slob (kamerstukken 28244 nr. 37) valt de nadrukkelijke zelfstandige opdracht te lezen, de �gewone� kennis van de individuele ambtenaren te verbeteren door extra te investeren in de scholing van betrokkenen. Dat is dus iets anders dan het opzetten van een centraal kenniscentrum voor het aanbesteden in de bouw. Tot op heden is niet gebleken dat aan deze motie concreet invulling wordt gegeven. Dat is zorgelijk, want een juiste toepassing van spelregels begint met de kennis ervan.

Mr. A.P.C.F. Doggen

Directeur Adviescentrum Aanbestedingen B&U, Nieuwegein

a.doggen@acabenu.nl

Je hebt inkopers en aanbesteders

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels